maandag 31 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij 243

 Lees Jesaja 16, 17, 18 en 19

Jesaja raadt Moab aan om zich onderdanig op te stellen en barmhartig te zijn. Het land zal geslagen en vernederd worden, maar de profeet spoort hen aan om op Gods Koninkrijk te blijven hopen. De komende Messias zal uiteindelijk ook opkomen voor hun recht.

De samenwerking tussen Syrië (Damascus) en Efraïm (de strijders van Israël) om te strijden tegen Achaz, de koning van Juda, werd een fiasco. Achaz huurde de Assyrische strijdkrachten in, die Syrië en Efraïm een grote slag toebrachten. Dat is wat we hier lezen: wie Gods volk aanraakt, raakt God Zelf aan.

Toch zien we ook hier weer dat God Zich na de slag zal ontfermen. De mens zal niet meer kijken naar de werken van eigen handen, maar naar de werken van God; naar Hem die hem gemaakt heeft.

Koesj, het Nubische volk van dappere strijders, wordt gewaarschuwd dat menselijke plannen falen. Hun land zal door rivieren worden doorsneden en overspoeld, en zij zullen Israël niet kunnen redden. Maar uiteindelijk zullen ook zij de HEERE hulde brengen.

Israël zocht zijn heil ook bij Egypte, maar ook dit volk zal hen niet kunnen helpen. Egypte is intern verdeeld en strijdt onderling. Het land zal bovendien door droogte worden getroffen. De misleide hulp aan Israël zal hen duur te staan komen. Toch zal ook hier eens de God van Israël worden aanbeden. Wanneer zij de HEERE aanroepen, zal God hen een Redder zenden.

"Op die dag zal er een gebaande weg zijn van Egypte naar Assyrië. De Assyriërs zullen in Egypte komen en de Egyptenaren in Assyrië. De Egyptenaren zullen samen met de Assyriërs de HEERE dienen. Op die dag zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assyrië, een zegen in het midden van de aarde. Want de HEERE van de legermachten zal hen zegenen met de woorden: Gezegend zij Mijn volk Egypte, het werk van Mijn handen Assyrië, en Mijn eigendom Israël!"(Jesaja 19:23-25, HSV)

In al deze gevallen zal God slaan en genezen, opdat zij Hem zullen zoeken en vinden. God is de God alle volken.



zondag 30 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...242

 Lees Jesaja 12, 13, 14 en 15

Danken omdat de Heere toornig op je is geweest? Danken ondanks alles? God heeft in genade zijn toorn niet ten volle ten uitvoer gebracht en heeft troost na straf gegeven. Jesaja weet ondanks de omstandigheden dat alleen God zijn redding is. Hij zal blijven vertrouwen en geen angst hebben. God zal kracht en vreugde geven. Hij weet: Groot in uw midden is de Heilige van Israël. De reden voor zijn dank is God zelf.

Babylon wordt gewaarschuwd voor haar godlasterlijke trots, gewelddadige onderdrukking en goddeloosheid. Het nietsontziende rijk van de Meden zal Babylon ondersteboven keren. Het rijk zal vallen en een nieuwe wereldmacht zal opstaan. Israël zal weer bevrijd worden uit de ballingschap. De aarde zal weer tot rust komen.

Ook Assyrië, Filistea en Moab zullen hun straf niet ontlopen. Assyrië zal weer verdreven worden van het land van de Heere.

God zal zich weer over Jakob ontfermen. Hier wordt Israël weer Jakob (de mens in zijn zwakheid) genoemd. God belooft Israël weer op eigen grond terug te brengen; terug uit de ballingschap en de slavernij. Rust na onrust, vreugde na smart. De Heere zal Sion grondvesten en het zal een toevlucht zijn voor de ellendigen. Israël is en blijft Zijn volk.

God is goed altijd en altijd is God goed.


Lees de Bijbel met mij...241

 De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)



zaterdag 29 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...240

 Lees 2 Kronieken 28 en 2 Koningen 16 en 17

Het ging zo goed na de hervorming van Joas. De koningen deden wat juist was in de ogen van God, maar steeds niet met een volkomen hart, en zij weken af nadat ze zich gevestigd hadden.

 Na Joas kwam Amazia, die zonder de soldaten van Israël de Edomieten overwon, en Uzzia, die melaats werd nadat hij als priester wilde optreden. Van Jotham staat er dat hij de tempel niet wilde binnengaan, de plaats waar zijn vader melaats was geworden.

Nu komt zijn zoon Achaz op de troon. Ineens lezen we weer dat hij niet deed wat juist was. Toch stak de invloed van Israël weer de kop op. Hij maakte afgodsbeelden en verbrandde zijn zonen als kindoffer. Hij wordt daarop aangevallen door Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de koning van Israël.

De Edomieten en Filistijnen zien hun kans schoon en maken gebruik van deze situatie door de steden van Juda aan te vallen; ze voeren gevangenen weg en nemen hun steden in.

Het leger van Israël doodt 120.000 dappere Judese mannen die de God van hun vaderen hadden verlaten. Ook worden nog eens 200.000 Judese vrouwen, zonen en dochters gevangen genomen en weggevoerd door Israël. Maar als ze op weg gaan naar Samaria, komen ze door het woord van de profeet Oded tot inkeer. De mannen van Samaria kleedden de gevangenen, gaven hun te eten en te drinken, zalfden hen en brachten hen op ezels terug naar hun broeders in Jericho. In heel veel opzichten is dit verhaal te vergelijken met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

In plaats van op God te vertrouwen, zocht Achaz hulp bij Tiglatpileser, de koning van Assyrië, De Assyrische koning trok op en nam Damascus in. Achaz reisde naar Damascus om de koning van Assyrië te ontmoeten. Daar zag hij het heidense altaar en stuurde een afbeelding hiervan naar de priester Uria, met het bevel eenzelfde altaar te bouwen in Jeruzalem. Achaz veranderde zo de inrichting van de tempel en de tempeldienst ten gunste van de koning van Assyrië.

Ondertussen lezen we dat Hosea samenzwoer tegen Pekah, hem doodde en hem opvolgde als koning van Israël. De koning van Assyrië trekt tegen Israël op, waarop Israël schatting aan Assyrië moet afdragen. Hosea zoekt hulp bij Egypte, maar dat wordt ontdekt en zo is Hosea de laatste koning van Israël. In het negende jaar van Hosea werd het tienstammenrijk definitief door de koning van Assyrië in ballingschap weggevoerd.

Vanaf dat moment kwamen de echte 'Samaritanen' in het land wonen. De koning van Assyrië liet er volken wonen die hij had overwonnen. En deze volken wilden de God van dat land dienen, omdat zij merkten dat de God van het land zich tegen hen keerde. De koning zond Israëlische priesters die het volk moesten leren hoe ze de God van Israël moeten dienen. Maar daarnaast bleven ze ook hun eigen goden dienen.

Telkens weer zoekt de mens zijn hulp in eigen kracht en mogelijkheden en niet bij God.

vrijdag 28 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...239

 Lees Micha 5, 6 en 7

Micha verkondigt dat Bethlehem de plaats zal zijn waar de eeuwige Heerser vandaan zal komen. Er staat dat Zijn oorsprongen van oudsher zijn, van eeuwige dagen af. Dit wijst allemaal naar Jezus, die God al vóór de grondlegging van de wereld liefhad en kende.

Jezus zei dit ook over Zichzelf: «Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Van vóór Abraham er was, ben Ik.» (Johannes 8:58, HSV).

De mens heeft zijn eigen manieren bedacht om God te behagen en te doen wat goed was in zijn eigen ogen. God roept de mens echter ter verantwoording: waarmee had Hij hen vermoeid? Hij was toch degene die hen had verlost? De HEERE vroeg niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig met hun God te wandelen. Hij vroeg om liefde; liefde voor de medemens en voor Hemzelf. Hoe moeilijk kon dat zijn?

Micha zal met Israël de strafgerichten moeten ondergaan. Maar ondanks alle ellende blijft hij uitzien naar de God die barmhartig en genadig is. Hij weet dat God zal opkomen voor zijn recht en blijft hoopvol uitzien:

"Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen. (...) want als ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; als ik in duisternis zit, is de HEERE mij een licht. Ik zal de toorn van de HEERE dragen – want ik heb tegen Hem gezondigd – totdat Hij mijn rechtszaak voert en mij recht verschaft. Hij zal mij uitleiden naar het licht, ik zal Zijn gerechtigheid zien." (Micha 7:7-9, HSV).

Het boek eindigt met een lofprijzing: Wie is als God? Hij is het die genadig is en Zich zal ontfermen als een Goede Herder. God zal al hun zonden werpen in de diepten van de zee.

Jezus is gekomen om zondaren te redden!

donderdag 27 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...238 Micha

 Lees Micha 1, 2, 3 en 4

Micha kondigt het oordeel aan over de hoofdsteden van Israël en Juda. De Assyriërs trekken op om Israël in ballingschap mee te voeren. Maar ook Juda wordt hierdoor bedreigd, omdat het volk nog steeds offert op de offerhoogten. Twaalf zuidelijk gelegen Judese plaatsen worden met een woordspeling genoemd en gewaarschuwd. Ook in Juda is de zonde van Israël gevonden; de vijand staat al tot aan de poorten van Jeruzalem.

De onrechtvaardigen zullen hun verdiende loon krijgen: oog om oog en tand om tand. Het zal verschrikkelijk zijn. Omdat het land verontreinigd is, is het niet langer een land van rust. Toch kondigt God in ditzelfde gedeelte ook het heil aan. God zal het overblijfsel verzamelen als een kudde schapen. De Doorbreker, de Koning, de HEERE, zal voor hen uitgaan.

De leugenprofeten profeteren voor geld, wijn en sterke drank. Ze vertellen wat de mensen willen horen. Zij hoeven geen antwoord van God te verwachten. Micha daarentegen is vol van de Geest van de HEERE, vol van recht en heldenmoed om de overtredingen van Israël te verkondigen. Jeruzalem zal een puinhoop worden, maar ook nu weer wordt met het onheil tegelijk het heil aangekondigd.

"Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen. Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem." (Micha 4:1-2, HSV)

Er zal echte vrede komen en er zal geen oorlog meer zijn. Maar eerst zal Jeruzalem naar Babel worden gevoerd; daar zal de HEERE hen verzamelen en verlossen. Alles wordt voorzegd voordat het gebeurt.

"Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:7, HSV)

woensdag 26 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...237

 Lees 2 Kronieken 27 en Jesaja 9, 10 en 11

"Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde." (Jesaja 11:12, HSV)

Jesaja sprak de overbekende verzen uit die wij vaak met Kerst gebruiken: "Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien..." en "Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven..." God belooft hierin bevrijding en herstel voor het overblijfsel van Israël en Juda, en daarmee ook voor de omringende volken. Er zal een mondiale Regeerder komen die eeuwig rechtvaardig zal heersen, waardoor er werkelijke vrede zal zijn.

Maar vóór die tijd zullen eerst Israël door de Assyriërs en later Juda door de Babylonische koning in ballingschap worden weggevoerd. Ondanks alle tegenslagen bekeert Israël zich nog steeds niet. Zij krijgen als eerste de aankondiging dat de Filistijnen en de Assyriërs hen zullen aanvallen en wegvoeren.

Maar ook de koning van Assyrië krijgt een waarschuwing. God gebruikt hem weliswaar als instrument om te straffen, maar de koning is trots en hoogmoedig geworden en heeft God niet de eer gegeven. Hij wil ook Jeruzalem veroveren, maar daar zal God ingrijpen. Juda zal daarom nog een tijdlang door God worden beschermd.

"Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt." (Spreuken 21:1, HSV)

Hoewel zowel Israël als Juda in ballingschap worden weggevoerd, belooft God de Messias: het Twijgje uit de stronk van Isaï en het Vrederijk dat zal komen. God zal de verdrevenen van Israël en de verstrooiden van Juda weer verzamelen. Er zal zelfs een gebaande weg zijn, recht door de Eufraat.

Zelfs in de zwaarste aankondiging van straf, laat God Zijn volk nooit los; Hij biedt altijd weer een hoopvol uitzicht op herstel.

maandag 24 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...236

 Lees Amos 7, 8 en 9

"Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar om de woorden van de HEERE te horen." (Amos 8:11, HSV)

In deze hoofdstukken lezen we meer over de afgodendienst van Israël. Koning Jerobeam liet gouden kalveren plaatsen om te voorkomen dat het volk naar het Jeruzalem zou trekken. Eén in Bethel ten zuiden en één in Dan, het uiterste noorden om de noordelijke stammen te bedienen. Zij hoefden zo niet helemaal naar Bethel te reizen.

Het andere gouden kalf  in Bethel was het religieuze middelpunt van het tienstammenrijk, waar ook de koningen hun offers brachten. Hoewel Bethel slechts 15 kilometer van Jeruzalem lag, wilden de koningen van Israël, koste wat het kost, voorkomen dat de Israëlieten zouden overlopen naar het koninkrijk van Juda. 

God had immers Jeruzalem aangewezen als de centrale plaats voor aanbidding, maar de Israëlieten aanbaden het gouden kalf liever op de historische plek waar aartsvader Jakob de hemel geopend had gezien. Vanwege deze afgoderij werd Bethel (het Huis van God) door de profeten later ook wel spottend Beth-Aven genoemd: het Huis van goddeloosheid (of Huis van ijdelheid).

Daarnaast lezen we over de plaats Berseba. Deze stad lag in het uiterste zuiden. De uitdrukking "van Dan tot Berseba" werd in de Bijbel gebruikt om heel Israël aan te duiden. Het uiterste noorden en het uiterste zuiden van Israël.

In Berseba hadden de aartsvaders Abraham, Izak en Jakob in het verleden altaren gebouwd en de Naam van de Heere aangeroepen. In de tijd van de koningen was deze historische plek helaas uitgegroeid tot een afgodisch pelgrimsoord, waar zelfs de noordelijke Israëlieten naartoe trokken.

God zegt het oordeel aan maar ook de belofte van herstel. Israël zal zijn schuld onder ogen moeten komen. Toch zal God dit volk niet loslaten.

"Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af;.......Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God." (Amos 9:11, 15, HSV)



Lees de Bijbel met mij...235

 Lees Amos 4, 5 en 6

Israël wordt aangesproken op haar afgoderij, decadentie, hoogmoed en onrecht. De altaren voor de gouden kalveren worden speciaal genoemd, evenals hun zelfbedachte godsdienst in Bethel en Gilgal.

Door onrecht zijn hun mooie stenen huizen gebouwd en liggen ze op ivoren bedden, terwijl de arme aan de kant wordt gedrukt. In hoeverre is dit te vergelijken met onze huidige maatschappij? Wat vroeger alleen voor de rijken was weggelegd, is nu bereikbaar voor de gewone man. Maar tegen welke prijs? Vraag je eens af: wie heeft hiervoor de prijs betaald?

Hoelang kan dit nog goed gaan? Amos profeteert dat er honger, ziekte en oorlog komen. Toch bekeert het volk zich hier niet om. De HEERE roept het uit: "Zoek Mij en leef!" (Amos 5:4).

Zoek het toch niet in Bethel of Gilgal, bij zelfbedachte goden die niets kunnen doen. Zoek het goede en niet het kwade, en leef! God wil dolgraag genadig zijn, maar de mensen gaan niet op Zijn uitnodiging in. Ze hebben het te druk met zichzelf en met dat wat Prediker 'lucht' (ijdelheid) zou noemen.

"Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek." (Amos 5:24)

Het draait om het liefhebben van God en de naaste, maar Israël houdt alleen nog maar van zichzelf.

zondag 23 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...234

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)




zaterdag 22 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...233 Het oordeel

 Lees Amos 1, 2 en 3

De profeet Amos (zijn naam betekent. 'drager van lasten') kondigt het oordeel aan. Hij is een gewone veehouder en vijgenkweker die door God is geroepen om te profeteren. Via hem klaagt God het volk aan. De zucht naar geld en roem gaat ten koste van de armen, en daarmee kwetsen ze God Zelf. Hun gewelddadige praktijken, afgoderij en onrechtvaardige winstbejag gaan alle perken te buiten: de rijken vertrappen de armen en de zachtmoedigen worden weggejaagd. Er komt een afrekening, een oordeel.

Eerst komen de buurvolken van Israël aan bod. Amos begint met Syrië (Damaskus). Vanwege hun wrede gewelddadigheid in Gilead zal God vuur werpen in het huis van Hazaël (de koning die destijds in opdracht van de HEERE door Elia/Elisa was aangewezen) en de paleizen van Benhadad verteren. Het volk zal in ballingschap gaan naar Kir.

Dan volgen de Filistijnen uit Gaza. Omdat zij Gods volk als ballingen volledig hebben uitgeleverd aan Edom, zal God vuur werpen op de muren van Gaza en de Filistijnen die overgebleven zijn laten omkomen.

Ten derde wordt Tyrus genoemd. Ook zij hebben een heel volk als ballingen uitgeleverd aan Edom en hebben niet gedacht aan het broederverbond. Daarom zal ook Tyrus met vuur verbrand worden.

Ten vierde komen de Ammonieten aan de beurt. Om hun eigen gebied in Gilead te verruimen, hebben zij zwangere vrouwen opengereten. Als straf zullen hun paleizen in vlammen opgaan onder oorlogsgedruis, en hun koning en vorsten zullen in ballingschap gaan.

Als vijfde volgen de Moabieten, omdat zij de beenderen van de koning van Edom tot kalk hebben verbrand. Moab zal sterven onder oorlogsgedruis en krijgsgeschreeuw.

Daarna komt Juda aan bod. Omdat zij de wet van de HEERE hebben verworpen en Zijn voorschriften niet hebben gehouden, maar achter leugenachtige afgoden zijn aangelopen, zal God vuur op Juda werpen dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren.

Als laatste volgt het zware oordeel over Israël zelf. Zij zijn moreel diep gezonken, terwijl God júíst de Amorieten (die groot en sterk waren) vóór hen had vernietigd en Israël uit Egypte had bevrijd. Vanwege hun sociale onrecht en afgoderij zal al hun kracht en rijkdom verloren gaan; zelfs de snelste en sterkste soldaat zal niet kunnen ontkomen.

"...Komt er kwaad in een stad voor zonder dat de HEERE dat doet? Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:6b-7, HSV)

donderdag 20 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...232

 Lees Jesaja 5, 6, 7 en 8

God stelt Israël voor als een wijngaard en de mannen van Juda als de wijnstokken. Maar de wijngaard brengt slechts wilde druiven voort. De rijken worden rijker ten koste van de armen; van een rechtvaardige samenleving is geen sprake meer. Mensen zijn uit op eigen gewin en hebben geen oog meer voor Degene die hen alles heeft gegeven. De mensen zijn zelfingenomen en trots geworden, liefdeloos, en ze hebben hun hart ten opzichte van Gods woord verhard. God zal Zijn volk daarom loslaten en aan hun lot overlaten.

Jesaja ziet God in een visioen en wordt door Hem geroepen om het oordeel over Zijn volk uit te spreken. Het volk zal door vijandige legers aangevallen worden en in ballingschap worden weggevoerd—Israël als eerste. Het hele land zal bijna geheel verlaten achterblijven. Maar hun stronk, dat wat overblijft, zal een heilig zaad zijn.

In de tijd van Achaz van Juda, de zoon van Jotam, trekken Peka, de koning van Israël, en Rezin, de koning van Aram, op tegen Jeruzalem. Jesaja kalmeert de koning echter: hun poging om Jeruzalem in te nemen zal op niets uitlopen. Israël en de strijdende machthebbers uit Efraïm zullen zelf binnen 65 jaar vernietigd en weggevoerd worden.

Achaz krijgt het teken van de geboorte van een zoon: Immanuel. Deze zoon zal geboren worden, en nog voordat hij het goede van het kwade weet te onderscheiden, zal het land van de twee vijandige koningen ontvolkt zijn. Al de rijkdommen van Damascus en de buit uit Samaria zullen naar de koning van Assur worden gebracht.

De koning van Assur zal met zijn hele leger tot in Juda doordringen, het land steeds verder overspoelen en het tot aan de lippen toe stijgen. Zijn wijdgespreide vleugels zullen het land in de volle breedte bedekken, Immanuel!

"Beraam maar plannen—ze zullen worden verijdeld. Geef maar bevelen—het zal echter niet gebeuren. Want God is met ons." (Jesaja 8:10)

Juda zelf zal figuurlijk kaalgeschoren worden door Assyrië, waardoor normale landbouw niet meer mogelijk is. De mensen zullen moeten leven van wat de natuur biedt, en zij zullen boter en honing eten van het weinige vee dat er nog over is.

Maar God roept de mensen op om niet bang te zijn voor samenzweringen, maar op Hem te vertrouwen: "De HEER van de hemellegers, Hém moet je heiligen, voor Hém moet je angst hebben, voor Hém moet je huiveren."

Ondanks de moeilijke omstandigheden mag Juda op God blijven vertrouwen. Hij is Immanuel, God met ons. Geloof!

Lees de Bijbel met mij...231

 Lees Jesaja 1, 2, 3 en 4

Jesaja profeteerde in de tijd van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda. Jesaja waarschuwt voor liefdeloosheid, het onderdrukken van de weduwe en de wees, en het onrecht in de rechtspraak. Het leven van de mensen draait niet meer om ontzag voor God, maar vooral om henzelf: iemand willen zijn ten koste van de ander, met meer oog voor het uiterlijk dan voor het innerlijk.

"Ik wil dat in alle plaatsen de mannen bij het bidden heilige handen opheffen, zonder ruzie of tweedracht. Ook wil ik dat de vrouwen zich beschaafd en gepast kleden, en dat ze zich tooien met bescheidenheid en eenvoud; niet met fraaie kapsels, goud, parels en kostbare kleding, maar, zoals gepast is voor vrouwen die zeggen God te dienen, met goede daden." (1 TIMOTEÜS 2:10, VB)

Als zij zo doorgaan, zullen ze moeten oogsten wat ze hebben gezaaid. God waarschuwt dat het oordeel gelijk zal zijn aan dat van Sodom en Gomorra. Maar met de waarschuwing geeft God ook uitzicht en hoop: God wil hen zelf witter wassen dan sneeuw. De volken zullen de grootheid van God erkennen en naar Zijn heilige stad komen. Hier zal de aanwezigheid van God als een beschuttende wolk en vuurgloed aanwezig zijn.

Net als in het allereerste begin waarschuwt God. Toch blijft Hij de mens opzoeken: "Mens, waar ben je?" Hij blijft ons uitnodigen om tevoorschijn te komen en Zijn redding te aanvaarden. God wil namelijk niet dat er ook maar één mens verloren gaat. Hij laat ons Zijn hoopvolle toekomst zien. 

woensdag 19 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...230 Koning Uzzia

 Lees 2 Koningen 15 en 2 Kronieken 26

Azaria, ook wel Uzzia genoemd, wordt op zijn zestiende koning over Juda. Hij volgt zijn vader Amazia op en regeert maar liefst 52 jaar. Hij deed, net als zijn vader, wat juist was in de ogen van de HEERE. Alleen bleven ook onder zijn bewind de offerhoogten staan.

De godvrezende Zacharia leerde Uzzia op God te zien en God te zoeken. En in de dagen dat Uzzia de HEERE zocht, maakte God hem voorspoedig.

Koning Uzzia versterkt de steden van Juda en bouwt een goed getraind leger op van meer dan 300.000 man. Hij strijdt succesvol tegen de Filistijnen, de Arabieren en de Meünieten, waardoor hij het gebied van Juda flink uitbreidt. Daarnaast is hij een liefhebber van de landbouw en laat hij vernuftige oorlogswerktuigen ontwerpen. Zijn naam wordt wijd en zijd bekend, want hij werd wonderlijk geholpen.

Maar zoals we steeds lezen: zodra een koning zijn koninkrijk verstevigd had, werd hij hoogmoedig. Het leven ging meer om hemzelf draaien dan om God. Hij vergeet dat het God was die hem succesvol had gemaakt. Hij wil de touwtjes zelf in handen houden en zelf naam maken...

Hij denkt zelfs de rol van de priester over te kunnen nemen, waarna God hem treft met melaatsheid. Hij moet apart wonen en kan nooit meer de tempel binnengaan. Zijn zoon Jotham moet in zijn plaats regeren.

Het tienstammenrijk Israël is een heel ander verhaal. De koningen volgen elkaar daar in rap tempo op en ze blijven zondigen. Het vierde geslacht van Jehu heeft inderdaad, zoals God had beloofd, op de troon gezeten, al zat deze nakomeling Zacharia maar zes maanden op de troon. Het is moord en doodslag onder deze, vaak wrede, koningen. 

Terwijl Uzzia in Juda regeert, zien we in Israël Jerobeam II, Zacharia, Sallum, Menahem, Pekahia, Pekah en Hosea de revue passeren. Deze laatste is de koning van Israël voordat het volk door het Assyrische leger in ballingschap wordt weggevoerd.

Hoogmoed komt voor de val!

dinsdag 18 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...229 Jona

 Lees Jona 1, 2, 3 en 4

"Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad." (Jona 4:2, HSV)

Jona is op de vlucht voor God. Hij wil dat Ninevé, de vijand van Israël, vernietigd wordt en moet er niet aan denken dat God hen zal sparen. Daarom vaart hij naar Tarsis (Spanje). Hij vertelt de bemanning zelfs openlijk dat hij op de vlucht is voor de HEERE.

Onderweg komt het schip in een zware storm terecht. De bemanning probeert te redden wat er te redden valt. Ieder bidt tot zijn eigen god, maar niets helpt. En Jona? Net als Jezus later zal doen, ligt hij diep in het schip te slapen.

Als de mannen horen welke machtige God hij dient – de God die de hemel en de aarde gemaakt heeft – worden zij door grote vrees bevangen. 'Wat heb je gedaan, Jona?' vragen ze. Ze proberen nog met man en macht naar het land te roeien, maar het lukt niet.

Jona stelt daarop voor om hem overboord te gooien. Nadat de mannen vurig bidden of God hen deze daad niet wil toerekenen, gooien ze Jona in de zee, waarna het water direct stil wordt. De mannen komen hierdoor tot geloof en aanbidden de God van Jona.

Jona wordt vervolgens opgeslokt door een grote vis. Hij verblijft daar drie dagen en drie nachten, wat een voorafschaduwing is van Jezus in het graf. In de buik van de vis denkt Jona aan de goedertierenheid van God. Hij bidt in het volste vertrouwen dat hij Gods heilige tempel weer zal zien; hij weet dat God hem ziet en hoort. God redt hem, en de vis spuwt Jona uit op het droge.

Jona gaat alsnog naar Ninevé en brengt Gods boodschap. Het hele volk bekeert zich. Als God dit ziet, ziet Hij af van het aangekondigde oordeel. Jona is hierover woedend. Door middel van een wonderboom laat God hem zien dat zijn woede onterecht is. Ook Ninevé is door God geschapen, en in deze grote stad wonen meer dan 120.000 mensen die het verschil tussen links en rechts nog niet weten, en een grote hoeveelheid vee. Zij verdienen dit oordeel niet.

Hoewel God de ongehoorzame Jona op wonderbaarlijke wijze van de dood heeft gered, heeft Jona zelf geen bewogenheid met de mensen die naar Gods evenbeeld geschapen zijn – terwijl ook zij van deze genadige, barmhartige en goedertieren God een tweede kans krijgen.

zondag 16 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...228 Koning Amazia

 Lees 2 Koningen 14 en 2 Kronieken 25

Koning Amazia deed wat goed was in de ogen van de Heer, maar niet met een volkomen hart. Hij hield zich aan Gods wetten en zodra zijn macht gevestigd was, doodde hij de moordenaars van zijn vader. Daarnaast besloot hij een einde te maken aan de opstand en de aanvallen van de Edomieten, die aan het gezag van Juda waren ontsnapt en zelfs een eigen koning hadden aangesteld.

Hij stelde een leger samen van 300.000 man en huurde daarnaast nog 100.000 strijdkrachten uit Israël in. God liet echter van Zich horen: Hij was niet met de Israëlieten. 

"Maar als u wilt gaan, doe het dan en wees sterk voor de strijd. God zal u echter laten struikelen voor de vijand, want in God is kracht om te helpen en om te laten struikelen. Toen zei Amazia tegen de man Gods: Maar wat dan te doen met de honderd talent die ik aan de troepen van Israël gegeven heb? Daarop zei de man Gods: De HEERE heeft u veel meer te geven dan dit." (2 Kronieken 25:8-9, HSV)

Amazia stuurde het ingehuurde leger uit Israël daarom weer naar huis. De weggestuurde soldaten waren woedend omdat de plunderbuit aan hun neus voorbijging, en uit wraak overvielen zij op de terugtocht de grensdorpen van Juda.

Amazia overwon de Edomieten met zijn eigen leger. Maar daarna gebeurde er iets vreemds: hij nam de afgodsbeelden van de Edomieten mee, ging deze aanbidden en werd overmoedig. Hij daagde de koning van Israël uit voor een gevecht, maar werd vernietigend verslagen. Als gevolg hiervan werd een deel van de muur van Jeruzalem verwoest, werden het goud en de kostbaarheden uit het paleis en de tempel geroofd, en gijzelaars meegenomen. Ook Amazia zelf werd gevangengenomen, maar later weer vrijgelaten.

Nadat koning Joas van Israël stierf, leefde Amazia nog 15 jaar, waarna hij door een samenzwering werd vermoord. Jerobeam II werd vervolgens koning van Israël en Azaria werd koning van Juda. In die tijd verscheen ook de profeet Jona op het toneel. Hij profeteerde dat Jerobeam II het grondgebied van Israël zou uitbreiden, wat de koning ook deed.

Wat mij vooral verbaasd is dat Amazia na de overwinning de afgodsbeelden van de verslagen vijand gaat aanbidden. Hierna stort hij Juda door zijn hoogmoed in het ongeluk. 

Laat je hart één zijn.

zaterdag 15 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...227

 De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

Ik ben bang geweest
dat ik U zou verliezen,
maar aan het eind van al mijn vragen
bent U er nog steeds.

Ik ben nooit alleen;
dat zie ik nu ik omkijk.
U was al die tijd al bij mij,
dwars door alles heen.

Waar ik ook ga,
ik ga nooit alleen.
Er is geen plek
die U niet kent.
Van de allerhoogste berg,
tot aan het diepste van de zee,
er is geen plek
waar U niet bent.




vrijdag 14 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...226 Koning Joas

 Lees 2 Koningen 12 en 13 en 2 Kronieken 24

Joas, de koning van Juda, regeert veertig jaar. Hij herstelt de tempel. Jojada, de hogepriester en zijn pleegvader, sterft op 130-jarige leeftijd en wordt begraven in de koningsgraven. Hierna gaat het echter van kwaad tot erger. Joas luistert naar de vorsten van Juda die hem bezoeken, waarna de afgoderij opnieuw begint. 

Zacharia, de zoon van priester Jojada, wordt vervuld van Gods Geest en waarschuwt het volk. Koning Joas geeft echter het bevel om hem te stenigen. Hiermee doodt hij de zoon van de man die hem destijds zelf van de dood had gered. Na een verloren veldslag tegen de Syriërs wordt Joas in zijn bed vermoord door zijn eigen dienaren. Hij wordt, in tegenstelling tot priester Jojada, niet bijgezet in de koningsgraven.

In diezelfde periode wordt in Israël Joachas, de zoon van Jehu, koning. Ondanks de hervormingen van zijn vader doet hij wat slecht is in de ogen van de Heere en laat ook de gouden kalveren en de gewijde palen staan. Als straf hiervoor wordt Israël onderdrukt door Hazaël, de koning van Syrië. Wanneer Joachas de Heere aanroept, hoort God hem en schenkt Israël een verlosser. Na een regering van zeventien jaar sterft Joachas. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Joas, die koning van Israël wordt in het 37e regeringsjaar van koning Joas van Juda. 

Hoewel deze Israëlische koning Joas ook volhardt in de afgoderij en slechts zestien jaar regeert, bezoekt hij de stervende profeet Elisa. Elisa geeft Joas door een teken te kennen dat hij de Syriërs driemaal zal verslaan. Na de dood van Elisa behaalt Joas inderdaad deze drievoudige overwinning, waarmee hij de steden die zijn vader had verloren weer herovert.

Het geloof van Joas van Juda was niet van hemzelf. Het werd hem met de paplepel ingegoten, maar hij heeft het zich nooit eigen gemaakt. Zodra zijn 'vader' stierf, bleek het geloof alleen aan de buitenkant te zitten. Van God werkelijk kennen was geen sprake. Zodra er anderen met een andere religie kwamen, wilde hij daar ook in meegaan.

Geloof van binnenuit! Dit begint bij een persoonlijke ontmoeting en een levende relatie met God. Het is niet afhankelijk van wat de massa doet of wat een mentor voorschrijft. Dit geloof overleeft crises, verlies en veranderende culturen, omdat het verankerd is in het hart (de identiteit) van de persoon zelf.

Lees de Bijbel met mij 225 God vervult Zijn beloften

 Lees 2 Koningen 9, 10 en 11

Zowel Israël als Juda worden gezuiverd van de invloed van het huis van Achab. Elia had deze profetie ontvangen in 1 Koningen 19:

"En zalf Jehu, de zoon van Nimsi, tot koning van Israël. En Elisa, de zoon van Safat uit Abel-Mehola, moet je zalven tot profeet, als jouw opvolger. Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël, zal door Jehu worden gedood. En wie ontkomt aan het zwaard van Jehu, zal door Elisa worden gedood." (1 Koningen 19:16-17)

Elisa laat Jehu door een jonge profeet zalven tot koning. Jehu is een kleinzoon van Nimsi. Hij voltrekt het vonnis over het huis van Achab en diens afgoderij. Zelfs de broers van koning Achazia van Juda doodt hij, omdat ook zij verwant zijn aan het huis van Achab. Door een list weet hij bovendien de Baälpriesters te doden.  

In Juda is er tegelijkertijd een machtswisseling gaande. Geen legerleider, maar priester Jojada neemt de leiding om Juda te bevrijden van de invloed van Achab en de afgoderij. Hij weet een koningszoon te redden en verbergt hem zes jaar lang in de tempel. Na deze zes jaar kroont hij de jonge Joas tot koning en laat hij de koningin-moeder Athalia doden. Het volk stemt hiermee in en vernietigt de tempel van Baäl en de afgodsbeelden. Heel het land verheugde zich en de stad bleef rustig.

Alles wat geprofeteerd is over het huis van Achab, is uitgekomen. Zelfs het bloed van Naboth is gewroken op het land van zijn eigen wijngaard in Jizreël.

"Weet dat geen woord van wat de Heer over het huis van Achab heeft gezegd onvervuld blijft. De Heer heeft gedaan wat Hij door zijn dienaar Elia heeft gezegd." (2 KONINGEN 10:10, VB)

De twaalf stammen krijgen een nieuwe kans om God te zoeken. In Juda wordt de tempeldienst in ere hersteld, maar in Israël blijven de gouden kalveren in Dan en Bethel staan. 

donderdag 13 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...224 Glorie aan God

 Lees 2 Koningen 5, 6, 7 en 8

Terwijl in Juda de tempeldienst functioneerde en het volk zich afkeerde van de afgoden, was het juist in het goddeloze Israël dat er grote Godsmannen opstonden zoals Elia en Elisa. God liet Israël ondanks hun kwade praktijken niet los. Hij demonstreerde door deze Godsmannen Zijn macht en kracht.

Naäman, een bevelhebber van het vijandelijke leger, wordt genezen. Hij erkent uiteindelijk, in tegenstelling tot de koning van Israël, dat er écht een God is in Israël.Er staat gelijk al aan het begin van dit verhaal dat Naäman in hoog aanzien stond door toedoen van de Heere. Waarschijnlijk is hij trots op zijn positie geworden, want hij voelt zich in zijn eer gekrenkt als Elisa hem een eenvoudige opdracht geeft en hem niet eens persoonlijk te woord staat. Hij voelde zich eigenlijk te groot om zoiets kleins te doen. Gehazi wordt in zijn plaats melaats, omdat hij het wandelen met God verruilt voor aardse eer en rijkdom.

Elisa geeft de koning van Israël de hinderlagen van de Syrische vijand door. De vijand komt erachter dat het een Godsman is die hen doorziet, waarna ze hem gevangen willen nemen en zijn huis omsingelen. Maar Elisa vertrouwt op Gods grotere legermacht. Hij opent de ogen van zijn knecht voor de grootheid van God en leidt de vijand verblind naar het hol van de leeuw (Samaria). De koning van Israël spaart hen op advies van Elisa, wat zo'n indruk maakt dat de Syriërs hun vijandelijkheden tijdelijk staken.

Later belegert de nieuwe koning van Syrië Samaria, waardoor er een grote hongersnood ontstaat. Elisa voorspelt dat de hongersnood in één klap voorbij zal zijn, maar een hoveling gelooft hem niet. Toch bevrijdt God Samaria.

Elisa reist zelfs naar Damascus (de vijand) en vertelt aan Hazaël, de dienaar van de koning van Syrië, dat de koning zal sterven. Ook profeteert hij dat deze dienaar koning zal worden en Israël veel kwaad zal doen. Hazaël vertelt daarna aan zijn koning dat hij zeker zal genezen, maar de volgende dag vermoordt hij de koning en neemt de troon over.

God toont Zijn glorie ook aan Zijn vijanden opdat ieder zal erkennen God is Heer.

woensdag 12 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...223

 Lees 2 Koningen 1, 2, 3 en 4

Het is verwarrend dat er zowel in Juda als in Israël een koning regeerde die Ahazia heette, en beiden was geen lang leven beschoren. De een was Ahazia van Juda, de zoon van Atalia (de dochter van Achab, die was uitgehuwelijkt aan de koning van Juda). De ander was haar broer, Ahazia van Israël, de zoon van Achab.

Ook deze koning Ahazia van Israël leefde niet lang. Na een val uit het venster van zijn bovenvertrek raakte hij zwaargewond. Hij stuurde boden naar de priesters van Baäl-Zebub, de god van Ekron, om te vragen of hij van zijn verwondingen zou herstellen. De profeet Elia kreeg van een engel van de Heer de opdracht om de boden te onderscheppen en hun deze vraag mee te geven voor de koning:

"Is er dan geen God in Israël, dat jullie Baäl-Zebub, de god van Ekron, gaan raadplegen?"

Toen Ahazia dit hoorde, wilde hij Elia laten ophalen. Tot twee keer toe stuurde hij een officier met vijftig mannen, maar beide groepen werden verteerd door vuur uit de hemel. De derde officier smeekte om zijn leven, waarna Elia met hem meeging naar de koning. Elia herhaalde de boodschap van God persoonlijk. Korte tijd later stierf Ahazia aan zijn verwondingen.

Hierna zat de taak van Elia erop. Samen met zijn opvolger Elisa reisde hij van Gilgal naar Bethel en vervolgens naar Jericho. Elia, die net als de latere Johannes de Doper een haren mantel droeg, sloeg met zijn mantel op het water van de Jordaan. Het water week naar links en naar rechts, zodat zij droogvoets konden oversteken. 

Elisa bleef Elia trouw volgen omdat hij wist dat de Heer zijn meester zou wegnemen. Hij vroeg om een dubbel deel van Elia’s geest. Elia antwoordde dat dit alleen zou gebeuren als Elisa hem daadwerkelijk zou zien weggaan. Plotseling verscheen er een vurige wagen met vurige paarden die hen scheidde, en Elia steeg in een stormvlaag op naar de hemel. Elisa zag het gebeuren en raapte Elia's mantel op. Toen hij hiermee op het water van de Jordaan sloeg, week het water opnieuw. 

De profetenzonen uit Jericho zagen dit en erkenden dat de geest van Elia op Elisa rustte. 

*Het eerste wonder dat Elisa daarna verrichtte, was het gezond maken van de giftige waterbron in Jericho door er zout in te werpen.

De opvolger van Ahazia, koning Joram van Israël en Josafat, de koning van Juda, trekken samen met de koning van Edom ten strijde tegen de Moabieten, die geen schatting meer willen betalen. Tijdens de tocht hebben hun dieren geen water meer, waarna Josafat voorstelt om een profeet te raadplegen.

*Elisa wordt geraadpleegd en zegt dat zij geulen moeten graven. De Heere zal die met water vullen en hij belooft de overwinning.

's Ochtends zijn de geulen inderdaad vol met water. De Moabieten zien de zon op het water schijnen, denken dat het bloed is en stormen het legerkamp van Israël binnen. Daar worden zij door de Israëlieten verslagen. De strijd wordt uiteindelijk gestaakt als de koning van Moab zijn oudste zoon op de stadsmuur offert. Dit wil Israël niet op z'n geweten hebben.

Daarna volgen nog meer wonderen van Elisa.

 *Het kruikje olie van de weduwe van een leerling-profeet raakt niet op en vult allen kruiken die ze heeft gekregen om de schulden af te lossen.

*De zoon van de vrouw uit Sunem die weer tot leven wordt gewekt.

*De giftige soep die weer eetbaar wordt door wat meel.

*De twintig gerstebroodjes waarmee 100 mensen worden gevoed en er wordt zelfs overgehouden.

Veel wonderen lijken op de wonderen van Elia.

Elisa om een "dubbel deel" van Elia's geest. Dit zie je direct terug: Elia verrichtte 8 grote wonderen, terwijl Elisa er precies twee keer zoveel deed, namelijk 16 wonderen.

maandag 10 augustus 2026

Lees de Bijbel mer mij...222

 Lees Obadja 1 en Psalm 82 en 83


"Zij zeggen tegen elkaar: ‘We gaan dat hele volk uitroeien. Niemand kent dan nog het volk van Israël.’...Maak hen te schande, misschien zullen zij dan ooit nog eens naar U zoeken, Here...Dan zullen zij eindelijk beseffen dat U de Here bent, dat U de Allerhoogste bent op de aarde."(Psalmen 83:5, 17, 19, HTB)

Veel traditionele Bijbelverklaarders plaatsen Obadja in de tijd van koning Joram (Jehoram) van Juda. In 2 Kronieken 21:16-17 staat dat de Filistijnen en Arabieren Jeruzalem binnenvielen en plunderden. Tegelijkertijd kwamen de Edomieten in opstand tegen Juda.

Obadja is het kleinste boek van het Oude Testament en bevat een profetie over Edom. Toch staat er in dit boek van maar één hoofdstuk ook een klein, maar veelzeggend stukje over Gods verlossingsplan. Eigenlijk staat er een hele 'berg'.

Obadja klaagt Edom aan omdat zij toekeken en meehielpen toen Jeruzalem werd geplunderd. Edom heeft zich met leedvermaak verheugd over de ongeluksdag van Juda. Het heeft zijn broedervolk Israël in de steek gelaten en deed zelfs mee aan de slachting; ze pakten vluchtende Judeeërs op en leverden hen over aan de vijand. God kan echter niet toestaan dat de ene broer de andere doodt. Het oordeel dat Edom boven het hoofd hangt, wordt dan ook afgekondigd. Ze zullen, net als de andere volken, de beker van Gods toorn moeten leegdrinken.

Tegelijkertijd profeteert Obadja dat er bevrijding zal zijn. Iedereen die vlucht naar de berg Sion, zal ontkomen aan het oordeel. Hoewel alle volken en mensen de straf hebben verdiend, zegt de profetie:

"Maar de berg Sion zal een toevluchtsoord zijn, een afgezonderde, heilige plaats. Het volk Israël zal het land weer in bezit nemen...Want verlossers zullen naar de berg Sion komen en heersen over heel Edom. En de Here zal koning zijn!’" (Obadja 1:17,21)

In het Nieuwe Testament wordt deze berg Sion de stad van de levende God genoemd. Hier gaat het over het bloed van Jezus, dat krachtiger spreekt dan het bloed van Abel. Het oordeel over de vermoorde broer (en over al het onrecht in de wereld) wordt verzoend door het bloed van Jezus. Maar we moeten wel komen en Gods vergeving aanvaarden.

"Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, en tot de Middelaar van een nieuw verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenging, dat betere dingen spreekt dan dat van Abel." (Hebreeën 12:22-24, HSV)

Lees de Bijbel met mij...221 Onrust en Gods trouw

 Lees 2 Kronieken 21, 22 en 23

Jehoram, de oudste zoon van koning Josafat, volgde zijn vader op als koning van Juda. Hoewel zijn vader trouw met God wandelde, koos Jehoram het slechte pad. Hij wandelde in de voetsporen van de goddeloze koning Achab van Israël, omdat hij getrouwd was met diens dochter Athalia. Dit fatale huwelijk, dat Josafat destijds zelf had gearrangeerd als politieke alliantie met Achab, bracht de afgoderij rechtstreeks het koningshuis van Juda binnen.

Om zijn troon veilig te stellen, vermoordde Jehoram al zijn broers en een aantal leiders van het land. Hij bouwde offerhoogten en verleidde de inwoners van Juda tot ontrouw aan God. Vanwege deze goddeloosheid stuurde de profeet Elia hem een brief waarin Gods oordeel werd aangekondigd: de Heere zou zijn volk, zijn gezin en zijn eigen lichaam zwaar treffen. Na een regering van acht jaar stierf Jehoram aan een vreselijke ziekte. Tijdens zijn ziekte vielen de Filistijnen en Arabieren het land binnen. Zij plunderden het paleis en doodden al zijn zonen, behalve de jongste.

Na Jehorams dood werd deze jongste zoon, Ahazia, koning. Zijn moeder Athalia moedigde ook hem aan om de goddeloze wegen van het huis van Achab te volgen. Ahazia regeerde maar één jaar en werd toen gedood. Zodra Athalia hoorde dat haar zoon dood was, greep zij zelf de macht. Ze probeerde het hele koninklijke nageslacht van Juda uit te roeien om haar troon te beveiligen. De pasgeboren prins Joas werd echter gered door zijn tante Joseba en door de priester Jojada verborgen in de tempel.

Na zeven jaar greep Jojada moedig in. Hij sloot een verbond met de bevelhebbers en de Levieten om de tempel en de jonge koning te beschermen. Te midden van het volk kroonde Jojada de zevenjarige Joas tot koning. Athalia hoorde het gejuich, snelde naar de tempel en werd buiten de poorten ter dood gebracht. Het hele land was blij en de stad vond eindelijk rust. 

Zo zorgde God ervoor dat de lamp van David bleef branden en er altijd een nakomeling van David op de troon bleef zitten, trouw aan Zijn belofte.

zondag 9 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...220

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)



Er is een volk door God gekozen
om tot zijn licht te zijn.
Het werd uit slavernij gedragen,
op reis door de woestijn.
Het heeft de wet van God gekregen,
een woord van zuiverheid,
een leidraad voor het goede leven,
dat ons in waarheid leidt.

Hoor Israel, o volk van God,
keer weer terug naar zijn gebod.
Hij zal zijn liefde nooit verlaten,
jij hoort bij Hem.
Jeruzalem verscheurde stad,
de Redder komt straks op jouw pad,
Hij zal zich over jou ontfermen,
jij bent van Hem.

En uit dit volk is voortgekomen
de ware Vredevorst,
de Zoon van God en de Messias,
die van het kwaad verlost.
Door Israël werd Hij verworpen,
zij namen Hem niet aan,
toch is dit ons tot heil geworden;
Gods werk is doorgegaan.

Hoor Israel, o volk van God,
keer weer terug naar zijn gebod.
Hij zal zijn liefde nooit verlaten,
jij hoort bij Hem.
Jeruzalem verscheurde stad,
de Redder komt straks op jouw pad,
Hij zal zich over jou ontfermen,
jij bent van Hem.



zaterdag 8 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...219 Koning Josafat

 Lees 1 Koningen 21 en 22  en 2 Kronieken 18, 19 en 20

In het vierde regeringsjaar van Achab, de goddeloze koning van Israël, volgde Josafat zijn vader Asa op als koning van Juda. Hij had eer en rijkdom in overvloed en wandelde in de voetsporen van zijn vader. Hij joeg de tempelprostituees het land uit. Hij deed wat juist was in de ogen van de Heere, behalve dat hij de offerhoogten niet weghaalde, en het feit dat hij vriendschap sloot met Achab en zijn zoon Ahazia. Hij ging zelfs een huwelijksband aan met het huis van Achab. Josafats zoon (Joram) trouwde met de dochter van Achab (Atalia)

Achab wilde samen met Josafat de stad Ramot bevrijden van de Syrische overheersing. Maar Josafat wilde eerst de Heere zoeken. Achab liet daarop 400 profeten komen die de koning allemaal aanspoorden om ten strijde te trekken. Josafat wilde echter een echte profeet van de Heere horen. De profeet Micha vertelde hen dat God de profeten een leugengeest had gegeven om Achab in de strijd te lokken, zodat hij zou sterven.

God had Achab, net als Jerobeam en Baësa, vervloekt. Hij en zijn nageslacht zouden sterven, omdat hij zich net zo goddeloos droeg als de Amorieten die voor het volk Israël uit het land waren verjaagd.

Toch trokken Achab en Josafat toch ten strijde, en Achab stierf door een verdwaalde pijl. Het volk en koning Josafat keerden veilig terug. Toen de zoon van Achab (Ahazia) koning werd, wilde Josafat uiteindelijk — na een mislukt scheepsavontuur dat door God werd gestraft — niets meer met zijn plannen te maken hebben.

Als er later een grote troepenmacht oprukt naar Jeruzalem, zoekt Josafat geen hulp meer bij Israël, maar bij God. Hij vertrouwt erop dat God zal strijden. Dit vertrouwen is zo groot dat hij de Levitische zangers voor het leger uit laat lopen. De soldaten hoeven zelfs niet te vechten, want God zorgt ervoor dat de vijanden elkaar onderling gaat bestrijden.

Josafat was 35 jaar toen hij koning werd en hij regeerde 25 jaar in Jeruzalem.

Op wie stel jij je vertrouwen? 

Wanneer je je hoop vestigt op mensen die niets van God willen weten, raak je soms ongemerkt verstrikt in hun problemen en mislukkingen. Ware trouw aan God vereist dat je op zulke momenten een duidelijke grens durft te stellen.



vrijdag 7 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...218

 Lees 1 Koningen 17, 18, 19 en 20

Israël was zo diep gezonken dat het de profeten van de Heere uitroeide. In plaats van de Heere te aanbidden, werd alleen nog Baäl vereerd. De Heere riep Elia om Achab het oordeel aan te zeggen: op zijn gebed zou er geen regen of dauw meer vallen.

Hierna verdween Elia. Eerst ging hij naar de beek Krith aan de overzijde van de Jordaan, waar hij werd verzorgd door raven. Toen de beek uitdroogde, vertrok hij naar Sarfat. Daar werd hij onderhouden door een weduwe, bij wie het meel en de olie wonderbaarlijk genoeg niet opraakten.

Ondertussen zocht Achab overal naar Elia om een einde te maken aan de extreme droogte. Na vele dagen droogte kreeg Elia van God de opdracht om naar Achab te gaan. Hij nodigde heel Israël uit om naar de berg Karmel te komen, samen met de 450 profeten van Baäl en de 400 profeten van Asjera.

Op de Karmel vroeg Elia het volk om een duidelijke keuze te maken: tussen de God van Israël of Baäl. Hij liet voor beide partijen een altaar klaarmaken met een stier als offer. De God die zou antwoorden met vuur, zou de ware God zijn. De Baälpriesters gingen de uitdaging aan. Ze riepen de hele dag, steeds harder en uitbundiger, maar er kwam geen vuur.

Toen was het de beurt aan Elia. Hij liet twaalf kruiken water over zijn offer gieten, totdat alles kletsnat was. Nadat hij bad, antwoordde God direct met vuur uit de hemel. Het volk zag dit, viel op de knieën en doodde vervolgens de Baälpriesters.

Toen koningin Izebel dit hoorde, zwoer ze wraak. Hierop vluchtte Elia doodsbang de woestijn in. Uiteindelijk ontmoette God hem bij de berg Horeb in het suizen van een zachte wind. Elia kreeg daar nieuwe moed en een drievoudige opdracht: hij moest een nieuwe koning over Syrië en over Israël zalven, en Elisa aanwijzen als zijn opvolger.

De Heere wilde dat Achab zou weten dat Hij de Heere is. Benhadad, de koning van Syrië, belegerde Samaria, maar God beloofde voor Israël te strijden en de overwinning aan Achab te geven. De enorme overmacht van Syrië werd hierdoor door de Heere overwonnen. Achab liet Benhadad echter gaan, terwijl God juist wilde dat hij gedood zou worden. Vanwege deze ongehoorzaamheid kreeg Achab te horen dat hij nu zelf zou sterven in plaats van Benhadad, en dat zijn volk zou vallen in plaats van het volk van Syrië.

God strijdt nog steeds voor Israël, maar toch blijft het volk op twee gedachten hinken. Het blijft ongehoorzaam en datgene doen wat in hun eigen ogen goed lijkt.

donderdag 6 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...217 Koning Josafat

 Lees 1 koningen 15: 25-34 en 16 en 2 Kronieken 17

Na een regeerperiode van 41 jaar sterft Asa, de koning van Juda. Tijdens zijn regeerperiode hebben de koningen van Israël elkaar steeds afgewisseld. Israël drijft steeds verder van God af. De families van koning Jerobeam en koning Baësa worden vervloekt en uitgemoord. Ook ontstaat er onenigheid in Israël over wie de nieuwe koning moet zijn. Uiteindelijk komt Achab aan de macht. Hiermee is het dieptepunt in Israël bereikt: de Baäls worden aanbeden en Jericho is herbouwd.

Josafat, de zoon van Asa, wordt in deze tijd koning over Juda. Ook hij zoekt net als zijn vader God en wandelt in Zijn wegen. Hij haalt de offerhoogten en gewijde palen weg. Daarnaast zorgt hij voor onderwijs; hij stuurt Levieten en priesters door het land om in de steden van Juda te onderwijzen uit de wet.

Het volk brengt Josafat geschenken. Er komt ook vrees voor de Heere in de omringende landen, waardoor zelfs zij geschenken en geld komen brengen. Josafat ontvangt hierdoor rijkdom en eer in overvloed.


woensdag 5 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...216 Koning Asa

Lees 1 Koningen 15: 9-24 en 2 Kronieken 14, 15 en 16

Asa wordt koning na de korte regeringsperiode van zijn vader, in het twintigste regeringsjaar van Jerobeam van Israël. Hij doet wat juist is in de ogen van de Heere, net als zijn voorvader David. Zijn hart is volkomen toegewijd aan de Heere. Hij breekt met de afgodendienst, vernietigt de afgodsbeelden en verbiedt de afgoderij. Zelfs de afgodsbeelden van zijn grootmoeder Maächa spaart hij niet. 

Hij gebiedt Juda om de wet en de geboden na te leven.In deze periode van rust bouwt Asa aan het versterken van de steden. Na tien jaar trekken de Cusjieten op tegen Juda, maar Asa zoekt steun bij God en God strijdt voor hen. Hierdoor behaalt Juda een zeer grote buit.

Ondertussen is Baësa Jerobeam opgevolgd als koning over Israël. Hij wil voorkomen dat Israëlieten naar Juda reizen om God te aanbidden. In het 36 regeringsjaar van Asa bouwt Baësa een fysieke grensbarrière. Asa zoekt hierop hulp bij Benhadad, de koning van Syrië. Voor veel zilver en goud 'koopt' hij zijn hulp. Zelfs het goud en zilver dat geheiligd was aan God. Benhadad jaagt Baësa weg naar Tirza, waarna de grensblokkade in Rama wordt gesloopt. 

Hij maakt hierbij de grote fout dat hij zijn steun zoekt bij een vijand en nu niet Gods hulp zoekt en God neemt hem dat kwalijk. Hij had met Zijn hulp zelfs Syrië kunnen verslaan.

"In die tijd kwam de ziener Hanani naar Asa, de koning van Juda, en zei tegen hem: Omdat u op de koning van Syrië gesteund hebt, en niet gesteund hebt op de HEERE, uw God, daarom is het leger van de koning van Syrië uit uw hand ontkomen." (2 Kronieken 16:7, HSV)

Deze boodschap wordt de ziener niet in dank afgenomen en hij belandt in de gevangenis. In het negenendertigste jaar van zijn regering wordt Asa ernstig ziek, maar ook nu zoekt hij geen hulp bij God. Na een regering van eenenveertig jaar over Juda komt hij te overlijden.

Asa was God volkomen toegewijd op het fanatieke af maar wilde zich niet laten corrigeren.


dinsdag 4 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...215 Koning Abia

 Lees 1 Koningen 15: 1-8 en 2 Kronieken 13: 1-22

Abia, de zoon van Rehabeam, wordt koning nadat Rehabeam zeventien jaar over Jeruzalem heeft geregeerd. De moeder van Abia was Maächa, een kleindochter van Absalom. 

Net als zijn vader zoekt Abia God niet in zijn dagelijks leven. Koningen 15:3 zegt dat Abia's hart niet volkomen toegewijd was aan de HEER, zoals het hart van zijn overgrootvader David. Hij wandelde in de zonden van zijn vader Rehabeam.

Het boek Koningen benadrukt dat Abia de troon alleen maar mocht behouden omdat God een belofte aan David had gedaan om altijd een 'lamp' (een nakomeling) in Jeruzalem te laten branden.

Op een dag tegen trekken Juda en Israël elkaar ten strijde. Hoewel Juda zwaar in de minderheid is tegen de overmacht van Israël, waarschuwt Abia zijn vijand dat alleen Juda op de ware God vertrouwt. Abia stond met 400.500 soldaten tegenover een leger van 800.000 man en hij was omsingeld.

In deze crisis vertouwt hij toch op God en God beschaamt dat vertrouwen niet: Juda brengt Israël een grote slag toe. Uiteindelijk regeert Abia maar drie jaar als koning.

Ondanks zijn korte regeerperiode van drie jaar vertelt de Bijbel dat Abia wel heel machtig werd en een groot gezin achterliet: hij had 14 vrouwen, 22 zonen en 16 dochters.

Hoewel Abia niet volkomen toegewijd was, vertrouwde hij op het moeilijkste moment wel op God.

maandag 3 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...214 Koning Rehabeam

 Lees 2 Kronieken 10, 11 en 12

Rehabeam was 41 jaar oud toen hij koning werd als opvolger van zijn vader Salomo. Zijn moeder was een Ammonitische vrouw. De tien stammen van Israël verlieten hem na de opstand van Jerobeam, nadat Rehabeam weigerde hun zware werklast te verlichten.

Jerobeam verbande vervolgens de Levieten uit hun steden en weidegronden, omdat hij hen niet nodig had. In plaats daarvan bracht hij offers aan demonen en aan de twee gouden kalveren die hij had laten maken.

"Na hen kwamen uit alle stammen van Israël zij die zich met heel hun hart toelegden op het zoeken van de HEERE, de God van Israël, naar Jeruzalem, om de HEERE, de God van hun vaderen, offers te brengen." (2 Kronieken 11:16, HSV)

Ondertussen moest Rehabeam nieuwe voorraadsteden bouwen; hij versterkte vijftien steden en bewapende deze. 

Rehabeam trad echter in de voetsporen van zijn vader en trouwde met vele vrouwen. Hij kreeg 28 zonen en 60 dochters. Zijn zonen verdeelde hij over de versterkte steden. 

"En het gebeurde, toen Rehabeam zijn koningschap gevestigd had en hij sterk geworden was, dat hij de wet van de HEERE verliet, en heel Israël met hem." (2 Kronieken 12:1, HSV)

Rehabeam deed wat slecht was, omdat hij zijn hart er niet op richtte om de Heere te zoeken en na drie jaar verloor hij ook zijn belangstelling voor de tempeldienst, waarna het volk zijn eigen goddeloze gang ging. Uiteindelijk brak er een oorlog uit met Egypte. Rehabeam werd vernederd, en hij en zijn volk werden onderworpen aan de Egyptische koning.

God geeft ze in de handen van deze koning om hem tot dienaren zijn, zodat zij... het verschil tussen Mijn dienst en de dienst van de koninkrijken van de landen leren kennen!

Waarin verschilde de dienst aan God met dienst aan de koninkrijken?


zondag 2 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...213

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)




zaterdag 1 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...212 Dienaar

 Lees 1 Koningen 12, 13 en 14

"Hij zei tegen Jerobeam: Neem er tien stukken van voor uzelf. Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Zie, Ik ga het koninkrijk uit de hand van Salomo losscheuren en Ik zal u tien stammen geven...omdat zij Mij hebben verlaten en zich neergebogen hebben voor Astarte, de god van de Sidoniërs, voor Kamos, de god van de Moabieten, en voor Milkom, de god van de Ammonieten, en niet in Mijn wegen gegaan zijn door te doen wat juist is in Mijn ogen en Mijn verordeningen en bepalingen te houden, zoals zijn vader David." (1 Koningen 11:31, 33, HSV)

Jerobeam was een man uit Efrata. Hij ontving via de profeet Ahia een profetie dat hij koning zou worden over de tien stammen van Israël. Toen Salomo dit hoorde, wilde hij hem doden. Jerobeam vluchtte daarop naar Egypte en verbleef daar tot de dood van Salomo.

Na Salomo's overlijden werd zijn zoon Rehabeam koning. Het volk, aangevoerd door Jerobeam, vroeg de nieuwe koning om lichtere lasten. De oudere wijzen raadden Rehabeam aan om op dit verzoek in te gaan en vriendelijke woorden te spreken: als hij het volk nu zou dienen, zouden zij voor altijd zijn dienaren blijven.

Rehabeam luisterde echter naar de jonge mannen met wie hij was opgegroeid. Hij vertelde het volk dat hij hun lasten juist zwaarder zou maken. Hierop scheidden de tien stammen zich af en kozen zij Jerobeam als hun leider. Jerobeam vertrouwde echter niet op God, die hem deze positie gegeven had. Was hij gaan denken dat alle voorspoed aan zijn eigen kracht te danken was?

Hij was bang dat het volk door de tempeldienst in Jeruzalem weer trouw zou worden aan Rehabeam. Om dit te voorkomen, maakte hij twee gouden kalveren en stelde hij priesters aan die niet uit de stam Levi kwamen. Hij wilde zijn eigen positie veiligstellen, maar raakte juist daardoor uiteindelijk alles kwijt.

De geschiedenis van Rehabeam en Jerobeam laat pijnlijk zien wat er gebeurt als leiderschap omslaat in hoogmoed en angst: een goede leider moet altijd God en het volk dienstbaar blijven.

Lees de Bijbel met mij...246

 Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30 Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan...