Lees 2 Koningen 9, 10 en 11
Zowel Israël als Juda worden gezuiverd van de invloed van het huis van Achab. Elia had deze profetie ontvangen in 1 Koningen 19:
"En zalf Jehu, de zoon van Nimsi, tot koning van Israël. En Elisa, de zoon van Safat uit Abel-Mehola, moet je zalven tot profeet, als jouw opvolger. Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël, zal door Jehu worden gedood. En wie ontkomt aan het zwaard van Jehu, zal door Elisa worden gedood." (1 Koningen 19:16-17)
Elisa laat Jehu door een jonge profeet zalven tot koning. Jehu is een kleinzoon van Nimsi. Hij voltrekt het vonnis over het huis van Achab en diens afgoderij. Zelfs de broers van koning Achazia van Juda doodt hij, omdat ook zij verwant zijn aan het huis van Achab. Door een list weet hij bovendien de Baälpriesters te doden.
In Juda is er tegelijkertijd een machtswisseling gaande. Geen legerleider, maar priester Jojada neemt de leiding om Juda te bevrijden van de invloed van Achab en de afgoderij. Hij weet een koningszoon te redden en verbergt hem zes jaar lang in de tempel. Na deze zes jaar kroont hij de jonge Joas tot koning en laat hij de koningin-moeder Athalia doden. Het volk stemt hiermee in en vernietigt de tempel van Baäl en de afgodsbeelden. Heel het land verheugde zich en de stad bleef rustig.
Alles wat geprofeteerd is over het huis van Achab, is uitgekomen. Zelfs het bloed van Naboth is gewroken op het land van zijn eigen wijngaard in Jizreël.
"Weet dat geen woord van wat de Heer over het huis van Achab heeft gezegd onvervuld blijft. De Heer heeft gedaan wat Hij door zijn dienaar Elia heeft gezegd." (2 KONINGEN 10:10, VB)
De twaalf stammen krijgen een nieuwe kans om God te zoeken. In Juda wordt de tempeldienst in ere hersteld, maar in Israël blijven de gouden kalveren in Dan en Bethel staan.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten