Posts tonen met het label De Bijbel lezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Bijbel lezen. Alle posts tonen

vrijdag 4 september 2026

Lees de Bijbel met mij...246

 Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30

Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan. Achaz was de man die de broers van Hizkia door het vuur had laten gaan; hij had kindoffers gebracht aan afgoden om de goden gunstig te stemmen en het goede af te dwingen.

Hizkia verafschuwde deze afgoderij en wilde de Heere dienen zoals zijn voorvader David dat had gedaan. Radicaal brak hij met de afgoderij van zijn vader. Hij was de eerste koning die de offerhoogten wegnam. Ook vernietigde hij de koperen slang die Mozes had gemaakt, omdat de mensen deze slang waren gaan aanbidden. 

Na het diepe dal onder zijn vader Achaz bracht Hizkia een ware reformatie teweeg. Hizkia vertrouwde de HEERE volkomen en volgde Hem in alles wat hij deed, zoals geen koning voor hem of na hem heeft gedaan.

Hizkia liet de tempel herstellen en stelde de tempeldienst weer in. De Levieten en de priesters heiligden het huis van de HEERE in twee keer acht dagen. Hizkia liet zondoffers brengen voor heel Israël. Ook werden de aanbidding en de muziek weer in ere hersteld.

Hizkia nodigde heel Israël uit om naar het huis van de HEERE in Jeruzalem te komen om het Pascha te vieren. Van Berseba in het uiterste zuiden tot Dan in het uiterste noorden werd de oproep gedaan: 

"Bekeer u tot de HEERE, de God van Abraham, Izak en Israël... Geef de HEERE de hand en kom naar Zijn heiligdom." 

Hizkia hield de mensen voor dat, als zij zich zouden bekeren, de HEERE Zijn toorn van hen zou afkeren en de ballingen zouden terugkeren. God is immers genadig en barmhartig.

Niet iedereen gaf gehoor aan de oproep, maar toch kwam een gedeelte van het volk uit Israël naar Jeruzalem en vierden zij het Pascha.

donderdag 3 september 2026

Lees de Bijbel met mij...245

 Lees 24, 25 ,26 en 27

Jesaja spreekt niet alleen over het onheil van Israël en de omringende volken, maar ook over het oordeel over de hele aarde. Alle volken zullen dit oordeel ondergaan; zij zullen moeten boeten. De aarde zal openscheuren en beven. De volle maan zal rood worden van schaamte en de gloeiende zon zal beschaamd worden. Maar de mensen die overblijven, zullen niet meer juichen om hun aardse omstandigheden — want er valt nergens meer om te juichen — maar zij zullen juichen om de majesteit van God.

Zíj zullen hun stem verheffen, zij zullen vrolijk zingen; om de majesteit van de HEERE zullen zij juichen, van de zee af. Eer daarom de HEERE in de landen van het licht, op de eilanden in de zee de Naam van de HEERE, de God van Israël. Vanaf het uiterste einde der aarde horen wij psalmen tot verheerlijking van de Rechtvaardige...” (Jesaja 24:14-16, HSV)

De HEERE zal regeren op de berg Sion en voor Zijn oudsten zal er heerlijkheid zijn. “De HEERE van de legermachten zal op deze berg voor alle volken een feestmaal met uitgelezen gerechten aanrichten, een feestmaal met gerijpte wijnen, met uitgelezen gerechten vol merg, met gezuiverde gerijpte wijnen. En Hij zal op deze berg verslinden de sluier waarmee het gezicht van alle volken omsluierd is, en de bedekking waarmee alle naties bedekt zijn. Hij zal de dood voor altijd verslinden, de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde, want de HEERE heeft gesproken.” (Jesaja 25:6-8, HSV)

Door de oordelen zullen de bewoners van de wereld leren wat gerechtigheid is. Zij zullen God leren kennen. God zal gerechtigheid, redding, herstel, troost en vreugde brengen. Ieder die zichzelf verhoogde, zal vernederd worden. De ellendige, de arme en de rechtvaardige zullen daarentegen verhoogd worden. God zal de slang vernietigen met Zijn zwaard: het Woord van God.

woensdag 2 september 2026

Lees de Bijbel met mij...244

 Lees Jesaja 20, 21, 22 en 23

Israël zoekt zijn heil bij Egypte, maar Jesaja laat aanschouwelijk zien wat er met Egypte en Cusj zal gebeuren. Ze zullen als berooide ballingen weggevoerd worden. Hulp zoeken bij Egypte zal niet baten. Drie jaar lang ging Jesaja in opdracht van de HEERE naakt en blootsvoets... arme Jesaja.

Babel zal geveld en verwoest worden door de Meden. Ook Edom en Arabië worden niet gespaard.Uiteindelijk zullen ook Juda en Jeruzalem worden belegerd. Men heeft geen oog voor God, die hen altijd heeft geleid. In plaats van verdriet en berouw te tonen, vieren de mensen het leven en vergeten ze wie hen het leven gaf.

Maar zie, er is vreugde en blijdschap, men doodt runderen en slacht schapen, men eet vlees en drinkt wijn. Men zegt: Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij! (Jesaja 22:13, HSV)

Sebna, het hoofd van de hofhouding, zal weggevoerd worden en Eljakim zal zijn plaats innemen. Hij zal als een vader zijn voor Juda, maar die grote verantwoordelijkheid zal hij uiteindelijk niet kunnen dragen. Ook hij zal ten val komen.

Tyrus, de inkomstenbron van Israël, en de schepen die rijkdommen brachten, zullen verwoest worden. De handelaren worden werkloos. Toch zal de stad na 70 jaar weer handel kunnen drijven, maar dan op een goede manier: haar winst zal de HEERE geheiligd zijn.

Jesaja brengt het oordeel, maar de mensen gaan gewoon door waar ze mee bezig zijn. Zij zijn geestelijk blind en doof. Net zoals God al had voorspeld bij de roeping van Jesaja: "Hoor wel, maar begrijp niet; en zie wel, maar merk niet op."

maandag 31 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij 243

 Lees Jesaja 16, 17, 18 en 19

Jesaja raadt Moab aan om zich onderdanig op te stellen en barmhartig te zijn. Het land zal geslagen en vernederd worden, maar de profeet spoort hen aan om op Gods Koninkrijk te blijven hopen. De komende Messias zal uiteindelijk ook opkomen voor hun recht.

De samenwerking tussen Syrië (Damascus) en Efraïm (de strijders van Israël) om te strijden tegen Achaz, de koning van Juda, werd een fiasco. Achaz huurde de Assyrische strijdkrachten in, die Syrië en Efraïm een grote slag toebrachten. Dat is wat we hier lezen: wie Gods volk aanraakt, raakt God Zelf aan.

Toch zien we ook hier weer dat God Zich na de slag zal ontfermen. De mens zal niet meer kijken naar de werken van eigen handen, maar naar de werken van God; naar Hem die hem gemaakt heeft.

Koesj, het Nubische volk van dappere strijders, wordt gewaarschuwd dat menselijke plannen falen. Hun land zal door rivieren worden doorsneden en overspoeld, en zij zullen Israël niet kunnen redden. Maar uiteindelijk zullen ook zij de HEERE hulde brengen.

Israël zocht zijn heil ook bij Egypte, maar ook dit volk zal hen niet kunnen helpen. Egypte is intern verdeeld en strijdt onderling. Het land zal bovendien door droogte worden getroffen. De misleide hulp aan Israël zal hen duur te staan komen. Toch zal ook hier eens de God van Israël worden aanbeden. Wanneer zij de HEERE aanroepen, zal God hen een Redder zenden.

"Op die dag zal er een gebaande weg zijn van Egypte naar Assyrië. De Assyriërs zullen in Egypte komen en de Egyptenaren in Assyrië. De Egyptenaren zullen samen met de Assyriërs de HEERE dienen. Op die dag zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assyrië, een zegen in het midden van de aarde. Want de HEERE van de legermachten zal hen zegenen met de woorden: Gezegend zij Mijn volk Egypte, het werk van Mijn handen Assyrië, en Mijn eigendom Israël!"(Jesaja 19:23-25, HSV)

In al deze gevallen zal God slaan en genezen, opdat zij Hem zullen zoeken en vinden. God is de God alle volken.



zondag 30 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...242

 Lees Jesaja 12, 13, 14 en 15

Danken omdat de Heere toornig op je is geweest? Danken ondanks alles? God heeft in genade zijn toorn niet ten volle ten uitvoer gebracht en heeft troost na straf gegeven. Jesaja weet ondanks de omstandigheden dat alleen God zijn redding is. Hij zal blijven vertrouwen en geen angst hebben. God zal kracht en vreugde geven. Hij weet: Groot in uw midden is de Heilige van Israël. De reden voor zijn dank is God zelf.

Babylon wordt gewaarschuwd voor haar godlasterlijke trots, gewelddadige onderdrukking en goddeloosheid. Het nietsontziende rijk van de Meden zal Babylon ondersteboven keren. Het rijk zal vallen en een nieuwe wereldmacht zal opstaan. Israël zal weer bevrijd worden uit de ballingschap. De aarde zal weer tot rust komen.

Ook Assyrië, Filistea en Moab zullen hun straf niet ontlopen. Assyrië zal weer verdreven worden van het land van de Heere.

God zal zich weer over Jakob ontfermen. Hier wordt Israël weer Jakob (de mens in zijn zwakheid) genoemd. God belooft Israël weer op eigen grond terug te brengen; terug uit de ballingschap en de slavernij. Rust na onrust, vreugde na smart. De Heere zal Sion grondvesten en het zal een toevlucht zijn voor de ellendigen. Israël is en blijft Zijn volk.

God is goed altijd en altijd is God goed.


Lees de Bijbel met mij...241

 De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)



zaterdag 29 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...240

 Lees 2 Kronieken 28 en 2 Koningen 16 en 17

Het ging zo goed na de hervorming van Joas. De koningen deden wat juist was in de ogen van God, maar steeds niet met een volkomen hart, en zij weken af nadat ze zich gevestigd hadden.

 Na Joas kwam Amazia, die zonder de soldaten van Israël de Edomieten overwon, en Uzzia, die melaats werd nadat hij als priester wilde optreden. Van Jotham staat er dat hij de tempel niet wilde binnengaan, de plaats waar zijn vader melaats was geworden.

Nu komt zijn zoon Achaz op de troon. Ineens lezen we weer dat hij niet deed wat juist was. Toch stak de invloed van Israël weer de kop op. Hij maakte afgodsbeelden en verbrandde zijn zonen als kindoffer. Hij wordt daarop aangevallen door Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de koning van Israël.

De Edomieten en Filistijnen zien hun kans schoon en maken gebruik van deze situatie door de steden van Juda aan te vallen; ze voeren gevangenen weg en nemen hun steden in.

Het leger van Israël doodt 120.000 dappere Judese mannen die de God van hun vaderen hadden verlaten. Ook worden nog eens 200.000 Judese vrouwen, zonen en dochters gevangen genomen en weggevoerd door Israël. Maar als ze op weg gaan naar Samaria, komen ze door het woord van de profeet Oded tot inkeer. De mannen van Samaria kleedden de gevangenen, gaven hun te eten en te drinken, zalfden hen en brachten hen op ezels terug naar hun broeders in Jericho. In heel veel opzichten is dit verhaal te vergelijken met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

In plaats van op God te vertrouwen, zocht Achaz hulp bij Tiglatpileser, de koning van Assyrië, De Assyrische koning trok op en nam Damascus in. Achaz reisde naar Damascus om de koning van Assyrië te ontmoeten. Daar zag hij het heidense altaar en stuurde een afbeelding hiervan naar de priester Uria, met het bevel eenzelfde altaar te bouwen in Jeruzalem. Achaz veranderde zo de inrichting van de tempel en de tempeldienst ten gunste van de koning van Assyrië.

Ondertussen lezen we dat Hosea samenzwoer tegen Pekah, hem doodde en hem opvolgde als koning van Israël. De koning van Assyrië trekt tegen Israël op, waarop Israël schatting aan Assyrië moet afdragen. Hosea zoekt hulp bij Egypte, maar dat wordt ontdekt en zo is Hosea de laatste koning van Israël. In het negende jaar van Hosea werd het tienstammenrijk definitief door de koning van Assyrië in ballingschap weggevoerd.

Vanaf dat moment kwamen de echte 'Samaritanen' in het land wonen. De koning van Assyrië liet er volken wonen die hij had overwonnen. En deze volken wilden de God van dat land dienen, omdat zij merkten dat de God van het land zich tegen hen keerde. De koning zond Israëlische priesters die het volk moesten leren hoe ze de God van Israël moeten dienen. Maar daarnaast bleven ze ook hun eigen goden dienen.

Telkens weer zoekt de mens zijn hulp in eigen kracht en mogelijkheden en niet bij God.

vrijdag 28 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...239

 Lees Micha 5, 6 en 7

Micha verkondigt dat Bethlehem de plaats zal zijn waar de eeuwige Heerser vandaan zal komen. Er staat dat Zijn oorsprongen van oudsher zijn, van eeuwige dagen af. Dit wijst allemaal naar Jezus, die God al vóór de grondlegging van de wereld liefhad en kende.

Jezus zei dit ook over Zichzelf: «Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Van vóór Abraham er was, ben Ik.» (Johannes 8:58, HSV).

De mens heeft zijn eigen manieren bedacht om God te behagen en te doen wat goed was in zijn eigen ogen. God roept de mens echter ter verantwoording: waarmee had Hij hen vermoeid? Hij was toch degene die hen had verlost? De HEERE vroeg niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig met hun God te wandelen. Hij vroeg om liefde; liefde voor de medemens en voor Hemzelf. Hoe moeilijk kon dat zijn?

Micha zal met Israël de strafgerichten moeten ondergaan. Maar ondanks alle ellende blijft hij uitzien naar de God die barmhartig en genadig is. Hij weet dat God zal opkomen voor zijn recht en blijft hoopvol uitzien:

"Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen. (...) want als ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; als ik in duisternis zit, is de HEERE mij een licht. Ik zal de toorn van de HEERE dragen – want ik heb tegen Hem gezondigd – totdat Hij mijn rechtszaak voert en mij recht verschaft. Hij zal mij uitleiden naar het licht, ik zal Zijn gerechtigheid zien." (Micha 7:7-9, HSV).

Het boek eindigt met een lofprijzing: Wie is als God? Hij is het die genadig is en Zich zal ontfermen als een Goede Herder. God zal al hun zonden werpen in de diepten van de zee.

Jezus is gekomen om zondaren te redden!

donderdag 27 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...238 Micha

 Lees Micha 1, 2, 3 en 4

Micha kondigt het oordeel aan over de hoofdsteden van Israël en Juda. De Assyriërs trekken op om Israël in ballingschap mee te voeren. Maar ook Juda wordt hierdoor bedreigd, omdat het volk nog steeds offert op de offerhoogten. Twaalf zuidelijk gelegen Judese plaatsen worden met een woordspeling genoemd en gewaarschuwd. Ook in Juda is de zonde van Israël gevonden; de vijand staat al tot aan de poorten van Jeruzalem.

De onrechtvaardigen zullen hun verdiende loon krijgen: oog om oog en tand om tand. Het zal verschrikkelijk zijn. Omdat het land verontreinigd is, is het niet langer een land van rust. Toch kondigt God in ditzelfde gedeelte ook het heil aan. God zal het overblijfsel verzamelen als een kudde schapen. De Doorbreker, de Koning, de HEERE, zal voor hen uitgaan.

De leugenprofeten profeteren voor geld, wijn en sterke drank. Ze vertellen wat de mensen willen horen. Zij hoeven geen antwoord van God te verwachten. Micha daarentegen is vol van de Geest van de HEERE, vol van recht en heldenmoed om de overtredingen van Israël te verkondigen. Jeruzalem zal een puinhoop worden, maar ook nu weer wordt met het onheil tegelijk het heil aangekondigd.

"Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen. Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem." (Micha 4:1-2, HSV)

Er zal echte vrede komen en er zal geen oorlog meer zijn. Maar eerst zal Jeruzalem naar Babel worden gevoerd; daar zal de HEERE hen verzamelen en verlossen. Alles wordt voorzegd voordat het gebeurt.

"Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:7, HSV)

woensdag 26 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...237

 Lees 2 Kronieken 27 en Jesaja 9, 10 en 11

"Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde." (Jesaja 11:12, HSV)

Jesaja sprak de overbekende verzen uit die wij vaak met Kerst gebruiken: "Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien..." en "Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven..." God belooft hierin bevrijding en herstel voor het overblijfsel van Israël en Juda, en daarmee ook voor de omringende volken. Er zal een mondiale Regeerder komen die eeuwig rechtvaardig zal heersen, waardoor er werkelijke vrede zal zijn.

Maar vóór die tijd zullen eerst Israël door de Assyriërs en later Juda door de Babylonische koning in ballingschap worden weggevoerd. Ondanks alle tegenslagen bekeert Israël zich nog steeds niet. Zij krijgen als eerste de aankondiging dat de Filistijnen en de Assyriërs hen zullen aanvallen en wegvoeren.

Maar ook de koning van Assyrië krijgt een waarschuwing. God gebruikt hem weliswaar als instrument om te straffen, maar de koning is trots en hoogmoedig geworden en heeft God niet de eer gegeven. Hij wil ook Jeruzalem veroveren, maar daar zal God ingrijpen. Juda zal daarom nog een tijdlang door God worden beschermd.

"Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt." (Spreuken 21:1, HSV)

Hoewel zowel Israël als Juda in ballingschap worden weggevoerd, belooft God de Messias: het Twijgje uit de stronk van Isaï en het Vrederijk dat zal komen. God zal de verdrevenen van Israël en de verstrooiden van Juda weer verzamelen. Er zal zelfs een gebaande weg zijn, recht door de Eufraat.

Zelfs in de zwaarste aankondiging van straf, laat God Zijn volk nooit los; Hij biedt altijd weer een hoopvol uitzicht op herstel.

maandag 24 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...236

 Lees Amos 7, 8 en 9

"Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar om de woorden van de HEERE te horen." (Amos 8:11, HSV)

In deze hoofdstukken lezen we meer over de afgodendienst van Israël. Koning Jerobeam liet gouden kalveren plaatsen om te voorkomen dat het volk naar het Jeruzalem zou trekken. Eén in Bethel ten zuiden en één in Dan, het uiterste noorden om de noordelijke stammen te bedienen. Zij hoefden zo niet helemaal naar Bethel te reizen.

Het andere gouden kalf  in Bethel was het religieuze middelpunt van het tienstammenrijk, waar ook de koningen hun offers brachten. Hoewel Bethel slechts 15 kilometer van Jeruzalem lag, wilden de koningen van Israël, koste wat het kost, voorkomen dat de Israëlieten zouden overlopen naar het koninkrijk van Juda. 

God had immers Jeruzalem aangewezen als de centrale plaats voor aanbidding, maar de Israëlieten aanbaden het gouden kalf liever op de historische plek waar aartsvader Jakob de hemel geopend had gezien. Vanwege deze afgoderij werd Bethel (het Huis van God) door de profeten later ook wel spottend Beth-Aven genoemd: het Huis van goddeloosheid (of Huis van ijdelheid).

Daarnaast lezen we over de plaats Berseba. Deze stad lag in het uiterste zuiden. De uitdrukking "van Dan tot Berseba" werd in de Bijbel gebruikt om heel Israël aan te duiden. Het uiterste noorden en het uiterste zuiden van Israël.

In Berseba hadden de aartsvaders Abraham, Izak en Jakob in het verleden altaren gebouwd en de Naam van de Heere aangeroepen. In de tijd van de koningen was deze historische plek helaas uitgegroeid tot een afgodisch pelgrimsoord, waar zelfs de noordelijke Israëlieten naartoe trokken.

God zegt het oordeel aan maar ook de belofte van herstel. Israël zal zijn schuld onder ogen moeten komen. Toch zal God dit volk niet loslaten.

"Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af;.......Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God." (Amos 9:11, 15, HSV)



Lees de Bijbel met mij...235

 Lees Amos 4, 5 en 6

Israël wordt aangesproken op haar afgoderij, decadentie, hoogmoed en onrecht. De altaren voor de gouden kalveren worden speciaal genoemd, evenals hun zelfbedachte godsdienst in Bethel en Gilgal.

Door onrecht zijn hun mooie stenen huizen gebouwd en liggen ze op ivoren bedden, terwijl de arme aan de kant wordt gedrukt. In hoeverre is dit te vergelijken met onze huidige maatschappij? Wat vroeger alleen voor de rijken was weggelegd, is nu bereikbaar voor de gewone man. Maar tegen welke prijs? Vraag je eens af: wie heeft hiervoor de prijs betaald?

Hoelang kan dit nog goed gaan? Amos profeteert dat er honger, ziekte en oorlog komen. Toch bekeert het volk zich hier niet om. De HEERE roept het uit: "Zoek Mij en leef!" (Amos 5:4).

Zoek het toch niet in Bethel of Gilgal, bij zelfbedachte goden die niets kunnen doen. Zoek het goede en niet het kwade, en leef! God wil dolgraag genadig zijn, maar de mensen gaan niet op Zijn uitnodiging in. Ze hebben het te druk met zichzelf en met dat wat Prediker 'lucht' (ijdelheid) zou noemen.

"Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek." (Amos 5:24)

Het draait om het liefhebben van God en de naaste, maar Israël houdt alleen nog maar van zichzelf.

zondag 23 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...234

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)




zaterdag 22 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...233 Het oordeel

 Lees Amos 1, 2 en 3

De profeet Amos (zijn naam betekent. 'drager van lasten') kondigt het oordeel aan. Hij is een gewone veehouder en vijgenkweker die door God is geroepen om te profeteren. Via hem klaagt God het volk aan. De zucht naar geld en roem gaat ten koste van de armen, en daarmee kwetsen ze God Zelf. Hun gewelddadige praktijken, afgoderij en onrechtvaardige winstbejag gaan alle perken te buiten: de rijken vertrappen de armen en de zachtmoedigen worden weggejaagd. Er komt een afrekening, een oordeel.

Eerst komen de buurvolken van Israël aan bod. Amos begint met Syrië (Damaskus). Vanwege hun wrede gewelddadigheid in Gilead zal God vuur werpen in het huis van Hazaël (de koning die destijds in opdracht van de HEERE door Elia/Elisa was aangewezen) en de paleizen van Benhadad verteren. Het volk zal in ballingschap gaan naar Kir.

Dan volgen de Filistijnen uit Gaza. Omdat zij Gods volk als ballingen volledig hebben uitgeleverd aan Edom, zal God vuur werpen op de muren van Gaza en de Filistijnen die overgebleven zijn laten omkomen.

Ten derde wordt Tyrus genoemd. Ook zij hebben een heel volk als ballingen uitgeleverd aan Edom en hebben niet gedacht aan het broederverbond. Daarom zal ook Tyrus met vuur verbrand worden.

Ten vierde komen de Ammonieten aan de beurt. Om hun eigen gebied in Gilead te verruimen, hebben zij zwangere vrouwen opengereten. Als straf zullen hun paleizen in vlammen opgaan onder oorlogsgedruis, en hun koning en vorsten zullen in ballingschap gaan.

Als vijfde volgen de Moabieten, omdat zij de beenderen van de koning van Edom tot kalk hebben verbrand. Moab zal sterven onder oorlogsgedruis en krijgsgeschreeuw.

Daarna komt Juda aan bod. Omdat zij de wet van de HEERE hebben verworpen en Zijn voorschriften niet hebben gehouden, maar achter leugenachtige afgoden zijn aangelopen, zal God vuur op Juda werpen dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren.

Als laatste volgt het zware oordeel over Israël zelf. Zij zijn moreel diep gezonken, terwijl God júíst de Amorieten (die groot en sterk waren) vóór hen had vernietigd en Israël uit Egypte had bevrijd. Vanwege hun sociale onrecht en afgoderij zal al hun kracht en rijkdom verloren gaan; zelfs de snelste en sterkste soldaat zal niet kunnen ontkomen.

"...Komt er kwaad in een stad voor zonder dat de HEERE dat doet? Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:6b-7, HSV)

donderdag 20 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...232

 Lees Jesaja 5, 6, 7 en 8

God stelt Israël voor als een wijngaard en de mannen van Juda als de wijnstokken. Maar de wijngaard brengt slechts wilde druiven voort. De rijken worden rijker ten koste van de armen; van een rechtvaardige samenleving is geen sprake meer. Mensen zijn uit op eigen gewin en hebben geen oog meer voor Degene die hen alles heeft gegeven. De mensen zijn zelfingenomen en trots geworden, liefdeloos, en ze hebben hun hart ten opzichte van Gods woord verhard. God zal Zijn volk daarom loslaten en aan hun lot overlaten.

Jesaja ziet God in een visioen en wordt door Hem geroepen om het oordeel over Zijn volk uit te spreken. Het volk zal door vijandige legers aangevallen worden en in ballingschap worden weggevoerd—Israël als eerste. Het hele land zal bijna geheel verlaten achterblijven. Maar hun stronk, dat wat overblijft, zal een heilig zaad zijn.

In de tijd van Achaz van Juda, de zoon van Jotam, trekken Peka, de koning van Israël, en Rezin, de koning van Aram, op tegen Jeruzalem. Jesaja kalmeert de koning echter: hun poging om Jeruzalem in te nemen zal op niets uitlopen. Israël en de strijdende machthebbers uit Efraïm zullen zelf binnen 65 jaar vernietigd en weggevoerd worden.

Achaz krijgt het teken van de geboorte van een zoon: Immanuel. Deze zoon zal geboren worden, en nog voordat hij het goede van het kwade weet te onderscheiden, zal het land van de twee vijandige koningen ontvolkt zijn. Al de rijkdommen van Damascus en de buit uit Samaria zullen naar de koning van Assur worden gebracht.

De koning van Assur zal met zijn hele leger tot in Juda doordringen, het land steeds verder overspoelen en het tot aan de lippen toe stijgen. Zijn wijdgespreide vleugels zullen het land in de volle breedte bedekken, Immanuel!

"Beraam maar plannen—ze zullen worden verijdeld. Geef maar bevelen—het zal echter niet gebeuren. Want God is met ons." (Jesaja 8:10)

Juda zelf zal figuurlijk kaalgeschoren worden door Assyrië, waardoor normale landbouw niet meer mogelijk is. De mensen zullen moeten leven van wat de natuur biedt, en zij zullen boter en honing eten van het weinige vee dat er nog over is.

Maar God roept de mensen op om niet bang te zijn voor samenzweringen, maar op Hem te vertrouwen: "De HEER van de hemellegers, Hém moet je heiligen, voor Hém moet je angst hebben, voor Hém moet je huiveren."

Ondanks de moeilijke omstandigheden mag Juda op God blijven vertrouwen. Hij is Immanuel, God met ons. Geloof!

Lees de Bijbel met mij...231

 Lees Jesaja 1, 2, 3 en 4

Jesaja profeteerde in de tijd van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia, de koningen van Juda. Jesaja waarschuwt voor liefdeloosheid, het onderdrukken van de weduwe en de wees, en het onrecht in de rechtspraak. Het leven van de mensen draait niet meer om ontzag voor God, maar vooral om henzelf: iemand willen zijn ten koste van de ander, met meer oog voor het uiterlijk dan voor het innerlijk.

"Ik wil dat in alle plaatsen de mannen bij het bidden heilige handen opheffen, zonder ruzie of tweedracht. Ook wil ik dat de vrouwen zich beschaafd en gepast kleden, en dat ze zich tooien met bescheidenheid en eenvoud; niet met fraaie kapsels, goud, parels en kostbare kleding, maar, zoals gepast is voor vrouwen die zeggen God te dienen, met goede daden." (1 TIMOTEÜS 2:10, VB)

Als zij zo doorgaan, zullen ze moeten oogsten wat ze hebben gezaaid. God waarschuwt dat het oordeel gelijk zal zijn aan dat van Sodom en Gomorra. Maar met de waarschuwing geeft God ook uitzicht en hoop: God wil hen zelf witter wassen dan sneeuw. De volken zullen de grootheid van God erkennen en naar Zijn heilige stad komen. Hier zal de aanwezigheid van God als een beschuttende wolk en vuurgloed aanwezig zijn.

Net als in het allereerste begin waarschuwt God. Toch blijft Hij de mens opzoeken: "Mens, waar ben je?" Hij blijft ons uitnodigen om tevoorschijn te komen en Zijn redding te aanvaarden. God wil namelijk niet dat er ook maar één mens verloren gaat. Hij laat ons Zijn hoopvolle toekomst zien. 

woensdag 19 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...230 Koning Uzzia

 Lees 2 Koningen 15 en 2 Kronieken 26

Azaria, ook wel Uzzia genoemd, wordt op zijn zestiende koning over Juda. Hij volgt zijn vader Amazia op en regeert maar liefst 52 jaar. Hij deed, net als zijn vader, wat juist was in de ogen van de HEERE. Alleen bleven ook onder zijn bewind de offerhoogten staan.

De godvrezende Zacharia leerde Uzzia op God te zien en God te zoeken. En in de dagen dat Uzzia de HEERE zocht, maakte God hem voorspoedig.

Koning Uzzia versterkt de steden van Juda en bouwt een goed getraind leger op van meer dan 300.000 man. Hij strijdt succesvol tegen de Filistijnen, de Arabieren en de Meünieten, waardoor hij het gebied van Juda flink uitbreidt. Daarnaast is hij een liefhebber van de landbouw en laat hij vernuftige oorlogswerktuigen ontwerpen. Zijn naam wordt wijd en zijd bekend, want hij werd wonderlijk geholpen.

Maar zoals we steeds lezen: zodra een koning zijn koninkrijk verstevigd had, werd hij hoogmoedig. Het leven ging meer om hemzelf draaien dan om God. Hij vergeet dat het God was die hem succesvol had gemaakt. Hij wil de touwtjes zelf in handen houden en zelf naam maken...

Hij denkt zelfs de rol van de priester over te kunnen nemen, waarna God hem treft met melaatsheid. Hij moet apart wonen en kan nooit meer de tempel binnengaan. Zijn zoon Jotham moet in zijn plaats regeren.

Het tienstammenrijk Israël is een heel ander verhaal. De koningen volgen elkaar daar in rap tempo op en ze blijven zondigen. Het vierde geslacht van Jehu heeft inderdaad, zoals God had beloofd, op de troon gezeten, al zat deze nakomeling Zacharia maar zes maanden op de troon. Het is moord en doodslag onder deze, vaak wrede, koningen. 

Terwijl Uzzia in Juda regeert, zien we in Israël Jerobeam II, Zacharia, Sallum, Menahem, Pekahia, Pekah en Hosea de revue passeren. Deze laatste is de koning van Israël voordat het volk door het Assyrische leger in ballingschap wordt weggevoerd.

Hoogmoed komt voor de val!

dinsdag 18 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...229 Jona

 Lees Jona 1, 2, 3 en 4

"Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad." (Jona 4:2, HSV)

Jona is op de vlucht voor God. Hij wil dat Ninevé, de vijand van Israël, vernietigd wordt en moet er niet aan denken dat God hen zal sparen. Daarom vaart hij naar Tarsis (Spanje). Hij vertelt de bemanning zelfs openlijk dat hij op de vlucht is voor de HEERE.

Onderweg komt het schip in een zware storm terecht. De bemanning probeert te redden wat er te redden valt. Ieder bidt tot zijn eigen god, maar niets helpt. En Jona? Net als Jezus later zal doen, ligt hij diep in het schip te slapen.

Als de mannen horen welke machtige God hij dient – de God die de hemel en de aarde gemaakt heeft – worden zij door grote vrees bevangen. 'Wat heb je gedaan, Jona?' vragen ze. Ze proberen nog met man en macht naar het land te roeien, maar het lukt niet.

Jona stelt daarop voor om hem overboord te gooien. Nadat de mannen vurig bidden of God hen deze daad niet wil toerekenen, gooien ze Jona in de zee, waarna het water direct stil wordt. De mannen komen hierdoor tot geloof en aanbidden de God van Jona.

Jona wordt vervolgens opgeslokt door een grote vis. Hij verblijft daar drie dagen en drie nachten, wat een voorafschaduwing is van Jezus in het graf. In de buik van de vis denkt Jona aan de goedertierenheid van God. Hij bidt in het volste vertrouwen dat hij Gods heilige tempel weer zal zien; hij weet dat God hem ziet en hoort. God redt hem, en de vis spuwt Jona uit op het droge.

Jona gaat alsnog naar Ninevé en brengt Gods boodschap. Het hele volk bekeert zich. Als God dit ziet, ziet Hij af van het aangekondigde oordeel. Jona is hierover woedend. Door middel van een wonderboom laat God hem zien dat zijn woede onterecht is. Ook Ninevé is door God geschapen, en in deze grote stad wonen meer dan 120.000 mensen die het verschil tussen links en rechts nog niet weten, en een grote hoeveelheid vee. Zij verdienen dit oordeel niet.

Hoewel God de ongehoorzame Jona op wonderbaarlijke wijze van de dood heeft gered, heeft Jona zelf geen bewogenheid met de mensen die naar Gods evenbeeld geschapen zijn – terwijl ook zij van deze genadige, barmhartige en goedertieren God een tweede kans krijgen.

zondag 16 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...228 Koning Amazia

 Lees 2 Koningen 14 en 2 Kronieken 25

Koning Amazia deed wat goed was in de ogen van de Heer, maar niet met een volkomen hart. Hij hield zich aan Gods wetten en zodra zijn macht gevestigd was, doodde hij de moordenaars van zijn vader. Daarnaast besloot hij een einde te maken aan de opstand en de aanvallen van de Edomieten, die aan het gezag van Juda waren ontsnapt en zelfs een eigen koning hadden aangesteld.

Hij stelde een leger samen van 300.000 man en huurde daarnaast nog 100.000 strijdkrachten uit Israël in. God liet echter van Zich horen: Hij was niet met de Israëlieten. 

"Maar als u wilt gaan, doe het dan en wees sterk voor de strijd. God zal u echter laten struikelen voor de vijand, want in God is kracht om te helpen en om te laten struikelen. Toen zei Amazia tegen de man Gods: Maar wat dan te doen met de honderd talent die ik aan de troepen van Israël gegeven heb? Daarop zei de man Gods: De HEERE heeft u veel meer te geven dan dit." (2 Kronieken 25:8-9, HSV)

Amazia stuurde het ingehuurde leger uit Israël daarom weer naar huis. De weggestuurde soldaten waren woedend omdat de plunderbuit aan hun neus voorbijging, en uit wraak overvielen zij op de terugtocht de grensdorpen van Juda.

Amazia overwon de Edomieten met zijn eigen leger. Maar daarna gebeurde er iets vreemds: hij nam de afgodsbeelden van de Edomieten mee, ging deze aanbidden en werd overmoedig. Hij daagde de koning van Israël uit voor een gevecht, maar werd vernietigend verslagen. Als gevolg hiervan werd een deel van de muur van Jeruzalem verwoest, werden het goud en de kostbaarheden uit het paleis en de tempel geroofd, en gijzelaars meegenomen. Ook Amazia zelf werd gevangengenomen, maar later weer vrijgelaten.

Nadat koning Joas van Israël stierf, leefde Amazia nog 15 jaar, waarna hij door een samenzwering werd vermoord. Jerobeam II werd vervolgens koning van Israël en Azaria werd koning van Juda. In die tijd verscheen ook de profeet Jona op het toneel. Hij profeteerde dat Jerobeam II het grondgebied van Israël zou uitbreiden, wat de koning ook deed.

Wat mij vooral verbaasd is dat Amazia na de overwinning de afgodsbeelden van de verslagen vijand gaat aanbidden. Hierna stort hij Juda door zijn hoogmoed in het ongeluk. 

Laat je hart één zijn.

zaterdag 15 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...227

 De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

Ik ben bang geweest
dat ik U zou verliezen,
maar aan het eind van al mijn vragen
bent U er nog steeds.

Ik ben nooit alleen;
dat zie ik nu ik omkijk.
U was al die tijd al bij mij,
dwars door alles heen.

Waar ik ook ga,
ik ga nooit alleen.
Er is geen plek
die U niet kent.
Van de allerhoogste berg,
tot aan het diepste van de zee,
er is geen plek
waar U niet bent.




Lees de Bijbel met mij...246

 Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30 Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan...