Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30
Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan. Achaz was de man die de broers van Hizkia door het vuur had laten gaan; hij had kindoffers gebracht aan afgoden om de goden gunstig te stemmen en het goede af te dwingen.
Hizkia verafschuwde deze afgoderij en wilde de Heere dienen zoals zijn voorvader David dat had gedaan. Radicaal brak hij met de afgoderij van zijn vader. Hij was de eerste koning die de offerhoogten wegnam. Ook vernietigde hij de koperen slang die Mozes had gemaakt, omdat de mensen deze slang waren gaan aanbidden.
Na het diepe dal onder zijn vader Achaz bracht Hizkia een ware reformatie teweeg. Hizkia vertrouwde de HEERE volkomen en volgde Hem in alles wat hij deed, zoals geen koning voor hem of na hem heeft gedaan.
Hizkia liet de tempel herstellen en stelde de tempeldienst weer in. De Levieten en de priesters heiligden het huis van de HEERE in twee keer acht dagen. Hizkia liet zondoffers brengen voor heel Israël. Ook werden de aanbidding en de muziek weer in ere hersteld.
Hizkia nodigde heel Israël uit om naar het huis van de HEERE in Jeruzalem te komen om het Pascha te vieren. Van Berseba in het uiterste zuiden tot Dan in het uiterste noorden werd de oproep gedaan:
"Bekeer u tot de HEERE, de God van Abraham, Izak en Israël... Geef de HEERE de hand en kom naar Zijn heiligdom."
Hizkia hield de mensen voor dat, als zij zich zouden bekeren, de HEERE Zijn toorn van hen zou afkeren en de ballingen zouden terugkeren. God is immers genadig en barmhartig.
Niet iedereen gaf gehoor aan de oproep, maar toch kwam een gedeelte van het volk uit Israël naar Jeruzalem en vierden zij het Pascha.
















