Lees Amos 1, 2 en 3
De profeet Amos (zijn naam betekent. 'drager van lasten') kondigt het oordeel aan. Hij is een gewone veehouder en vijgenkweker die door God is geroepen om te profeteren. Via hem klaagt God het volk aan. De zucht naar geld en roem gaat ten koste van de armen, en daarmee kwetsen ze God Zelf. Hun gewelddadige praktijken, afgoderij en onrechtvaardige winstbejag gaan alle perken te buiten: de rijken vertrappen de armen en de zachtmoedigen worden weggejaagd. Er komt een afrekening, een oordeel.
Eerst komen de buurvolken van Israël aan bod. Amos begint met Syrië (Damaskus). Vanwege hun wrede gewelddadigheid in Gilead zal God vuur werpen in het huis van Hazaël (de koning die destijds in opdracht van de HEERE door Elia/Elisa was aangewezen) en de paleizen van Benhadad verteren. Het volk zal in ballingschap gaan naar Kir.
Dan volgen de Filistijnen uit Gaza. Omdat zij Gods volk als ballingen volledig hebben uitgeleverd aan Edom, zal God vuur werpen op de muren van Gaza en de Filistijnen die overgebleven zijn laten omkomen.
Ten derde wordt Tyrus genoemd. Ook zij hebben een heel volk als ballingen uitgeleverd aan Edom en hebben niet gedacht aan het broederverbond. Daarom zal ook Tyrus met vuur verbrand worden.
Ten vierde komen de Ammonieten aan de beurt. Om hun eigen gebied in Gilead te verruimen, hebben zij zwangere vrouwen opengereten. Als straf zullen hun paleizen in vlammen opgaan onder oorlogsgedruis, en hun koning en vorsten zullen in ballingschap gaan.
Als vijfde volgen de Moabieten, omdat zij de beenderen van de koning van Edom tot kalk hebben verbrand. Moab zal sterven onder oorlogsgedruis en krijgsgeschreeuw.
Daarna komt Juda aan bod. Omdat zij de wet van de HEERE hebben verworpen en Zijn voorschriften niet hebben gehouden, maar achter leugenachtige afgoden zijn aangelopen, zal God vuur op Juda werpen dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren.
Als laatste volgt het zware oordeel over Israël zelf. Zij zijn moreel diep gezonken, terwijl God júíst de Amorieten (die groot en sterk waren) vóór hen had vernietigd en Israël uit Egypte had bevrijd. Vanwege hun sociale onrecht en afgoderij zal al hun kracht en rijkdom verloren gaan; zelfs de snelste en sterkste soldaat zal niet kunnen ontkomen.
"...Komt er kwaad in een stad voor zonder dat de HEERE dat doet? Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:6b-7, HSV)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten