donderdag 20 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...232

 Lees Jesaja 5, 6, 7 en 8

God stelt Israël voor als een wijngaard en de mannen van Juda als de wijnstokken. Maar de wijngaard brengt slechts wilde druiven voort. De rijken worden rijker ten koste van de armen; van een rechtvaardige samenleving is geen sprake meer. Mensen zijn uit op eigen gewin en hebben geen oog meer voor Degene die hen alles heeft gegeven. De mensen zijn zelfingenomen en trots geworden, liefdeloos, en ze hebben hun hart ten opzichte van Gods woord verhard. God zal Zijn volk daarom loslaten en aan hun lot overlaten.

Jesaja ziet God in een visioen en wordt door Hem geroepen om het oordeel over Zijn volk uit te spreken. Het volk zal door vijandige legers aangevallen worden en in ballingschap worden weggevoerd—Israël als eerste. Het hele land zal bijna geheel verlaten achterblijven. Maar hun stronk, dat wat overblijft, zal een heilig zaad zijn.

In de tijd van Achaz van Juda, de zoon van Jotam, trekken Peka, de koning van Israël, en Rezin, de koning van Aram, op tegen Jeruzalem. Jesaja kalmeert de koning echter: hun poging om Jeruzalem in te nemen zal op niets uitlopen. Israël en de strijdende machthebbers uit Efraïm zullen zelf binnen 65 jaar vernietigd en weggevoerd worden.

Achaz krijgt het teken van de geboorte van een zoon: Immanuel. Deze zoon zal geboren worden, en nog voordat hij het goede van het kwade weet te onderscheiden, zal het land van de twee vijandige koningen ontvolkt zijn. Al de rijkdommen van Damascus en de buit uit Samaria zullen naar de koning van Assur worden gebracht.

De koning van Assur zal met zijn hele leger tot in Juda doordringen, het land steeds verder overspoelen en het tot aan de lippen toe stijgen. Zijn wijdgespreide vleugels zullen het land in de volle breedte bedekken, Immanuel!

"Beraam maar plannen—ze zullen worden verijdeld. Geef maar bevelen—het zal echter niet gebeuren. Want God is met ons." (Jesaja 8:10)

Juda zelf zal figuurlijk kaalgeschoren worden door Assyrië, waardoor normale landbouw niet meer mogelijk is. De mensen zullen moeten leven van wat de natuur biedt, en zij zullen boter en honing eten van het weinige vee dat er nog over is.

Maar God roept de mensen op om niet bang te zijn voor samenzweringen, maar op Hem te vertrouwen: "De HEER van de hemellegers, Hém moet je heiligen, voor Hém moet je angst hebben, voor Hém moet je huiveren."

Ondanks de moeilijke omstandigheden mag Juda op God blijven vertrouwen. Hij is Immanuel, God met ons. Geloof!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Lees de Bijbel met mij...246

 Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30 Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan...