donderdag 30 april 2026

Lees de Bijbel met mij...120 U bedekt mijn hoofd

 Lees Psalm 140, 141 en 142

"Heer Heer, uw kracht is het die mij redt, U bedekt mijn hoofd op de dag van de strijd." (Psalm 140:8, VB)

David maakt zijn nood bekend aan de Heer. Hij vraagt om bescherming voor zichzelf en om een rechtvaardig oordeel over zijn vijanden. Daarbij bidt hij dat hij niet zal worden als zij, maar dat hij steeds het goede zal blijven zoeken. In zijn nood richt hij zijn ogen omhoog; zijn hulp komt van de Heer, zijn veilige schuilplaats. Hij spreekt de hoop uit dat het kwaad zichzelf zal tegenkomen en dat hij het kwaad altijd mag ontwijken. We mogen alles wat ons bezighoudt aan God geven. In de Bijbel staat: "Werp al je zorgen op de Heer, want Hij zal voor je zorgen."

"Ik stort mijn klacht voor Zijn aangezicht uit, ik maak voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid bekend. Toen mijn geest in mij bezweek, kende Ú mijn pad." (Psalm 142:3-4)

God bedekt ons hoofd in de strijd. In het denken wordt de strijd vaak gewonnen; de Bijbel roept ons dan ook op om ons denken te vernieuwen. Wij zijn Gods eigendom, we zijn zelfs Zijn kinderen. Al woedt de strijd om ons heen, we zijn veilig in Zijn nabijheid. David wist dit; hij vulde zijn gedachten met vertrouwen en Gods vrede. Dit is geen struisvogelpolitiek om de realiteit te ontkennen. Maar het overgeven aan Hem die alles in Zijn hand houdt. Want als je realistisch bent weet je zelf ook wel dat je niks in de hand hebt. David vertrouwde zichzelf aan God toe en hij hoefde hij niet langer bang te zijn. God zal hem de wijsheid geven om in zijn situatie de juiste keuzes te maken. In zijn nood kon hij zelfs zingen. Hij keek niet langer naar de situatie, maar hield zijn ogen op God gericht. Hij is en blijft zijn enige Helper. Zelfs als iedereen je verlaat.

woensdag 29 april 2026

Lees de Bijbel met mij...119

 Lees Psalm 52, 56 en 120

"U zult altijd rechtvaardig blijken, Heer, als ik een zaak aan U voorleg, maar toch wil ik over uw oordeel vragen: waarom is de weg van de goddelozen voorspoedig, waarom kunnen zij die zo verschrikkelijk ontrouw zijn, toch zorgeloos leven?" (Jer.12.1, VB)

Waarom is er onrecht en lijkt het alsof God niet ingrijpt? David klaagt over de Edomiet Doëg, die verraadde dat David bij de priester Achimelech verbleef. In opdracht van Saul aarzelde Doëg niet om alle priesters te doden; hij richtte zelfs een nog groter bloedbad aan. Hoe kan het dat God Zijn eigen priesters niet beschermde?

Het volledige antwoord weten we niet; alleen God overziet het waarom. We leven in een wereld vol geweld, dood en pijn, waarin veel mensen zonder God leven en alleen zichzelf zoeken. Het is de oude verleiding van de slang: "Je zult als God zijn." David is duidelijk over de afloop voor zulke goddeloze mensen:

"Kijk, zó loopt het af met de man die niet op God maar op zijn rijkdom vertrouwde, de man die machtig werd over de rug van een ander."

Stel dat iedereen die kwaad doet direct de gevolgen zou dragen, en iedereen die goed doet direct een rijk leven zou krijgen en nooit te maken zouden krijgen met onheil. Zouden we dan niet puur uit egoïsme voor het goede kiezen? We zouden God uit het oog verliezen omdat we Hem niet meer écht nodig hebben; de hemel zou dan iets worden waar je jezelf met goede daden naartoe werkt.

Maar God laat het regenen over zowel goede als slechte mensen. Iedereen krijgt te maken met strijd; elk huisje heeft zijn kruisje. Juist daarin ligt de keuze voor de mens: God vervloeken of op Hem blijven vertrouwen. We mogen ons hart luchten bij God. Hij wil in elke situatie heel dicht bij ons zijn. Ons dragen door het dal van diepe duisternis. Ga niet mee in het kwaad maar zoek God en zing als David: "op God vertrouw ik, ik heb niets te vrezen. Wat zou een mens mij kunnen doen?"

Kun jij God ontdekken in jouw huidige situatie? Corrie ten Boom zei ooit: "Er is geen put zo diep, of God is nóg dieper." Hij is daar, zelfs voorbij de verste zee.

dinsdag 28 april 2026

Lees de Bijbel met mij...118 Zoek Mijn aangezicht

Lees Psalm 7, 27, 31 en 34

In de psalmen lees je hoe David zich van binnen voelde tijdens zijn vlucht voor Saul en het onrecht dat hem werd aangedaan.

David moet vluchten. Hoewel hij vreest voor zijn leven, vertrouwt hij zichzelf helemaal aan God toe. Hij wacht en vertrouwt. Hij ervaart dat zijn leven niet van hemzelf is, maar van God die hem leidt; hij weet zeker dat Hij tot Zijn doel zal komen.

Er staat in Psalm 34 dat ieder die naar God opziet, straalt van blijdschap. Het kenmerk van een Christen is dan ook vooral de vreugde. Deze vreugde komt niet voort uit zijn omstandigheden, maar uit het feit dat hij op God vertrouwt en zich veilig weet. Hij houdt van God. Dat is zijn kracht.

David laat zich niet leiden door gevoelens van woede of jaloezie, zoals Saul dat deed. David is er niet op uit om zijn macht en status te behouden.  Hij geeft het over aan God en vertelt God wat er in hem leeft. Hij deelt zijn hart en stelt zich ten dienste van de God die hij liefheeft. Zelfs wanneer hem ellende overkomt en wij al lang zouden uitroepen: "Heer, waar bent U nu?" Blijft hij wachten en vertrouwen, dat zijn leven veilig is bij God. David heeft een hartsrelatie met God.

Hij weet dat de rampen die de rechtvaardige treffen talrijk zullen zijn, omdat de wereld niets van God wil weten, dus ook niets van hem. Toch zal God hem niet verlaten. God spreekt in zijn hart: "Zoek Mijn nabijheid." Daarom zoekt David de tegenwoordigheid van de Heer. 

Hoe reageer jij als onrecht  je pad kruist? Wil je het zelf oplossen of ren je naar God toe die zegt: "Kom bij Mij...". "Zoek Mijn aangezicht".


maandag 27 april 2026

Lees de Bijbel met mij...117 Tegen wie strijd je?

 Lees 1 Samuël 21, 22, 23 en 24

David vlucht naar Nob, naar de priester Achimelech, die hem toonbroden en het zwaard van Goliath geeft. David laat de priester geloven dat hij daar in opdracht van Saul is. Vervolgens vlucht hij verder naar Moab en laat hij zijn vader en broers overkomen. Er verzamelen zich steeds meer medestanders om hem heen, waardoor hij al snel een legertje van vierhonderd (later zeshonderd) man heeft.

Saul laat zich leiden door jaloezie en woede en zinkt steeds verder weg in het moeras van haat. Wanneer hij ontdekt dat Achimelech David heeft geholpen, laat hij alle priesters en inwoners van Nob doden; zelfs de dieren worden niet gespaard. David vlucht ondertussen verder naar de woestijn van Zif. Wanneer hij om hulp wordt geroepen, bevrijdt hij met zijn manschappen het dorp Keila. Saul hoort hiervan en probeert David daar in de val te lokken, maar hij moet zijn achtervolging staken omdat de Filistijnen het land aanvallen.

Later zet Saul de achtervolging weer in bij de oase van En-Gedi. In een grot krijgt David de kans om Saul te doden, maar hij doet dit niet. David vertrouwt erop dat God de strijd voor hem zal voeren. Wanneer Saul dit merkt, ziet hij Davids oprechtheid en beseft hij dat hij in feite tegen God zelf strijdt.

Door wie of wat laat jij je leiden?


zondag 26 april 2026

Lees de Bijbel met mij...116 Man naar Gods hart

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

Het volk wil een koning en in opdracht van God zalft Samuël de jonge Saul. Hoewel Saul aanvankelijk nederig lijkt, vertrouwt hij eenmaal aan de macht meer op zichzelf dan op God. Hij vergeet dat hij zijn status en macht aan God te danken heeft en drijft steeds verder van Hem weg. Daarom laat God een nieuwe koning zalven: David, een man naar Gods hart. 



zaterdag 25 april 2026

Lees de Bijbel met mij...115 Verborgen koning

 Lees 1 Samuël 20 en Psalm 59

David vlucht weg bij Samuël en gaat naar Gibea, naar de zoon van Saul, zijn beste vriend Jonathan. Beiden hebben zij God lief en wandelen zij met Hem; dit schept een diepe, geestelijke band tussen hen.

Jonathan kan aanvankelijk niet geloven dat zijn vader David echt wil doden. Omdat het Nieuwemaan is, organiseert de koning een feestmaaltijd waarbij David aanwezig hoort te zijn. David besluit weg te blijven. Hij gebruikt als excuus dat hij in zijn geboortestad een offerfeest met zijn familie wil bijwonen.

Zij spreken een teken af zodat David weet of het veilig is: David verbergt zich drie dagen. Op de derde dag moet Jonathan drie pijlen in de richting van de rots schieten waar David zich verbergt. Als Jonathan tegen zijn knechtje zegt: "De pijlen liggen hier dichterbij," dan is David veilig. Als hij zegt: "De pijlen liggen verder weg," dan moet David vluchten omdat Saul hem wil doden.

Tijdens de maaltijd wordt Saul inderdaad woedend. Zijn haat is zo groot dat hij zelfs een speer naar zijn eigen zoon Jonathan gooit. Op de derde dag gaat Jonathan naar het veld en roept naar de jongen: "De pijlen liggen verder!"

Dit is voor David het teken dat hij moet gaan. David komt tevoorschijn vanachter de rots. De twee vrienden ontmoeten elkaar nog één keer. Voor de derde keer vernieuwen ze hun verbond voor het oog van God en nemen onder tranen afscheid. David slaat definitief op de vlucht. 

Een leven als verborgen rechtmatige en gezalfde koning totdat hij definitief zijn koninkrijk zal vestigen. 

Kan jij in dit verhaal Jezus herkennen?


vrijdag 24 april 2026

Lees de Bijbel met mij...114 De strijd is van de Heere

Lees 1 Samuël 17, 18 en 19

Gedurende veertig dagen sart Goliath het leger van Saul, maar niemand durft de strijd met hem aan. Terwijl zijn drie oudere broers in het leger dienen, stuurt vader Isaï David naar het front met geroosterd koren, broden en kazen om te zien hoe het met hen gaat. Wanneer David hoort hoe Goliath het leger bespot, kan hij dit niet verdragen. Overal verkondigt hij dat men deze man met de kracht van God eenvoudig kan verslaan. Zijn broers beschuldigen hem ervan dat hij het leger op zit te jutten omdat hij een spectaculair gevecht wil zien.

"En deze hele gemeente zal weten dat de HEERE niet door zwaard of door speer verlost, want de strijd is van de HEERE."

Wanneer Saul over Davids woorden hoort, beseft hij dat David zelf wil vechten, vol vertrouwen dat God aan zijn zijde staat. Saul biedt hem zijn eigen wapenrusting aan, maar David kan zich hierin niet vrij bewegen. Met enkel zijn staf en een slinger treedt hij de reus tegemoet. Hij doodt Goliath met een steen en treedt zo officieel toe tot het leger van Saul. 

Menselijke wapenrusting pastte hem niet. Hij trok de Gods wapenrusting (Efeze6) aan. Vol vertrouwen in Zijn kracht.

Helaas slaat Sauls bewondering al snel om in jaloezie, zo erg zelfs dat hij David wil doden. Hij probeert David door de Filistijnen te laten ombrengen door hem een schijnbaar onmogelijke opdracht te geven: het doden van honderd Filistijnen in ruil voor de hand van zijn dochter. David doodt er echter tweemaal zoveel. Omdat de oudste dochter, Merab, inmiddels aan een ander is weggegeven, trouwt David met de jongste dochter, Michal.

Dit was niet Sauls bedoeling en hij probeert David nu openlijk te doden. Zijn vrouw Michal helpt hem echter te vluchten, waarna hij naar Samuël in Rama gaat. Saul stuurt tot drie keer toe boden achter hem aan, maar zij kunnen hem niets doen omdat de Geest van God over hen komt. Als Saul uiteindelijk zelf naar Rama gaat, overkomt hem hetzelfde; hij raakt in vervoering en ligt een dag en een nacht lang profeterend voor Samuël op de grond.

Saul vecht tegen God. Hij houdt krampachtig vast aan de positie die hij van Hem kreeg, ook al heeft God die allang aan David geschonken. Is jaloezie in de kern niet het de ander niet gunnen van wat God hem heeft toebedeeld?

Vertrouw erop dat God je in elke situatie precies geeft wat je nodig hebt. Soms is één steentje al genoeg.

donderdag 23 april 2026

Lees de Bijbel met mij...113 Niet in eigen kracht

Lees 1 Samuël 14, 15 en 16

"Jonathan nu zei tegen de knecht die zijn wapens droeg: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen; misschien zal de HEERE voor ons werken, want het is voor de HEERE niet te moeilijk om te verlossen, door veel of door weinig mensen."

Jonathan valt samen met zijn wapendrager een legerpost van de Filistijnen aan. Hij vertrouwt erop dat God hen de overwinning zal schenken. Zijn aanval veroorzaakt grote onrust en verwarring onder de Filistijnen; ze beginnen onderling te vechten en zelfs de Hebreeuwse mannen die in het Filistijnse leger dienden, keren zich tegen hen.

Terwijl God tegen de Filistijnen strijdt, hoort Saul het rumoer. Hij trommelt zijn leger op en spreekt een eed uit: niemand mag iets eten voordat de vijand definitief verslagen is. Jonathan heeft deze eed niet gehoord en eet wat honing. Wanneer hij merkt hoe uitgeput de soldaten zijn, beseft hij hoe dwaas de eed van zijn vader was. Bijna net zo dwaas als de belofte van Jefta

Als de Filistijnen eindelijk verslagen zijn, stort het uitgehongerde leger zich op het vee. Ze slachten de dieren en eten het vlees terwijl het bloed er nog in zit. Om te voorkomen dat de mannen zondigen, laat Saul de dieren snel op de voorgeschreven wijze slachten. Toch merkt Saul dat God hem niet langer antwoordt. Wanneer hij de oorzaak hiervan zoekt, ontdekt hij dat Jonathan de eed heeft gebroken. Hoewel Saul bereid is om zijn eigen zoon ter dood te brengen, steekt het volk daar een stokje voor.

Nog één keer geeft God Saul een opdracht en een kans om zijn koningschap te vestigen: hij moet de Amalekieten totaal vernietigen. Dit volk viel de achterhoede van Israël aan terwijl het op weg was naar het beloofde land. Maar opnieuw is Saul ongehoorzaam; hij spaart de koning en het beste vee. Nu is de maat vol. Samuël kondigt aan dat het koningschap van hem zal worden afgenomen.

"Het berouwt Mij dat Ik Saul tot koning heb aangesteld, want hij heeft zich van Mij afgekeerd en Mijn woorden niet uitgevoerd." Samuël was hierdoor diep geschokt en riep de hele nacht tot de HEERE."

"Samuel zei: "Toen u uzelf nog een volkomen onbelangrijk mens vond, heeft de Heer u het hoofd van alle stammen gemaakt. Hij heeft u tot koning van Israël gezalfd!...Luister goed: ongehoorzaamheid is net zo erg als toverij. Eigenwijsheid is net zo erg als het aanbidden van afgoden. Omdat u het bevel van de Heer aan de kant heeft geschoven, heeft de Heer ú aan de kant geschoven. U zal niet langer koning zijn.

Samuël verlaat Saul en krijgt de opdracht om een zoon van Isaï te zalven. In plaats van zijn grote sterke broers wordt de jongste zoon, de schaapherder David, door God aangewezen. God kijkt niet naar het uiterlijk, maar naar het hart.

God stuurt een boze geest naar Saul. Omdat muziek hem tot rust brengt, komt David aan het hof om voor hem te spelen.

Durven wij zwak te zijn?


woensdag 22 april 2026

Lees de Bijbel met mij...112 Volharden

 Lees 1 Samuël 11, 12 en 13

Koning Saul woont nog steeds in Gibea en werkt zelf op het land wanneer er boodschappers arriveren. Zij brengen het nieuws over de dreigementen aan het adres van de inwoners van Jabes. De Geest van God komt over Saul; hij snijdt zijn runderen in stukken en roept een leger op de been. Hoewel het vijandelijke leger van de Ammonieten veel sterker is, overmeestert Saul de vijand en bevrijdt hij de mensen van Jabes.

Na deze overwinning wordt Saul werkelijk erkend als koning, waarna Samuël het koningschap van Saul in Gilgal vernieuwt. Samuël neemt vervolgens afscheid van het volk. Hij herinnert de Israëlieten aan de daden van God door de jaren heen en hoe Hij hen telkens heeft gered. Hij beschuldigt het volk dat zij God niet als koning hebben erkend en zelf een koning wilden. Op het gebed van Samuël laat God het onweren en regenen. God bevestigt het woord door een wonderteken en het volk bekeert zich.

Echter, na slechts één jaar gaat Saul al in de fout. Jonathan heeft een legerafdeling van de Filistijnen aangevallen, die nu op wraak uit is. Uit angst voor het enorme leger van de Filistijnen en zijn manschappen die de moed verliezen, is hij ongehoorzaam aan God. Omdat Samuël in zijn ogen te laat komt, brengt hij zelf offers om God gunstig te stemmen. Als gevolg hiervan zal het koningschap aan een ander worden gegeven: een man naar Gods hart.

Handel je uit angst of blijf je vertrouwen?

dinsdag 21 april 2026

Lees de Bijbel met mij...111 God verandert mensen

 Lees 1 Samuël 8, 9 en 10

Samuël is oud geworden en zijn zonen zijn niet geschikt om hem op te volgen als richter. Het volk wil daarom een koning. Daarmee verwerpen zij in feite God als hun Koning.

Maar de HEERE zei tegen Samuël: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.

Toch stemt God erin toe om een koning over Zijn volk aan te stellen. Hij waarschuwt het volk echter dat het hebben van een koning niet zo rooskleurig zal zijn als zij denken.

Hij zal het tiende deel van uw kudden nemen, en u zult hem tot slaven zijn. U zult het in die dagen uitschreeuwen vanwege uw koning, die u zich gekozen hebt, maar de HEERE zal u op die dag niet antwoorden.

Saul, uit de stam van Benjamin, is op zoek naar de ezelinnen van zijn vader. Wanneer ze die niet kunnen vinden, stelt de knecht voor om naar Samuël, de ziener, te gaan. God heeft Samuël al laten weten dat deze Saul de koning is die Hij op het oog heeft. Hij zal de strijd voeren tegen de Filistijnen.

Samuël vertelt Saul dat de ezels al gevonden zijn, maar voegt daar nog iets aan toe: alles wat begerenswaardig is in Israël zal hem toebehoren. Saul voelt zich hierdoor niet aangesproken en reageert verbaasd:

En van wie zal alles zijn wat begerenswaardig is in Israël? Is het niet van u en van uw hele familie? Toen antwoordde Saul: Ben ik niet een Benjaminiet, uit de kleinste van de stammen van Israël? En is mijn geslacht niet het geringste van al de geslachten uit de stam van Benjamin? Waarom spreekt u mij dan aan met zulke woorden?

Samuël zalft Saul tot koning over Israël en voorspelt wat hem onderweg zal overkomen. Hij zal profeten tegenkomen en in geestvervoering raken:

Dan zal de Geest van de HEERE u aangrijpen; u zult met hen in geestvervoering raken en tot een ander mens worden...En het gebeurde, toen Saul zich omkeerde om bij Samuel weg te gaan, dat God zijn hart in een ander veranderde; en al die tekenen overkwamen hem op die dag..

God verandert Saul in een ander mens en geeft hem een ander hart.

Samuël roept vervolgens alle stammen bijeen in Mizpa, waar Saul als koning wordt aangewezen. Saul heeft zich verstopt, maar wordt gevonden en tot koning uitgeroepen. De meeste mensen vieren zijn koningschap, maar er zijn ook sommigen die niets van Saul willen weten.

'Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden."(2 Korinthe 5:17)

Je bent een een nieuwe schepping...vertrouw je op Gods werk in jouw leven of blijf je je verstoppen? 

maandag 20 april 2026

Lees de Bijbel met mij...110 Richt je hart op God

Lees 1 Samuël 4, 5, 6 en 7

De Israëlieten trekken ten strijde tegen de Filistijnen, maar worden verslagen. De mannen denken dat het een goed idee is om de ark van het verbond uit de tabernakel te halen en deze als een soort ‘draagbare God’ bij de strijd te betrekken. Helaas werkt het niet zo: Israël lijdt een zware nederlaag en de zonen van Eli worden gedood. Als het nieuws Eli bereikt, valt hij achterover en sterft.

De ark wordt buitgemaakt door de Filistijnen, die hem in de tempel van Dagon plaatsen. Het beeld van Dagon valt echter tot twee keer toe voor de ark op de grond; de tweede keer verliest het zijn hoofd en handen. Vervolgens breekt er een ziekte uit onder het volk: de mensen krijgen gezwellen en sterven.

Waarzeggers adviseren om de ark terug te sturen en God genoegdoening te schenken door vijf gouden gezwellen en vijf gouden muizen te offeren, omdat er vijf stadsvorsten zijn en er een muizenplaag heerst. Ze plaatsen de ark op een nieuwe wagen, getrokken door twee zogende koeien. Wonder boven wonder lopen de koeien rechtstreeks weg van hun kalveren, wat voor de Filistijnen het bewijs is dat God dit onheil heeft veroorzaakt.

Zo keert de ark terug naar Israël, waar hij uiteindelijk wordt overgebracht naar Kirjath-Jearim — maar niet voordat een groot aantal mannen wordt gedood omdat zij in de ark hadden gekeken. Vervolgens verstrijken er twintig jaar. Samuël treedt daarna op als richter in Mizpa. De Israëlieten wenden zich tot de HEERE vanwege de overheersing door de Filistijnen, en er ontstaat een geestelijke opleving in Israël.

Toen sprak Samuël tot heel het huis van Israël: Als u zich met uw hele hart tot de HEERE bekeert, doe dan de vreemde goden uit uw midden weg, ook de Astartes. Richt uw hart op de HEERE en dien Hem alleen. Dan zal Hij u uit de hand van de Filistijnen redden.

De Filistijnen binden opnieuw de strijd aan, maar dit keer worden zij verslagen. God laat een geweldige donder horen, waardoor zij in verwarring raken en door de Israëlieten worden overwonnen. Ze heroveren gebieden op de Filistijnen en Samuël gaat wonen in Rama, de plaats waar zijn familie vandaan komt.

Waar is je hart op gericht. Op de overwinning of op God zelf?

---------------------------------
P.S.

Waarom wordt de ark niet teruggebracht naar de tabernakel in Silo? 

De tabernakel werd later overgebracht naar Nob (zie 1 Samuel 21) en vervolgens naar de offerhoogte van Gibeon, waar de eredienst plaatsvond. Pas in de tempel van Salomo werden de ark en de tabernakel weer met elkaar verenigd.

zondag 19 april 2026

Lees de Bijbel met mij...109 God maakt heel

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

We hebben het boek Richteren en Ruth uitgelezen en hebben een begin gemaakt met het boek Samuël. Samuël is de 13de en laatste richter van Israël. 

Er waren 6 grote richteren Dit zijn de richteren waarvan hun daden uitgebreid verteld worden: 

  • Othniël
  • Ehud
  • Debora (met Barak)
  • Gideon
  • Jefta
  • Simson

En er waren 6 kleinere richteren: Deze worden maar kort genoemd, vaak alleen met hoe lang ze leiding gaven:

  • Sjamgar
  • Tola
  • Jaïr
  • Ibzan
  • Elon
  • Abdon
God wil ons bevrijden en leiden tot Zijn eer en heerlijkheid...


zaterdag 18 april 2026

Lees de Bijbel met mij...108 Uw dienaar luistert

 Lees 1 Samuël 1, 2 en 3

De vader van Samuël was een gelovige man en ging elk jaar naar Silo, de plaats waar God Zijn Naam deed wonen en waar de tabernakel stond, om zich voor God neer te buigen en de voorgeschreven offers te brengen. Hij had twee vrouwen, Peninna en Hanna. Hoewel hij Hanna liefhad en haar het beste deel van het offer gaf, bleef zij verdrietig vanwege haar kinderloosheid. Peninna treiterde haar daar ook nog eens mee. Hier zie je opnieuw de strijd tussen twee vrouwen, enigszins vergelijkbaar met Rachel en Lea, hoewel ik niet denk dat zij zusters waren. Hanna gaat in de voorhof van de tempel bidden en doet een gelofte dat haar kind een nazireeër zal zijn.

"Zij legde een gelofte af; zij zei: HEERE van de legermachten, wanneer U werkelijk de ellende van Uw dienares aanziet, aan mij denkt en Uw dienares niet vergeet, maar aan Uw dienares een mannelijke nakomeling geeft, dan zal ik die voor al de dagen van zijn leven aan de HEERE geven, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen."

Samuël, wiens naam betekent ‘van de HEERE gebeden’, wordt geboren. Nadat het jongetje gespeend is en nog zeer jong is, neemt Hanna hem mee naar de tempel. Ze brengt drie jonge stieren als offer mee en geeft het kind aan de priester Eli, om alle dagen van zijn leven aan de HEERE gewijd te zijn.

Ze zingt een lofzang. God is alwetend en heilig, en al Zijn daden zijn rechtvaardig. God verhoogt hen die vernederd waren. De kracht die mensen ontvangen is alleen van God. Vervolgens spreekt ze een profetische zin uit: "Hij zal Zijn Koning kracht geven, en de hoorn van Zijn Gezalfde zal opheffen." Israël kent op dat moment nog helemaal geen koning, maar zij ziet al vooruit.

Hanna baart nog drie zonen en twee dochters, maar Samuël blijft in de tabernakel bij Eli in Silo. En God begint Samuël te roepen. De priester Eli en zijn zonen hebben de priesterdienst tot een aanfluiting gemaakt. Zij hebben God niet de eer gegeven en zijn hun eigen begeerten gevolgd, waardoor God hen de priesterdienst zal afnemen. Samuël wordt een profeet die Gods woorden mag doorgeven.

Spreek, want Uw dienaar luistert.
In hoeverre luister je naar God?

vrijdag 17 april 2026

Lees de Bijbel met mij...107 Onbaatzuchtige Liefde

 Lees Ruth 1, 2, 3 en 4

Een familie uit de stam van Juda vertrekt vanuit Bethlehem (het Broodhuis) naar de vlakten van Moab om een hongersnood te ontvluchten. Tien jaar lang leven zij daar tussen de Moabieten. De zonen trouwen met de Moabitische vrouwen Orpa en Ruth. Dan slaat het noodlot toe: zowel de vader als de twee zonen overlijden. Alleen Naomi blijft over met haar twee schoondochters en zij besluit terug te keren naar Bethlehem.

Hoewel Naomi haar schoondochters terug naar huis wil sturen, weigert Ruth (רוּת, vriendin) haar te verlaten. Zij toont Gods onbaatzuchtige liefde en trouw aan haar schoonmoeder, die er op dat moment van overtuigd is dat zelfs God zich tegen haar heeft gekeerd:

Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan, bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten. Uw volk is mijn volk en uw God mijn God. Waar u sterft, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEERE mag zó en nog veel erger doen: voorzeker, alleen de dood zal scheiding maken tussen mij en u.

Aan het begin van de gersteoogst komen ze aan. Om in hun onderhoud te voorzien, gaat Ruth aren lezen op het veld van Boaz, een familielid van Naomi's overleden man. Als 'losser' kan hij het bezit van Elimelech veiligstellen door met Ruth te trouwen en nageslacht verwekken voor de overledene.

Ruth trouwt met Boaz en wordt zwanger. Wanneer hun zoon wordt geboren, noemen de buurvrouwen het kind Obed (עוֹבֵד, de dienaar). Een kleine dienaar voor Naomi. De geslachtslijn zet zich voort: Ruth wordt de overgrootmoeder van koning David en krijgt daarmee een plek in de stamboom van Jezus.

Hoe kun jij iets van Gods liefde en trouw laten zien in een wereld waaruit God lijkt te zijn verdwenen?

"Doe niets uit rivaliteit of eerzucht, maar laat ieder in alle bescheidenheid de ander belangrijker achten dan zichzelf. Laat niemand op zijn eigen belang uit zijn, maar ook op het belang van anderen. Laat iedereen dezelfde houding hebben als Christus Jezus.  Hoewel Hij de gestalte van God had, heeft Hij Zich niet aan zijn gelijkheid aan God vastgeklampt als het hoogste goed, maar heeft die volkomen afgelegd door de gestalte van een dienaar aan te nemen en gelijk te worden aan de mensen."

donderdag 16 april 2026

Lees de Bijbel met mij...106 Warm of koud

 Richteren 19, 20 en 21

De laatste hoofdstukken van Richteren vertellen het verhaal van een Leviet en zijn bijvrouw, die voor hun veiligheid willen overnachten in Gibea, een stad van de stam Benjamin. Ze worden daar echter niet gastvrij onthaald. Slechts één oudere man, die zelf niet tot de stam Benjamin behoort, neemt hen in huis.

Wat volgt, toont aan hoe diep Israël is gezonken; het verhaal doet sterk denken aan de geschiedenis van Sodom en Gomorra. De mannelijke stadsbewoners willen de gast van de oude man verkrachten. Uiteindelijk geeft de Leviet zijn bijvrouw aan de mannen voor de deur, die haar de hele nacht misbruiken, met de dood tot gevolg.

Deze gebeurtenis brengt een grote schok teweeg onder de andere stammen van Israël. Zij eisen dat de daders uit Gibea worden uitgeleverd, maar de stam Benjamin weigert dit en trekt ten strijde tegen zijn broeders. Hoewel de Benjamieten de eerste twee veldslagen winnen, is het derde gevecht fataal voor hen. Er blijven slechts zeshonderd mannen van de stam over. Omdat de andere stammen een eed hebben gezworen hun dochters niet aan Benjamieten uit te huwelijken, dreigt de stam uit te sterven.

Om dit te voorkomen, worden er vierhonderd meisjes uit Jabes-Gilead gehaald; deze stad had geweigerd mee te doen aan de strijd en werd daarom met de ban geslagen. Omdat er dan nog steeds een tekort aan vrouwen is, wordt er een list bedacht: de overgebleven mannen van Benjamin krijgen toestemming om tijdens een feest in Silo jonge vrouwen te schaken wanneer deze de stad uitkomen.

Hier zie je dat het grote gevolgen heeft voor de maatschappij wanneer het volk God loslaat. Het dieptepunt is bereikt...chaos, geweld en het totale morele verval van de menselijke waardigheid. Er is geen compassie meer voor elkaar; er is alleen nog maar liefdeloos egoïsme.

Ook aan de kant van de andere stammen is dit morele verval zichtbaar in hun meedogenloze vergelding. In hun poging om het kwaad in Gibea te bestraffen, slaan ook zij door naar extreme wreedheid door bijna de gehele stam Benjamin en de stad Jabes-Gilead uit te roeien. Om hun eigen onbezonnen eed te omzeilen, moedigden ze de Benjamieten ook nog eens aan tot kidnapping.

Als de wereld om je heen harder of onverschilliger lijkt te worden, wat is voor jou dan de belangrijkste manier om je eigen hart 'warm' te houden en niet mee te gaan in die verkilling?



woensdag 15 april 2026

Lees de Bijbel met mij...105 Je eigen hart volgen?

 Lees Richteren 16, 17 en 18

Tegen het einde van zijn leven zoekt Simson steeds meer de grenzen op. In een Filistijnse stad overnacht hij bij een prostituee en toont hij zijn kracht door de stadspoorten eigenhandig naar een bergtop te dragen. Later wordt hij verliefd op Delila. Haar naam betekent 'nacht'. De Filistijnen proberen via haar achter het geheim van zijn kracht te komen. Simson wil het haar zo graag vertellen dat hij haar steeds dichter bij de waarheid laat komen: eerst noemt hij verse pezen, dan nieuwe touwen en vervolgens het invlechten van zijn zeven haarvlechten.

Uiteindelijk vertelt hij haar zijn geheim. Zij vernedert hem en laat zijn haar afscheren terwijl hij slaapt. Simson is verslagen; de HEERE heeft hem verlaten. Hij wordt blind gemaakt en gevangengezet. Voor het vermaak van de Filistijnen wordt hij naar hun tempel gebracht. Daar vraagt Simson God nog één keer om kracht. Hij duwt de steunpilaren omver, waardoor het gebouw instort. In zijn dood doodt hij meer mensen dan tijdens zijn hele leven.

"In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen."

Het volk was religieus vermengd geraakt met de omringende volken. Dit wordt nog eens extra geïllustreerd door de geschiedenis van de Leviet Jonatan, een kleinzoon van Mozes. Hij werd priester voor de afgodsbeelden van een man die Micha heette. Later werden hij en de beelden van Micha meegenomen door de Danieten, die een nieuw woongebied zochten, om daar als priester voor hun stam te dienen. Voor zijn eigen gewin en status stemde hij ermee in om hun priester te worden:

"Toen werd het hart van de priester vrolijk en hij nam de efod, de afgodsbeeldjes en het gesneden beeld en voegde zich bij het volk."

Hoewel de tabernakel in Silo de enige plek voor aanbidding was, richtte men eigen huisheiligdommen in. Zo creëerden de mensen in die tijd een godsdienst die paste bij hun eigen behoeften, in plaats van Gods wetten te volgen. Godsdienst was een consumentenproduct geworden. In plaats van God te dienen vanuit eerbied en ontzag, werd religie steeds meer gebruikt om eigen doelen te bereiken.

Waarom geloof je? Geloof je om iets te verdienen of vertrouw je op Zijn genade?



dinsdag 14 april 2026

Lees de Bijbel met mij...104 Sterk of zwak

Lees richteren 13, 14 en 15

Gedurende 40 jaar gaf God de Israëlieten over aan de macht van de Filistijnen. Een vrouw uit de stam Dan krijgt bezoek van een engel die haar vertelt dat ze zwanger zal worden van een zoon die aan de Here gewijd zal zijn, een Nazireeër (Numeri 6). Ze mag geen vruchten van de wijnstok eten, geen sterke drank drinken en geen onrein voedsel nuttigen. Ook mag er nooit een scheermes over het hoofd van haar zoon gaan.

Simson (שִׁמְשׁוֹן=zon, stralen) wordt geboren en zodra hij volwassen is, vuurt de Geest van God hem aan. Hij wordt verliefd op een Filistijns meisje. Hoewel dit eigenlijk tegen Gods geboden ingaat, gebruikt God deze situatie om Simson een aanleiding te geven om op te treden tegen de Filistijnen. 

God geeft hem bovennatuurlijke kracht en Simson verscheurd, op weg naar zijn geliefde, een leeuw met z'n blote handen. Als hij later op weg is naar de bruiloft, vindt hij een bijenzwerm in het kadaver van de leeuw en eet de honing. Terwijl een Nazireeër niet in de buurt van een dode mocht komen.

Dertig mannen worden hem toegewezen om hem te vergezellen op zijn bruiloft en hij geeft hun een raadsel op. 

"Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke.

Het is een onmogelijk raadsel. De mannen bedreigen zijn schoonfamilie, waarna zijn vrouw de oplossing uit hem weet te ontfutselen.

"Wat is zoeter dan honing? En wat is sterker dan een leeuw? En hij zei tegen hen: Als u niet met mijn kalf had geploegd, zou u de betekenis van mijn raadsel niet hebben ontdekt."

Hierdoor wordt Simson gedwongen om dertig stel onder- en bovenkleding te bemachtigen. Hij doodt dertig mannen in een naburige stad en vanaf dat moment gaat het van kwaad tot erger. Zijn vrouw wordt uitgehuwelijkt aan een van zijn metgezellen. Uit wraak verbrandt hij de oogst van de Filistijnen, waarna de Filistijnen op hun beurt zijn vrouw en schoonvader verbranden. Simson doodt daarop de daders, wat ertoe leidt dat de Filistijnen opnieuw wraak willen nemen. Uiteindelijk worden de Filistijnen teruggedrongen en geeft Simson twintig jaar leiding aan Israël.

Maakt God gebruik van Simsons zwakte of van zijn kracht?

maandag 13 april 2026

Lees de Bijbel met mij...103 Gunstig stemmen?

Lees Richteren 10, 11 en 12

Al driehonderd jaar woont een deel van Israël aan de oostzijde van de Jordaan. Inmiddels is het volk God echter vergeten en dient het de afgoden van de omringende volken. Wanneer de Ammonieten en de Filistijnen optrekken tegen de Israëlieten die in het voormalige gebied van de Amorieten wonen, claimen de aanvallers dat dit hun land is. Dit is onterecht, aangezien Israël destijds op bevel van God de gebieden van Edom en Moab juist links heeft laten liggen.

In hun nood roepen de zonen van Gilead hun verstoten bastaardbroer, Jefta, uit tot hun leider. Omdat het volk zich bekeert van de afgoden, schenkt God Zijn Geest aan Jefta, die vervolgens de Ammonieten overwint. Jefta meent echter dat hij God gunstig moet stemmen met een onbezonnen gelofte: hij belooft het eerste dat hem bij thuiskomst uit zijn huis tegemoet komt, als brandoffer aan God te schenken.

Na de overwinning blijkt zijn eigen dochter de eerste te zijn die naar buiten komt. Hoewel God nooit om een dergelijk offer heeft gevraagd en mensenoffers in Israël strikt verboden waren, voelt Jefta zich gebonden om zijn woord te houden. Dit roept de vraag op in hoeverre Jefta werkelijk bekeerd was. 

Of hield Jefta zich wel degelijk aan Gods wetten en gaf hij zijn dochter als gelofteoffer aan de tempeldienst, waardoor er geen sprake meer zou zijn van nageslacht?

Jefta had simpelweg de wet uit Leviticus 27:4 kunnen toepassen. Als hij de Thora had gekend, had hij zijn dochter voor dertig sikkels zilver kunnen vrijkopen. Hiervoor was deze wet juist bedoeld.

Heb jij wel eens het idee dat je God gunstig moet stemmen om iets te ontvangen of vertrouw je op Zijn liefdevolle goedheid en genade?

Religie of relatie?

zondag 12 april 2026

Lees de Bijbel met mij...102

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

We zijn deze week begonnen in het boek Richteren. We zagen dat de keuze voor de richters ons leert dat God beschikbaarheid boven bekwaamheid stelt. Hij kiest ‘het dwaze van de wereld uit om de wijzen te beschamen’ (1 Korintiërs 1:27).

Ehud was linkshandig, Samgar was een boer, Debora was een vrouw en Gideon noemde zichzelf de onaanzienlijkste...Zij durfden zichzelf toe te vertrouwen aan Gods handen.

Het hangt er volledig van af in wiens handen je jouw leven legt. Een katapult in mijn handen is kinderspeelgoed. Een slinger in de handen van David is een machtig wapen.

Het hangt ervan af in wiens handen het is. Twee vissen en vijf broden in mijn handen zijn niet meer dan een paar broodjes vis. Twee vissen en vijf broden in de handen van God voeden duizenden mensen.

Het hangt ervan af in wiens handen het is. Spijkers in mijn handen leveren misschien een vogelhuisje op. Spijkers in de handen van Jezus Christus brachten redding voor de hele wereld.

Het hangt ervan af in wiens handen het is.

Zoals je ziet, draait alles om de vraag aan wie je jouw leven toevertrouwt. Leg daarom je zorgen, je verdriet, je angsten, je hoop, je dromen, je familie en je relaties in de handen van God, want...

Het hangt ervan af in wiens handen het is.




zaterdag 11 april 2026

Lees de Bijbel met mij...101

 Lees Richteren 7, 8 en 9

Een Gideonsbende van 32.000 naar slechts 300 strijdbare mannen. Iedereen die bang was, mocht naar huis gaan, waardoor meer dan tweederde van de mannen vertrok. Met 10.000 man zou het met Gods hulp nog wel moeten lukken, maar uiteindelijk liet God er slechts 300 overblijven. Nog geen 1 procent van het oorspronkelijke aantal mannen. God wilde namelijk niet dat het volk op de overwinning zou gaan roemen.

"En de HEERE zei tegen Gideon: Het volk dat bij u is, is voor Mij te talrijk om Midian in hun hand te geven. Anders zou Israël zich tegen Mij kunnen beroemen en zeggen: Mijn eigen hand heeft mij verlost!"

Arme Gideon. Omdat hij hierdoor ontmoedigd had kunnen raken, gaf God hem bemoediging door hem de angst van de vijand te laten horen. Zelfs de vijand geloofde in Hem; God zou deze strijd winnen. 

"En zijn metgezel antwoordde en zei: Dat is niets anders dan het zwaard van Gideon, de zoon van de Israëlitische man Joas. God heeft Midian en heel dit kamp in zijn hand gegeven."

Drie groepen omsingelden het kamp met fakkels en bazuinen. Het geluid klonk alsof een enorm leger op hen afstormde, waardoor de vijand in verwarring raakte en elkaar te lijf ging. Gideon riep de andere stammen te hulp om het vluchtende leger te achtervolgen en te verslaan.

Het volk had hierna weer 40 jaar rust. Gideon kreeg 70 zonen, plus één zoon bij een slavin uit Sichem: Abimelech. Na de dood van Gideon hitste  Abimelech het volk op tegen Israël en doodde hij de zonen van Gideon, op één na: Jotham. Hij vervloekte deze opstand, wat leidde tot een burgeroorlog, want Abimelech werd niet door iedereen als leider geaccepteerd. Tijdens het verwoesten van drie steden werd hij uiteindelijk door een vrouw met een molensteen gedood.

Terwijl Gideon weigerde om koning te worden omdat "de Heer over jullie moet heersen" (Rechters 8:23), greep zijn zoon Abimelech (zijn naam betekent: mijn vader is koning) die macht wel met geweld. Abimelech dacht in zijn hoogmoed koning te kunnen worden maar het bracht alleen maar strijd. 

Menselijke hoogmoed of vertrouwen op Gods kracht die juist door het zwakke wil werken? 

Wij de gebroken kruiken...



vrijdag 10 april 2026

Lees de Bijbel met mij...100

 Lees richteren 4, 5 en 6

Israël wordt al twintig jaar onderdrukt door de Kanaänitische koning Jabin. De profetes Debora geeft als richter leiding aan Israël; zij geeft Barak de opdracht om met de stammen Naftali en Zebulon ten strijde te trekken. Barak wil echter alleen gaan als zij meegaat. Daarom zal de eer van de overwinning naar een vrouw gaan. Barak beklimt met 10.000 man de berg Tabor, terwijl Sisera, de legeraanvoerder van koning Jabin, hem tegemoet trekt met 900 ijzeren strijdwagens. De HEERE zaait echter verwarring, waardoor het leger van Sisera vlucht en sneuvelt. Sisera vlucht te voet naar de tent van Jaël, waar hij door haar wordt gedood. Na de veertig jaar rust onder Debora en Barak vervalt Israël opnieuw in zonde, waardoor de Midianieten het land zeven jaar lang plunderen.

"Dit zegt de Heer, de God van Israël: Ik heb jullie uit Egypte weggeleid en jullie bevrijd uit de slavernij. Ik heb jullie gered uit de macht van de Egyptenaren en van iedereen die jullie onderdrukte. Ik heb hen voor jullie verdreven en hun land aan jullie gegeven. Ik heb tegen jullie gezegd: 'Ik ben de Heer, jullie God. Jullie wonen nu in het land van de Amorieten, maar jullie mogen niet hun goden vereren.' Maar jullie hebben Mij niet gehoorzaamd."

Dan roept God Gideon. Gideon is angstig en slaat tarwe uit in een wijnpers om het voor de vijand te verbergen. Als de Engel van de HEERE hem aanspreekt met: "De HEERE is met u, strijdbare held!", reageert Gideon sceptisch. Pas als zijn offer — het vlees en het ongezuurde brood — wordt verbrand door vuur uit de rots, beseft Gideon dat hij met de Engel van de HEERE heeft gesproken. Hij brengt een offer met het hout van de gewijde paal bij het Baälaltaar, dat hij vernietigt. Hij doet dit echter 's nachts, uit angst voor zijn familie en de mannen uit de stad. De Geest van de HEERE komt over Gideon en hij roept een heel leger bijeen uit de stammen Manasse, Aser, Zebulon en Naftali. Ondanks alles vraagt Gideon om een teken met een schapenvacht.

God gebruikt mensen die niet voor de hand liggen om de strijd te leiden. Onze beperkingen en angsten staan God niet in de weg om te handelen. Hij kijkt niet naar wat je bent, maar wat Hij door jou heen kan doen.


donderdag 9 april 2026

Lees de Bijbel met mij...99 Halfslachtige gehoorzaamheid

 Lees Richteren 1, 2 en 3

Het volk neemt steeds meer land in bezit. Juda bindt samen met Simeon de strijd aan met de Kanaänieten en rekent af met de wrede koning van Bezek. Deze koning had zeventig andere koningen vernederd door hun duimen en grote tenen af te hakken; nu overkomt hem hetzelfde. De geschiedenis van de strijd van Juda is grotendeels een herhaling van Jozua 15. De andere stammen blijven echter achter bij het veroveren van hun grondgebied, waardoor er vreemde volken onder de Israëlieten blijven wonen. Deze omringende volken bleven achter om Israël op de proef te stellen:

"opdat Ik door hen Israël op de proef stel, om te zien of zij de weg van de HEERE in acht zullen nemen door daarin te gaan, zoals hun vaderen die in acht genomen hebben, of niet."

"En wat u betreft, u mag geen verbond sluiten met de inwoners van dit land. Hun altaren moet u afbreken. U bent Mijn stem echter niet gehoorzaam geweest. Waarom hebt u dit gedaan? Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen niet van voor uw ogen verdrijven, maar zij zullen u tot prikkels in uw zijden zijn, en hun goden zullen u tot een valstrik zijn."

Er staat een generatie op die de HEERE niet kent. De Israëlieten gaan de afgoden dienen van de volken die nog om hen heen wonen en vermengen zich met hen. God geeft hen over in de handen van de vijand, waardoor zij nauw worden gedreven. Daarom doet de HEERE richters opstaan die hen bevrijden, maar zodra het weer beter gaat, worden zij opnieuw opstandig. Ook de nieuwe generatie moet leren te strijden tegen de zonde: een voortdurende strijd van zonde en verlossing.

De eerste verlosser kwam uit de stam Juda: Otniël, de zoon van Kenaz en de (jongere) broer van Kaleb. De Geest van de HEERE kwam over hem en hij bevrijdde het volk uit de macht van de Aramese (Syrische) koning. Hierna had het land veertig jaar rust.

De tweede verlosser kwam uit de stam Benjamin, de linkshandige Ehud. Hij bevrijdde Israël door de zwaarlijvige Moabitische koning Eglon te doden en de strijd aan te binden met de Moabieten; daarna had het land tachtig jaar rust. Ten slotte wordt nog kort vermeld dat Samgar met een ossenprik 600 Filistijnen versloeg.

In ons eigen leven kunnen we 'kleine' zonden (vosjes) of verkeerde gewoontes laten zitten, maar deze kunnen uiteindelijk uitgroeien tot grotere problemen die ons onze vrijheid en vreugde kunnen roven. Vang dus de kleine vossen!



woensdag 8 april 2026

Lees de Bijbel met mij...98 Wij zullen de Heer dienen

 Lees jozua 22, 23 en 24

Het boek Jozua eindigt met de laatste fase van zijn leven. Hij waarschuwt het volk om God te blijven liefhebben en een keuze te maken: kies ervoor om de Heer te dienen of de afgoden. Het volk kiest voor God. Jozua spreekt dan de bekende woorden: 'Ik en mijn huis, wij zullen de Heer dienen.'

"Maar Jozua antwoordde daarop: 'U kunt de Heer niet dienen, want Hij is heilig en eist u volledig op. Hij zal uw opstandigheid en zonden niet vergeven. Als u Hem de rug toekeert en andere goden gaat vereren, zal Hij Zich tegen u keren en u vernietigen, ook al heeft Hij al die tijd zo goed voor u gezorgd.'"

"Toen zei Jozua tegen het hele volk: 'Deze steen heeft alles gehoord wat de Heer zei; daarom zal hij tegen u getuigen als u uw woord niet houdt.'"

Wij kunnen God niet uit eigen kracht dienen, want Hij is heilig. Maar God heeft ons in Christus gediend; Hij heeft ons rechtvaardig en heilig verklaard, niet op basis van onze werken, maar uit pure genade. Juist door Zijn liefde zijn wij nu in staat om Hem te dienen. Jezus de levende steen, de hoeksteen waarop we ons leven mogen bouwen.

Ik kies vandaag: ik leef voor U

dinsdag 7 april 2026

Lees de Bijbel met mij...97 Volkomen rust

 Lees Jozua 19, 20 en 21

Onder alle stammen en door het hele land krijgen de Levieten steden toegewezen als woonplaats, inclusief de omliggende weidegrond. In totaal staan de stammen 48 steden af. 

Daaronder bevinden zich ook de vrijsteden: plaatsen waar iemand die onopzettelijk een ander heeft gedood, een veilig heenkomen kan zoeken tegen bloedwraak. Dit waren zes steden. Drie aanvoerders de oostkant van de Jordaan en drie aanvoerders de westkant. (Bezer, Ramot, Golan en Kadesh, Sichem en Hebron)

Hebron, de stad van Kaleb. 

"Jozua zegende hem toen en gaf hem [Kaleb] Hebron als een eeuwig erfdeel, omdat hij de Here, de God van Israël, volkomen trouw was gebleven. Vóór die tijd werd Hebron Kirjat-Arba genoemd, naar een beroemde held van de Enakieten. Toen was de strijd voorbij en kwam er rust in het land."

En toch lees je dan dit:

"De eersten die hun toewijzing kregen, waren de priesters, de nakomelingen van Aäron die deel uitmaakten van de Kehatieten. De stammen van Juda en Simeon gaven hun de volgende negen steden met de omringende weidegrond: de vrijstad Hebron in het bergland van Juda—ook wel Kirjat-Arba genoemd—maar het akkerland rond de stad en de omringende dorpen werden aan Kaleb gegeven."

Kaleb deelt zijn erfdeel. De man van groot geloof, deelde zijn kostbare erfdeel dus met de dienaren van God. Hebron betekent in het Hebreeuws zelfs 'verbinding' of 'vriend', wat deze gedeelde woonplaats extra symbolisch maakt.

De Here gaf de Israëlieten al het land, dat Hij hun voorouders had beloofd. Zij kwamen het land binnen, veroverden het en gingen er wonen. De Here gaf hun vrede, zoals Hij had beloofd. Niemand kon het tegen hen opnemen, de Here hielp hen al hun vijanden te verslaan. Alle beloften die de Here aan het volk Israël had gedaan, werden vervuld.


maandag 6 april 2026

Lees de Bijbel met mij...96 God in uw midden

Lees Jozua 16, 17 en 18

Israël moet de volken van Kanaän verdrijven, maar soms lukt dat niet en blijven zij in hun steden wonen. De Kanaänieten die onder de Israëlieten blijven wonen, worden echter tot dwangarbeid (of herendienst) verplicht.

Zeven stammen hebben nog geen land ontvangen, en Jozua roept hen op om het land in bezit te nemen. Er worden opnieuw verkenners (drie per stam) uitgezonden om het resterende gebied nauwkeurig in zeven delen te beschrijven. Dit land wordt vervolgens door loting aan de overgebleven stammen toegewezen.

In het midden van Israël, in het kamp bij Silo (wat 'rust' of 'vredevorst' betekent, zie ook Gen. 49:10), wordt de tabernakel opgericht. Midden in het land doet God Zijn Naam wonen, als een voorafschaduwing van hoe het eens volmaakt zal zijn.

Deze aardse verdeling van het land en de rust in Silo wijzen vooruit naar de volmaakte rust die Jezus Christus (de 'ware Jozua') schenkt aan allen die in Hem geloven, en naar de dag waarop God voor altijd bij de mensen zal wonen.

"Ik hoorde een luide stem vanaf de troon zeggen: ‘Gods woonplaats is nu bij de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn en Hij zal Zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen. Er zal geen dood meer zijn, geen verdriet, geen rouw of pijn, want die dingen horen bij de oude wereld die voorbij is.’ Hij die op de troon zat, zei: ‘Ik maak alles nieuw.’ En Hij zei tegen mij: ‘Schrijf het allemaal op, want wat Ik zeg, is waar en betrouwbaar. Het heeft zich allemaal voltrokken. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft, zal Ik water geven uit de bron die leven geeft, voor niets. Wie overwinnen, krijgen dit van Mij. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn kinderen zijn." (Openbaringen 21:3-7, HTB)

zondag 5 april 2026

Lees de Bijbel met mij...95 Solo Deo

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)


Het volk Israël neemt het Beloofde Land in bezit en het land wordt verdeeld onder de stammen. Het volk is sterk en moedig; gezamenlijk strijden zij voor elkaars plaats in het geheel, vol vertrouwen op God die hen hierin leidt. Het volk is een natie geworden. 

God wil ons één maken. Door Zijn Geest te leven. Ieder anders maar allen op Zijn plek.

"Doe je best om één te blijven in de Geest, door in vrede met elkaar te leven.  Want er is maar één Lichaam en er is maar één Geest. En we hebben allemaal één hoop en één roeping.  Er is één Heer, één geloof en één doop.  En er is één God die de Vader is van alle mensen. Hij staat boven iedereen. Hij werkt door iedereen heeft en en is in jullie allemaal." (Efeze4)




zaterdag 4 april 2026

Les de Bijbel met mij...94 Meer dan overwinnaars

Lees Jozua 13, 14 en 15

In deze hoofdstukken wordt de verdeling van het land beschreven. Het gaat om het gebied van Ruben, Gad en de helft van de stam Manasse aan de oostkant van de Jordaan, dat al door Mozes was veroverd. Ook volgt er een beschrijving van het land en de steden van Juda.

In dit gebied ligt ook het stuk land dat aan de verkenner Kaleb was beloofd: het bergland van de reuzen. Volgens hem waren zij destijds met Gods hulp al te overwinnen. Nu, 45 jaar later, verslaat hij deze reuzen daadwerkelijk op 85-jarige leeftijd.

"Toen bracht Kaleb het volk tegenover Mozes tot bedaren en zei: Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren... Mensen, kom toch niet in opstand tegen de HEERE! Wees niet bang voor de inwoners van dat land. Wij zullen hen overwinnen, want zij zijn ons tot voedsel. De HEERE staat aan onze kant en beschermt hen niet langer! Daarom moeten wij niet bang voor hen zijn!" (Num. 13:30-14:9, HSV)

Voor Kaleb waren de reuzen 45 jaar geleden al overwonnen, simpelweg omdat God het had gezegd. Hij liet zich niet leiden door angst voor het onbekende of door zijn hoge leeftijd; hij bleef vertrouwen.

"Ik heb nog net zoveel kracht als toen Mozes ons op verkenning uitzond en ik kan nog steeds reizen en vechten als toen!"

Kaleb herinnert ons eraan dat we met God meer dan overwinnaars zijn. Zijn kracht neemt niet af en Zijn beloften houden altijd stand. Met Zijn hulp kunnen wij onze vijanden verslaan.

vrijdag 3 april 2026

Lees de Bijbel met mij...93 De ernst van zonde

 Lees Jozua 10, 11 en 12

"Wie te licht denkt over zonde en haar diepe ernst niet ziet, kijk naar Hem en zie verwonderd wat een vonnis zij verdient. Christus, het volmaakte Paaslam, droeg ons weerzinwekkend lot. Hij, die onze zonden wegnam, Hij verzoent ons weer met God."
 (Lied Sela)

De Gibeonieten worden aangevallen door omringende koningen omdat zij een verbond hebben gesloten met Israël. Een coalitie van vijf koningen trekt ten strijde. De Gibeonieten roepen Israël om hulp, waarop Jozua met zijn leger uitrukt.

God geeft de vijanden in hun macht; Hij strijdt Zelf mee door middel van hagelstenen, die meer slachtoffers maken dan het leger van Jozua. Bovendien blijven, op het gebed van één man (Jozua), de zon en de maan stilstaan totdat de strijd is gestreden.  

Dit doet denken aan het verhaal van Abraham, die te hulp werd geroepen om Lot te bevrijden. Ook Abraham moest het opnemen tegen een coalitie van koningen. Beide leiders voeren een verrassingsaanval uit in de nacht en in beide gevallen schenkt God de overwinning. Opvallend is de rol van de koning van Jeruzalem: bij Abraham is dit de bondgenoot en priester Melchizedek ('koning van gerechtigheid'), terwijl de koning van Jeruzalem bij Jozua de vijand Adoni-Zedek is ('mijn heer is gerechtigheid').

Keer op keer binden koningen de strijd aan in plaats van te vluchten. Uiteindelijk worden er maar liefst 31 koningen verslagen en wordt het land in bezit genomen. Het oordeel over de volken, die niets van God wilden weten en de vreselijkste zonden begingen, wordt hiermee na 400 jaar geveld.

Beseffen we wel hoe erg de zonde is en welke straf zij verdient?


woensdag 1 april 2026

Lees de Bijbel met mij...92 Waar let je op?

 Lees Jozua 7, 8 en 9

Jericho is overwonnen en nu bereidt het volk zich voor om een klein plaatsje van zo’n 12.000 inwoners aan te vallen. Hoewel er 3.000 soldaten op uittrekken, worden zij toch verslagen. God is niet langer in hun midden. Het blijkt dat Achan, uit de stam Juda, bezittingen uit de buit voor zichzelf heeft gehouden, terwijl alles verbrand had moeten worden of – in het geval van goud en zilver – bestemd was voor de HEERE. Door zijn hebzucht sterft zijn hele familie.

Wanneer de zonde is weggedaan, keert God terug in hun midden en wordt het stadje (Ai) door middel van een list overwonnen. Alle inwoners sterven, maar ditmaal mogen de soldaten de buit wel voor zichzelf houden.

Vervolgens komen de Gibeonieten met een list en leugen dat ze komen uit een ver afgelegen  land. 

"Jozua en zijn mannen proefden van hun brood. Zij namen niet de moeite het aan de Here te vragen, maar gingen hun eigen gang en sloten een vredesverdrag met hen. De leiders van Israël bezegelden de overeenkomst met een eed.  

Zij sluiten een overeenkomst met Israël, dat zonder God te raadplegen gelooft dat dit volk van ver komt. De volken van Kanaän weten van de opdracht dat de Israëlieten iedere inwoner van Kanaän moeten doden.
 
"Zij antwoordden: ‘Wij hebben dit gedaan, omdat ons werd verteld dat de Here zijn dienaar Mozes opdracht had gegeven dit hele land te veroveren en alle inwoners te doden. Wij vreesden voor ons leven toen u verscheen, dat is de reden."

In plaats van te vluchten, gaan deze volken de strijd aan. Alleen de Chiwwieten (Gibeonieten) weten door hun list hun woonplek en leven te behouden; zij worden voortaan de houthakkers en waterputters voor Israël.

In hoeverre zijn we gericht op tijdelijke dingen die geen waarde hebben?






Lees de Bijbel met mij...91 Oordeel of redding

Lees Jozua 4, 5 en 6


Twaalf mannen, één uit elke stam, moeten van de plek waar de priesters midden in de Jordaan staan twaalf stenen meenemen naar de overkant. In het kamp wordt daar een gedenkteken van gemaakt. Ook Jozua bouwt een gedenkteken in het midden van de Jordaan. Het is de eerste maand van het jaar als ze aan de overkant komen. Het wonder van de droogvallende Jordaan geeft Jozua dezelfde status als Mozes. God is met hem. Hij is de leider die het volk mag leiden in het Beloofde Land.

De mannen worden daar besneden, omdat de vorige generatie die besneden was, is gestorven en de nieuwe generatie nog niet besneden was. In de vlakte van Jericho, bij Gilgal, wordt de 'schande' weggenomen en het Pascha gevierd. Daarna ontmoet Jozua een engel, een bevelhebber van het leger van de Heer. God geeft aan op welke manier ze Jericho moeten innemen.

Zes dagen lang moet het volk eenmaal per dag in stilte om de stad lopen, en op de zevende dag zevenmaal. Alleen de bazuinen van de priesters schallen; zij lopen voor de ark uit, achter de gewapende mannen aan. Na de zevende keer op de laatste dag juicht het volk en de muren storten in. Ze  moeten alles en iedereen vernietigen, behalve Rachab en haar familie; zij worden in veiligheid gebracht. De stad wordt verbrand en Jozua spreekt een vervloeking uit over wie deze stad weer opbouwt: zijn oudste zoon zal sterven bij het leggen van het fundament en zijn jongste bij het oprichten van de poortdeuren."






Lees de Bijbel met mij...123

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken.  Heb je: een  belofte...