zaterdag 7 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...66 Wie is de baas

Lees Numeri 16 en 17

Drie mannen nemen het voortouw in een opstand tegen Mozes en Aäron. De opstandelingen verzamelen 250 'mannen van naam' om zich heen die zich bij hen aansluiten. Hun kritiek is dat Mozes en Aäron te veel macht naar zich toe zouden trekken; zij zijn immers net zo goed onderdeel van het heilige volk van Israël. Ze beschuldigen Mozes en Aäron er zelfs van het volk uit een 'land van melk en honing' te hebben weggehaald om hen te laten sterven in de woestijn. Hiermee verdraaien ze doelbewust de feiten.

De opstandelingen eisen dat God een nieuwe leider kiest. Door middel van vuurschalen met wierook moet God een teken geven wie de nieuwe priester wordt. In totaal worden er 253 vuurschalen gevuld. God verschijnt echter niet om een nieuwe leider aan te wijzen, maar om het volk te vernietigen vanwege hun opstand. Mozes springt voor hen in de bres door voorbede te doen.

Het teken van God is uiteindelijk niet de keuze voor een nieuwe leider, maar het oordeel over de opstandelingen: de aarde opent zich en verzwelgt de drie aanvoerders en hun gezinnen. De overige 250 mannen worden door een hemels vuur verteerd; niet hun vuurschalen, maar zijzelf.

Het volk klaagt vervolgens bij Mozes en Aäron dat zij het volk van de Heer hebben gedood. God zendt daarop een plaag, die door Aäron wordt gestopt met een vuurschaal vol wierook tussen het volk te gaan staan. Uiteindelijk geeft God toch een teken van bevestiging door de staf van Aäron te laten bloeien. Dit moet een einde maken aan al het gemor.

Morren en klagen wij ook over degenen die God boven ons gesteld heeft? Inhoeverre willen we soms zelf naam maken?

"Een dienstknecht van de Heere moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen." (2 Tim. 2:24-26, HSV)




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Lees de Bijbel met mij...78 Hoor Israël

 Lees Deuteronomium 5, 6 en 7 " Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat...