Lees 1 Koningen 15: 9-24 en 2 Kronieken 14, 15 en 16
Asa wordt koning na de korte regeringsperiode van zijn vader, in het twintigste regeringsjaar van Jerobeam van Israël. Hij doet wat juist is in de ogen van de Heere, net als zijn voorvader David. Zijn hart is volkomen toegewijd aan de Heere. Hij breekt met de afgodendienst, vernietigt de afgodsbeelden en verbiedt de afgoderij. Zelfs de afgodsbeelden van zijn grootmoeder Maächa spaart hij niet.
Hij gebiedt Juda om de wet en de geboden na te leven.In deze periode van rust bouwt Asa aan het versterken van de steden. Na tien jaar trekken de Cusjieten op tegen Juda, maar Asa zoekt steun bij God en God strijdt voor hen. Hierdoor behaalt Juda een zeer grote buit.
Ondertussen is Baësa Jerobeam opgevolgd als koning over Israël. Hij wil voorkomen dat Israëlieten naar Juda reizen om God te aanbidden. In het 36 regeringsjaar van Asa bouwt Baësa een fysieke grensbarrière. Asa zoekt hierop hulp bij Benhadad, de koning van Syrië. Voor veel zilver en goud 'koopt' hij zijn hulp. Zelfs het goud en zilver dat geheiligd was aan God. Benhadad jaagt Baësa weg naar Tirza, waarna de grensblokkade in Rama wordt gesloopt.
Hij maakt hierbij de grote fout dat hij zijn steun zoekt bij een vijand en nu niet Gods hulp zoekt en God neemt hem dat kwalijk. Hij had met Zijn hulp zelfs Syrië kunnen verslaan.
"In die tijd kwam de ziener Hanani naar Asa, de koning van Juda, en zei tegen hem: Omdat u op de koning van Syrië gesteund hebt, en niet gesteund hebt op de HEERE, uw God, daarom is het leger van de koning van Syrië uit uw hand ontkomen." (2 Kronieken 16:7, HSV)
Deze boodschap wordt de ziener niet in dank afgenomen en hij belandt in de gevangenis. In het negenendertigste jaar van zijn regering wordt Asa ernstig ziek, maar ook nu zoekt hij geen hulp bij God. Na een regering van eenenveertig jaar over Juda komt hij te overlijden.
Asa was God volkomen toegewijd op het fanatieke af maar wilde zich niet laten corrigeren.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten