Lees Amos 4, 5 en 6
Israël wordt aangesproken op haar afgoderij, decadentie, hoogmoed en onrecht. De altaren voor de gouden kalveren worden speciaal genoemd, evenals hun zelfbedachte godsdienst in Bethel en Gilgal.
Door onrecht zijn hun mooie stenen huizen gebouwd en liggen ze op ivoren bedden, terwijl de arme aan de kant wordt gedrukt. In hoeverre is dit te vergelijken met onze huidige maatschappij? Wat vroeger alleen voor de rijken was weggelegd, is nu bereikbaar voor de gewone man. Maar tegen welke prijs? Vraag je eens af: wie heeft hiervoor de prijs betaald?
Hoelang kan dit nog goed gaan? Amos profeteert dat er honger, ziekte en oorlog komen. Toch bekeert het volk zich hier niet om. De HEERE roept het uit: "Zoek Mij en leef!" (Amos 5:4).
Zoek het toch niet in Bethel of Gilgal, bij zelfbedachte goden die niets kunnen doen. Zoek het goede en niet het kwade, en leef! God wil dolgraag genadig zijn, maar de mensen gaan niet op Zijn uitnodiging in. Ze hebben het te druk met zichzelf en met dat wat Prediker 'lucht' (ijdelheid) zou noemen.
"Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek." (Amos 5:24)
Het draait om het liefhebben van God en de naaste, maar Israël houdt alleen nog maar van zichzelf.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten