Lees 1 Samuël 11, 12 en 13
Koning Saul woont nog steeds in Gibea en werkt zelf op het land wanneer er boodschappers arriveren. Zij brengen het nieuws over de dreigementen aan het adres van de inwoners van Jabes. De Geest van God komt over Saul; hij snijdt zijn runderen in stukken en roept een leger op de been. Hoewel het vijandelijke leger van de Ammonieten veel sterker is, overmeestert Saul de vijand en bevrijdt hij de mensen van Jabes.
Na deze overwinning wordt Saul werkelijk erkend als koning, waarna Samuël het koningschap van Saul in Gilgal vernieuwt. Samuël neemt vervolgens afscheid van het volk. Hij herinnert de Israëlieten aan de daden van God door de jaren heen en hoe Hij hen telkens heeft gered. Hij beschuldigt het volk dat zij God niet als koning hebben erkend en zelf een koning wilden. Op het gebed van Samuël laat God het onweren en regenen. God bevestigt het woord door een wonderteken en het volk bekeert zich.
Echter, na slechts één jaar gaat Saul al in de fout. Jonathan heeft een legerafdeling van de Filistijnen aangevallen, die nu op wraak uit is. Uit angst voor het enorme leger van de Filistijnen en zijn manschappen die de moed verliezen, is hij ongehoorzaam aan God. Omdat Samuël in zijn ogen te laat komt, brengt hij zelf offers om God gunstig te stemmen. Als gevolg hiervan zal het koningschap aan een ander worden gegeven: een man naar Gods hart.
Handel je uit angst of blijf je vertrouwen?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten