Lees 1 Samuël 8, 9 en 10
Samuël is oud geworden en zijn zonen zijn niet geschikt om hem op te volgen als richter. Het volk wil daarom een koning. Daarmee verwerpen zij in feite God als hun Koning.
“Maar de HEERE zei tegen Samuël: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.”
Toch stemt God erin toe om een koning over Zijn volk aan te stellen. Hij waarschuwt het volk echter dat het hebben van een koning niet zo rooskleurig zal zijn als zij denken.
“Hij zal het tiende deel van uw kudden nemen, en u zult hem tot slaven zijn. U zult het in die dagen uitschreeuwen vanwege uw koning, die u zich gekozen hebt, maar de HEERE zal u op die dag niet antwoorden.”
Saul, uit de stam van Benjamin, is op zoek naar de ezelinnen van zijn vader. Wanneer ze die niet kunnen vinden, stelt de knecht voor om naar Samuël, de ziener, te gaan. God heeft Samuël al laten weten dat deze Saul de koning is die Hij op het oog heeft. Hij zal de strijd voeren tegen de Filistijnen.
Samuël vertelt Saul dat de ezels al gevonden zijn, maar voegt daar nog iets aan toe: alles wat begerenswaardig is in Israël zal hem toebehoren. Saul voelt zich hierdoor niet aangesproken en reageert verbaasd:
“En van wie zal alles zijn wat begerenswaardig is in Israël? Is het niet van u en van uw hele familie? Toen antwoordde Saul: Ben ik niet een Benjaminiet, uit de kleinste van de stammen van Israël? En is mijn geslacht niet het geringste van al de geslachten uit de stam van Benjamin? Waarom spreekt u mij dan aan met zulke woorden?”
Samuël zalft Saul tot koning over Israël en voorspelt wat hem onderweg zal overkomen. Hij zal profeten tegenkomen en in geestvervoering raken:
“Dan zal de Geest van de HEERE u aangrijpen; u zult met hen in geestvervoering raken en tot een ander mens worden...En het gebeurde, toen Saul zich omkeerde om bij Samuel weg te gaan, dat God zijn hart in een ander veranderde; en al die tekenen overkwamen hem op die dag..”
God verandert Saul in een ander mens en geeft hem een ander hart.
Samuël roept vervolgens alle stammen bijeen in Mizpa, waar Saul als koning wordt aangewezen. Saul heeft zich verstopt, maar wordt gevonden en tot koning uitgeroepen. De meeste mensen vieren zijn koningschap, maar er zijn ook sommigen die niets van Saul willen weten.
'Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden."(2 Korinthe 5:17)
Je bent een een nieuwe schepping...vertrouw je op Gods werk in jouw leven of blijf je je verstoppen?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten