Lees 1 Samuël 21, 22, 23 en 24
David vlucht naar Nob, naar de priester Achimelech, die hem toonbroden en het zwaard van Goliath geeft. David laat de priester geloven dat hij daar in opdracht van Saul is. Vervolgens vlucht hij verder naar Moab en laat hij zijn vader en broers overkomen. Er verzamelen zich steeds meer medestanders om hem heen, waardoor hij al snel een legertje van vierhonderd (later zeshonderd) man heeft.
Saul laat zich leiden door jaloezie en woede en zinkt steeds verder weg in het moeras van haat. Wanneer hij ontdekt dat Achimelech David heeft geholpen, laat hij alle priesters en inwoners van Nob doden; zelfs de dieren worden niet gespaard. David vlucht ondertussen verder naar de woestijn van Zif. Wanneer hij om hulp wordt geroepen, bevrijdt hij met zijn manschappen het dorp Keila. Saul hoort hiervan en probeert David daar in de val te lokken, maar hij moet zijn achtervolging staken omdat de Filistijnen het land aanvallen.
Later zet Saul de achtervolging weer in bij de oase van En-Gedi. In een grot krijgt David de kans om Saul te doden, maar hij doet dit niet. David vertrouwt erop dat God de strijd voor hem zal voeren. Wanneer Saul dit merkt, ziet hij Davids oprechtheid en beseft hij dat hij in feite tegen God zelf strijdt.
Door wie of wat laat jij je leiden?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten