Lees Jozua 10, 11 en 12
De Gibeonieten worden aangevallen door omringende koningen omdat zij een verbond hebben gesloten met Israël. Een coalitie van vijf koningen trekt ten strijde. De Gibeonieten roepen Israël om hulp, waarop Jozua met zijn leger uitrukt.
God geeft de vijanden in hun macht; Hij strijdt Zelf mee door middel van hagelstenen, die meer slachtoffers maken dan het leger van Jozua. Bovendien blijven, op het gebed van één man (Jozua), de zon en de maan stilstaan totdat de strijd is gestreden.
Dit doet denken aan het verhaal van Abraham, die te hulp werd geroepen om Lot te bevrijden. Ook Abraham moest het opnemen tegen een coalitie van koningen. Beide leiders voeren een verrassingsaanval uit in de nacht en in beide gevallen schenkt God de overwinning. Opvallend is de rol van de koning van Jeruzalem: bij Abraham is dit de bondgenoot en priester Melchizedek ('koning van gerechtigheid'), terwijl de koning van Jeruzalem bij Jozua de vijand Adoni-Zedek is ('mijn heer is gerechtigheid').
Keer op keer binden koningen de strijd aan in plaats van te vluchten. Uiteindelijk worden er maar liefst 31 koningen verslagen en wordt het land in bezit genomen. Het oordeel over de volken, die niets van God wilden weten en de vreselijkste zonden begingen, wordt hiermee na 400 jaar geveld.
Beseffen we wel hoe erg de zonde is en welke straf zij verdient?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten