donderdag 19 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...78 Hoor Israël

 Lees Deuteronomium 5, 6 en 7

"Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan!" (5:29, HSV)

Nog één keer herhaalt Mozes de Tien Geboden. Hier wordt de sabbat niet gekoppeld aan de zevende dag van de schepping, maar aan het feit dat God hen verloste uit Egypte, uit de slavernij. 

De wet wordt samengevat in het 'Shema', de geloofsbelijdenis die begint met het woord 'Hoor': "Luister Israël, de HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht." (6:4-5). In het Nieuwe Testament wordt hieraan Leviticus 19:18 toegevoegd: "en uw naaste als uzelf" (Lucas 10:27).

(De Israëlieten moeten hun kinderen deze geboden inprenten. Dit had tot gevolg dat in Israël, in tegenstelling tot bij andere volken, zowel jongens als meisjes al vroeg onderwijs kregen en geletterd waren.)

Hoewel de wet vraagt om liefde, is de mens van nature op zichzelf gericht. In de tijd van Mozes werd de wet nog van buitenaf opgelegd, maar eens zullen de geboden door de Heilige Geest in het hart geplant worden.

God zal zeven grote volken voor Israël verdrijven. Niet omdat het volk zelf zo groot of goed is, maar uit liefde en vanwege het verbond met hun vader Abraham. Zij mogen uit genade Zijn overvloed ontvangen. 

"Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte."(7:7-8, HSV)

God waarschuwt om niet de goden en gebruiken van de volken over te nemen. God zal zelf de volken geleidelijk voor hen verdrijven, zodat het land geen woestenij wordt. Niets en niemand zal voor hen kunnen standhouden. 

Wij kunnen God niet naderen omdat wij zo goed zijn maar omdat God zo goed en genadig is.

In hoeverre is het geloof jouw verdienste?


dinsdag 17 maart 2026

Lees de Bijbel met mij.. 77 Hineni...Hier ben Ik

 Lees Deuteronomium 3 en 4

"Onze Heer God is heel dicht bij ons. Geen ander volk, hoe groot het ook is, heeft een god die zó dichtbij is. Hij is bij ons, telkens als we Hem om hulp roepen." (Deuteronomium 4:7, BB)

Voordat het volk het Beloofde Land intrekt, vindt er al een strijd plaats met twee koningen: Sihon, de koning van de Amorieten, en Og, de koning van Basan. Beide gevechten worden met Gods hulp gewonnen, waardoor Israël ook aan de oostkant van de Jordaan al een groot gebied in handen krijgt. De stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse gaan daar wonen. Zij moeten daarvoor wel vooropgaan in de strijd bij het veroveren van het Beloofde Land.

"U mag aan het woord dat ik u gebied, niets toevoegen en er ook niets van afdoen, opdat u de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied, in acht neemt." (4:2, HSV)

Mozes drukt de mensen op het hart om God altijd te gehoorzamen, want God is een verterend vuur. Maar in datzelfde hoofdstuk staat ook de andere kant van de medaille: God is een barmhartig God.

God is zo ontzagwekkend groot en heilig. Hij laat onrecht niet ongestraft. Door middel van Zijn geboden creëert God als het ware een omheinde tuin waarin de mens in overvloed, vrede en vreugde kan leven met Hem en met elkaar; een geestelijk paradijs. Tegelijkertijd weet Hij dat wij niet aan Zijn heilige standaard kunnen voldoen. Hij weet dat we Zijn aanwezigheid en de omheining van Zijn geboden zullen verlaten.

Maar... Hij laat ons niet los. Wanneer wij God verlaten en in onze benauwdheid naar Hem roepen — als wij op die zondige plek God met hart en ziel zoeken — dan zal Hij Zich laten vinden! Hij wil ons niet ten gronde richten, want Hij is barmhartig. Hij zal Zich altijd laten vinden..

Lees de Bijbel met mij ...76 Voorbereiding

 Lees Deuteronomium 1 en 2

In slechts elf dagen had het volk het beloofde land kunnen bereiken. In plaats daarvan duurt het veertig jaar voordat ze weer in Kades aankomen en hun kamp opslaan tegenover Jericho.

Het volk dat uit Egypte was getrokken, was niet geschikt om het land binnen te gaan; zij wantrouwden God en de leiding voortdurend. Ze verlangden te veel naar zekerheid en comfort en wilden zelf de regie in handen houden.

De nieuwe generatie was echter opgegroeid met het woestijnleven en Gods leiding. In al die zware jaren hadden zij altijd te eten en te drinken gehad en was hun kleding niet versleten. Zij hadden geleerd dat God te vertrouwen is en zij mogen de strijd aangaan.

Mozes heeft de leiding over het volk gedelegeerd aan mannen die rechtspreken namens God. Het volk koos deze mannen zelf uit: leiders over groepen van duizend, honderd, vijftig en tien mensen. Zij moesten meningsverschillen oplossen en het volk op allerlei manieren bijstaan. De groep die uit Egypte vertrok, is zo een volk geworden; een gemeenschap rondom het Woord van God als 'draagbaar vaderland'. Het is nu een volk met een gezamenlijke geschiedenis.

Zowel de generatie uit Egypte als Mozes zelf mogen het land niet in. Alleen Jozua en Kaleb, die onvoorwaardelijk op God vertrouwden, krijgen toestemming. Jozua volgt Mozes op als leider. Als een trouwe discipel verbleef hij altijd in de nabijheid van Mozes en de tent van ontmoeting. Hij was bij Mozes op de berg en heeft zelfs God mogen zien.

God maakt ook duidelijk dat ze de nakomelingen van Ezau en Lot niet mogen aanvallen. Ook deze volken hebben van God een eigen gebied toegewezen gekregen. Hij is de Heerser over alle volken is. Hij deelt de wereld in zoals Hij wil. Israël is een instrument in Zijn plan, maar niet de enige speler op het wereldtoneel waar God zorg voor draagt.




maandag 16 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...75 Beschermd wonen

Lees Numer 35 en 36

Vandaag lezen we Numeri uit.

We lezen over de verdeling van het land. Het land dat een stam en familie toegewezen kreeg, werd hun eeuwig bezit. Elk Jubeljaar kregen ze hun land en bezit weer terug als ze dit hadden verkocht aan een andere familie of stam. Daarom mochten dochters van Selofchad, die van hun vader erfden, alleen trouwen binnen de eigen stam.

Dit systeem voorkwam dat een paar rijke families al het land opkochten, terwijl andere families voor eeuwig landloos en arm bleven. Je verkocht iemand dus nooit de grond zelf, maar alleen het aantal oogsten tot aan het volgende Jubeljaar.

Er is de opdracht om ook de Levieten 42 steden te geven met de weidegrond daaromheen. Daarnaast krijgen zij nog zes vrijsteden, verspreid over het land. Dit zijn steden waar iemand heen kan vluchten die te maken krijgt met bloedwraak. Door de Levieten over het land te verspreiden, bleef de kennis van de wet dicht bij het volk en kon men vertrouwen op een eerlijke rechtspraak.

Als iemand met opzet een ander doodde, moest hij sterven op grond van de verklaring van minstens twee getuigen. Maar als iemand zonder opzet een ander had gedood, moest zo iemand in bescherming worden genomen tegen de wraak van de tegenpartij. Binnen die vrijstad mocht de persoon die daarheen vluchtte niet door wraak gedood worden; buiten de stad was hij vogelvrij. De persoon moest net zolang in de stad blijven wonen tot de hogepriester stierf. Pas dan kon hij veilig terugkeren naar huis. Als hij daarna alsnog gedood zou worden, werd dit gerekend als moord. Bij moord moest de moordenaar altijd geëxecuteerd worden, want moord bevuilt het land. God wil het leven beschermen; Hij is de God van het Leven.

"'U mag het land waar u zult gaan wonen niet verontreinigen, want Ik, de Here, woon daar in uw midden."

zondag 15 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...74 Strijd voor de overwinning

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

en waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

Na veertig jaar in de woestijn komt Israël aan bij het beloofde land. Opnieuw worden de mannen geteld, maar ditmaal niet voor de strijd, maar om de grootte van het land te bepalen dat elke stam toebedeeld krijgt. Toch gaat ook deze generatie vlak voor de grote overwinning de fout in; ze trappen in de list van de Midjanieten. Die verleiden hen tot datgene wat God het meest haat en waarvoor Hij hen juist wilde beschermen Het volk van God moet zich niet vermengen met de volken door andere goden te aanbidden. 

Ervaar jij ook vaak strijd voor dat er een doorbraak komt?

Lied
Hier zijn wij, heilige God.
Maak ons hart heilige grond
Onze God is een alverterend vuur
Onze God, Hij haalt alle muren neer
Onze God, Hij maakt alle dingen nieuw
Zo hartstochtelijk en diep
Brandt voor ons Zijn liefde
Hij jaagt ons na.
Andere goden duldt Hij niet.
Hij wil ons volledig.
Heel ons bestaan.


zaterdag 14 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...73 Opsommingen

Lees Numeri 31, 32, 33 en 34

Numeri is het boek van de opsommingen. In deze hoofdstukken volgt de lijst van de buit na de overwinning op de Midjanieten en de verdeling daarvan; iedereen kreeg zijn deel. Niet alleen de soldaten ontvingen een gedeelte, maar ook het volk en de Levieten.

Tussendoor lezen we over een bijzonder verzoek van de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse. Zij hebben veel vee en willen zich vestigen in de vruchtbare weidegronden ten oosten van de Jordaan. Mozes is eerst bang dat dit de rest van het volk zal ontmoedigen, net als de verspieders dat jaren eerder deden. De stammen beloven echter plechtig dat hun mannen voorop zullen gaan in de strijd om Kanaän te veroveren en pas terugkeren als elke stam zijn land heeft gekregen. Mozes stemt hiermee in, maar waarschuwt streng: 'Als jullie je woord niet houden, zal jullie zonde jullie vinden.'

Daarna volgt een overzicht van de 42 rustplaatsen vanaf Egypte tot de vlakten van Moab, veertig jaar later, vlak voordat het volk het beloofde land binnentrekt. Het is een veertigjarige geschiedenis vol ups-and-downs. Wat mij opvalt, is dat er in die veertig jaar niet heel vaak van plaats naar plaats is gezworven. De eerste twaalf kampen beslaan de snelle reis naar de berg Sinaï, waar het volk één jaar verbleef. Na de weigering om het land Kanaän binnen te gaan bij Kades, volgt een periode van 38 jaar 'dwalen', waarin het volk 21 plaatsen aandoet. Op sommige plekken verbleven ze kort, op andere waarschijnlijk jaren. Een tijd van 'dwalen' in onze ogen blijkt in Gods plan vaak een tijd van voorbereiding en vorming te zijn.

In het veertigste jaar doet het volk de laatste negen plaatsen aan, van Kades naar de vlakten van Moab. Dit zijn de jaren waarin het volk te maken krijgt met strijd en zich voorbereidt op de inname van Kanaän. Kades is de plaats die ze twee keer aandoen. Het was de plek van waaruit ze oorspronkelijk het beloofde land zouden binnentrekken, maar waar de tien verspieders het volk ontmoedigden. Het is ook de plek waar Mozes in woede op de rots sloeg en waar Mirjam stierf. Kades betekent 'heilig' of 'apart gezet'. De plek die 'heilig' heette, werd zo de plek waar het volk werd beproefd op hun ontzag voor de 'Heilige'.

Tot slot worden de grenzen bepaald van het land dat Israël in .bezit mag nemen. Het volk mag zich niet onbeperkt uitbreiden, maar krijgt duidelijke kaders waarbinnen het moet blijven.

We mogen in ons leven op Gods leiding vertrouwen. Hij geeft het beste op Zijn manier en op Zijn tijd. Zijn plan komt tot stand en Hij vormt ons naar Zijn beeld.

vrijdag 13 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...72 U komt toe alle eer

Lees Numeri 28, 29 en 30

"Want alles komt van God, alles bestaat door God en alles heeft zijn doel in God. Voor Hem is alle eer, voor altijd en eeuwig. Amen." (Rom. 11:36, HTB)

Nog één keer worden de voorgeschreven offers op een rijtje gezet: dagelijks, wekelijks, maandelijks en jaarlijks tijdens de grote feesten. De voorjaarsfeesten Pasen (Pesach) en Pinksteren (Sjavoeot) en de drie najaarsfeesten in de zevende maand de sabbat maand. De  drukste en heiligste maand van het jaar. Dag van de Bazuin (Rosh Hasjana)Grote verzoendag (Jom Kippoer) en Loofhuttenfeest (Soekot). In één week werden er maar liefst 70 stieren geofferd. Volkomen verzoening voor allen.

Het begin en einde van elke dag, van weken, maanden en jaren: jaar in jaar uit komt God altijd het beste toe. Elke keer opnieuw.

God wil een constante relatie; het vuur moest blijven branden op het altaar. Er was voortdurende verzoening nodig omdat God heilig is en de mens door de zonde niet in Zijn nabijheid kon leven. De offers 'bedekten' de zonden wel, maar haalden de oorzaak niet weg. Het is best confronterend om steeds aan je eigen zondigheid herinnerd te worden, maar aan de andere kant zorgt het voor een diep besef van Gods heiligheid.



donderdag 12 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...71 Eerlijk delen

 Lees Numeri 26 en 27


Na veertig jaar in de woestijn bereidt het volk Israël zich voor op de oversteek van de Jordaan. De generatie die de slavernij in Egypte kende, is in de woestijn gestorven; alleen Jozua en Kaleb zijn als getuigen van de uittocht overgebleven. Voor de nieuwe generatie breekt nu de fase van vestiging aan.

In de vlakten van Moab voert Mozes een tweede volkstelling uit. Waar de eerste telling bij de Sinaï (603.550 mannen) gericht was op de militaire organisatie, dient deze nieuwe telling (601.730 mannen) als basis voor de landverdeling. 

Grote stammen (zoals de in aantal verdubbelde stam Manasse) krijgen een groter gebied dan kleinere stammen (zoals de meer dan de helft gekrompen stam Simeon). De toewijzing van de gebieden gebeurt door het lot.

Wanneer God aan Mozes bevestigt dat hij het beloofde land zelf niet zal betreden vraagt Mozes God om een opvolger, zodat het volk niet zal achterblijven als "schapen zonder herder".

Op Gods aanwijzing wordt Jozua aangesteld. De nieuwe herder die het volk naar het beloofde land zal leiden. 

God deelt een ieder toe wat hij nodig heeft.

woensdag 11 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...70 Blijf onder Gods zegen

 Lees Numeri 23, 24 en 25

Bileam is naar de koning van Moab gegaan om vanaf een heuveltop het volk te vervloeken. Hij waarschuwt koning Balak dat hij alleen de woorden kan uitspreken die God hem geeft. Bileam offert en zoekt God, maar in plaats van te vervloeken, zegent hij Israël. Hoe kan hij vervloeken wie niet door God is vervloekt? Hoe kan hij verwensen wie niet door de Heer is verwenst? Als God hen zegent, kan Bileam dat niet ongedaan maken.

"Hij ziet geen onrecht in Jakob,
Hij ziet geen kwaad bij Israël, want de Heer God is met hem.
Zijn Koning wordt door hem bejubeld."

Tot drie keer toe zegent Bileam het volk, telkens vanaf een andere heuvel waar een steeds kleiner deel van Israël te zien is. (Misschien dacht Balak dat een klein deel van het volk wél vervloekt kon worden?) Toch blijft Bileam zegenen, tot grote woede van Balak.

Ook profeteert Bileam over de tegenstanders van Israël: zij zullen allemaal overwonnen worden. Er blijkt echter één manier om Israël ten val te brengen, en dat is door hen te laten zondigen. De dochters van Moab verleiden de mannen van Israël om andere goden te aanbidden, waardoor de Israëlieten onder de zegen van hun eigen God weglopen. God zendt een plaag onder de Israëlieten, maar Pinehas, de zoon van de hogepriester Eleazar, grijpt in. Hij ziet een man uit de stam Simeon met een Midjanitische vrouw een tent binnengaan en doodt hen beiden met een speer. Zo stopt hij de vloek die Israël over zichzelf afriep.

"Behandel de Midianieten als vijanden en versla hen. Want zij hebben u als vijanden behandeld met de listen die zij tegen u beraamden..."

Niet de Moabieten worden gezien als oorzaak van de zonde, maar de Midjanieten, het volk waar Bileam vandaan komt. Hij heeft dit plan bedacht om het volk toch te kunnen vervloeken. Pas op voor de Vijfde collone: De vijand die van binnenuit actief is.
Wees waakzaam want als de vijand je niet van buitenaf kan verslaan, door je omstandigheden, probeert hij je van binnenuit aan te vallen. Bijvoorbeeld door verleidingen en leugens. Door op je gevoelens te werken, waardoor je de vrede en de moed verliest. Laat jij je de vrede van God wel eens kwijt? 

Laat je vrede niet roven!





dinsdag 10 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...69 Open de ogen van ons hart

 Lees Numeri 21 en 22

Het volk trekt verder. De omliggende volken binden de strijd aan, maar Israël krijgt de kracht om hen te verslaan. Toch blijft het volk klagen; ze zijn het helemaal zat. Ze noemen het brood uit de hemel, dat hen wonderbaarlijk in leven houdt, ‘waardeloos brood’. God stuurt daarop gifslangen. Het volk smeekt of God de slangen weer weg wil nemen, maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan moet Mozes een koperen slang maken en die op een paal hangen. Iedereen die gebeten is en naar de slang kijkt, blijft in leven.

Jezus vergelijkt zichzelf later met deze slang: zoals de slang verhoogd werd, zo zal ook Hij verhoogd worden. Ook wij gaan niet verloren, maar ontvangen eeuwig leven door onze ogen op Hem gericht te houden. Jezus is voor ons tot zonde gemaakt, zodat wij rechtvaardig zouden worden.

Het volk verslaat vervolgens de Amorieten en gaat in hun steden wonen. De koning van Moab wordt bang en vraagt of Bileam uit Midian komt om het volk te vervloeken, maar God verbiedt hem dat. Als Bileam het nog een keer vraagt, geeft God toestemming, mits hij alleen de woorden spreekt die God hem ingeeft. Onderweg moet er echter eerst nog een ezel tegen hem spreken. De ezel ziet de verderfengel staan en wijkt tot drie keer toe uit. Pas als de ogen van Bileam worden geopend, ziet hij aan welk gevaar hij is ontkomen. Met God valt niet te spotten.

Heer, open onze ogen en help onze blik gericht te houden op Jezus.



maandag 9 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...68 Alle eer aan God

Lees Numeri 18, 19 en 20

Het volk komt aan in Kades, bij de grens van Edom. Miriam sterft en het volk komt opnieuw in opstand. Ze verwijten Mozes en Aäron dat ze hen uit Egypte hebben weggevoerd om te sterven in de woestijn. Waar zijn nu de vijgen en de granaatappels? Er is niet eens drinkwater.

God geeft Mozes de opdracht om tegen de rots te spreken, zodat er genoeg water tevoorschijn zal komen. Mozes heeft al eerder water uit een rots laten komen door erop te slaan, maar ditmaal hoeft hij alleen te spreken. Woorden zijn sterker dan fysieke kracht. 

Mozes en Aäron gaan voor het volk staan. Maar in plaats van te vertellen dat God hen water zal geven en tegen de rots te spreken, pakt Mozes zijn staf. Hij snauwt het volk toe dat hij wel even water voor hen tevoorschijn zal laten komen en slaat vervolgens twee keer op de rots. Het water vloeit er inderdaad uit, maar God krijgt niet de eer, maar Mozes. 

"Sla er niet op los maar spreek"

Hij slaat het gebod om te spreken in de wind. Omdat het de vorige keer ook werkte door te slaan, dacht Mozes het dit keer zelf wel even te op te lossen. Hij vergat echter dat God niet altijd op dezelfde manier werkt in vergelijkbare situaties. De wet is niet flexibel.

De Edomieten weigeren Israël de doortocht door hun land, waardoor het volk verder moet trekken naar de berg Hor. Daar sterft Aäron, en zijn zoon Eleazar wordt in zijn plaats tot hogepriester gewijd. Het volk rouwt dertig dagen om Aäron. Ook Mozes mag het beloofde land niet meer binnentrekken. 

In deze gebeurtenis wordt een geestelijke les zichtbaar: Mozes staat symbool voor de Wet, terwijl het Beloofde Land staat voor het leven door de genade en Heilige Geest die Christus heeft gebracht. Omdat de Wet de mens niet de volkomen rust kan geven, mocht Mozes het land niet binnengaan.

"De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen" (Johannes 1:17)







zaterdag 7 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...67 U bent sterker

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

en waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

De Israëlieten trekken naar het beloofde land. Het is een prachtig gebied, maar volgens tien verspieders is het onmogelijk om in te nemen. Zij vertrouwen op hun eigen inzicht in plaats van op Gods belofte. Daarom zal deze generatie het land niet binnengaan; alleen hun kinderen zullen dat mogen doen. Wat volgt zijn zware woestijnjaren vol geklaag en gemor. Heer help ons U te vertrouwen want U bent sterker.



Lees de Bijbel met mij...66 Wie is de baas

Lees Numeri 16 en 17

Drie mannen nemen het voortouw in een opstand tegen Mozes en Aäron. De opstandelingen verzamelen 250 'mannen van naam' om zich heen die zich bij hen aansluiten. Hun kritiek is dat Mozes en Aäron te veel macht naar zich toe zouden trekken; zij zijn immers net zo goed onderdeel van het heilige volk van Israël. Ze beschuldigen Mozes en Aäron er zelfs van het volk uit een 'land van melk en honing' te hebben weggehaald om hen te laten sterven in de woestijn. Hiermee verdraaien ze doelbewust de feiten.

De opstandelingen eisen dat God een nieuwe leider kiest. Door middel van vuurschalen met wierook moet God een teken geven wie de nieuwe priester wordt. In totaal worden er 253 vuurschalen gevuld. God verschijnt echter niet om een nieuwe leider aan te wijzen, maar om het volk te vernietigen vanwege hun opstand. Mozes springt voor hen in de bres door voorbede te doen.

Het teken van God is uiteindelijk niet de keuze voor een nieuwe leider, maar het oordeel over de opstandelingen: de aarde opent zich en verzwelgt de drie aanvoerders en hun gezinnen. De overige 250 mannen worden door een hemels vuur verteerd; niet hun vuurschalen, maar zijzelf.

Het volk klaagt vervolgens bij Mozes en Aäron dat zij het volk van de Heer hebben gedood. God zendt daarop een plaag, die door Aäron wordt gestopt met een vuurschaal vol wierook tussen het volk te gaan staan. Uiteindelijk geeft God toch een teken van bevestiging door de staf van Aäron te laten bloeien. Dit moet een einde maken aan al het gemor.

Morren en klagen wij ook over degenen die God boven ons gesteld heeft? Inhoeverre willen we soms zelf naam maken?

"Een dienstknecht van de Heere moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen." (2 Tim. 2:24-26, HSV)




donderdag 5 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...65 Problemen verslinden



 Lees Numeri 13, 14 en 15

God leidt het volk naar het Beloofde Land en van elke stam mag één man het land gaan verkennen. In veertig dagen doorkruisen de twaalf mannen het gebied. Het land vloeit werkelijk over van melk en honing, maar... de inwoners zijn machtig en groot. Volgens tien verspieders is het een land dat zijn inwoners verslindt en is het onmogelijk om hen te verslaan.

Kaleb en Jozua zijn geschokt. Natuurlijk kunnen ze met Gods hulp de volken overwinnen: "Alleen, kom tegen de HEERE niet in opstand; en u, wees niet bevreesd voor de bevolking van het land, want zij zijn ons tot voedsel. Hun bescherming is van hen geweken en de HEERE is met ons. Wees niet bevreesd voor hen!"

Het volk begint te jammeren. Waren ze maar in Egypte gebleven! Ze willen een nieuwe leider aanstellen om hen terug te brengen en overwegen zelfs om Kaleb en Jozua te stenigen. Maar God grijpt in en verschijnt. God wil het volk straffen, maar Mozes herinnert God aan Zijn Naam: dat de HEERE geduldig is en rijk aan goedertierenheid, dat Hij ongerechtigheid vergeeft, maar de schuldige niet ongestraft laat.

De volwassenen sterven niet meteen, maar moeten veertig jaar in de woestijn blijven tot de hele generatie is overleden. Alleen hun kinderen, Kaleb en Jozua mogen uiteindelijk het Beloofde Land binnengaan.

Hoe gaan wij om met problemen die te groot voor ons lijken? De reuzen in ons leven.?

Laten onze problemen ons niet verslinden, maar laat ze ons tot voedsel dienen, waardoor we onze Hemelse Vader beter mogen kennen. Juist in onze zwakheid mogen we Gods nabijheid en kracht ervaren.





woensdag 4 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...64 Dankt onder alles

 Lees Numeri 11 en 12

"Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld" (Fil. 2:14-15, HSV)

Ondanks het feit dat God hen zo duidelijk leidt, begint het volk toch weer te morren en te klagen. Aan de randen van het kamp breken vuren uit, waarbij doden en gewonden vallen; God is immers een verterend vuur.

"Zorg ervoor dat jullie Hem die spreekt niet afwijzen. Immers, als zij destijds niet ontkwamen toen ze hem afwezen die hen op aarde namens God waarschuwde, hoeveel minder wij wanneer we ons afkeren van Hem die vanuit de hemel spreekt." (Heb. 12:25, VB)

Mozes kan het gejammer niet langer verdragen. Nog steeds verlangen de Israëlieten terug naar die 'goede' tijd in Egypte, waar het eten zo overvloedig was.

Om Mozes te ontlasten, stelt God zeventig oudsten aan. Een deel van de Geest die op Mozes rust, wordt nu ook op hen gelegd, waarna zij beginnen te profeteren. Zelfs de twee oudsten die niet naar de tent van ontmoeting zijn gekomen  beginnen in het kamp te profeteren. 

Het volk krijgt vervolgens vlees te eten tot het hun neus uitkomt en zij ervan walgen. Er komen kwakkels, maar velen die zich er gulzig aan tegoed doen, vallen dood neer.

Naast het volk dat beginnen ook Mozes broer en zus hem te bektitiseren; zij vinden dat hij niet moet denken dat hij de enige is tot wie God spreekt. Ze worden jaloers, terwijl Mozes juist één van de zachtmoedigste mensen op de aarde was. God komt voor hem op en bevestigt dat Hij alleen tot Mozes rechtstreeks spreekt. In Zijn toorn maakt Hij Mirjam voor zeven dagen  melaats.

Hoe gaan wij om met omstandigheden die niet naar onze zin zijn? Vertrouwen wij erop dat God ons het beste geeft, zelfs als dit 'beste' in onze eigen ogen het slechtste scenario lijkt?

Het beste medicijn tegen klagen is danken! De vijand wijst ons altijd op datgene wat we missen; richt je ogen daarom op wat je wél hebt. Je hoeft dus niet vóór alles te danken, maar je kunt wel in alle omstandigheden blijven danken, omdat God alle dagen van je leven met je is.





Lees de Bijbel met mij...63 Laat je leiden

 Lees Numeri 9 en 10

Eerst werd het volk door Mozes geleid, en daarmee indirect door God. Nu wordt het volk direct door God zelf geleid: overdag door een wolkkolom en 's nachts door een vuurkolom. Zodra de kolom omhoogging, braken zij op, of dit nu overdag of 's nachts was.

Om dit alles in goede banen te leiden werden er twee zilveren trompetten vervaardigd, die met lange of korte tonen aangaven wat er moest gebeuren. Alleen de priesters mochten op deze trompetten blazen. Voor het samenroepen van de gemeenschap werd een ononderbroken klank gegeven (met twee trompetten); voor het bijeenroepen van enkel de leiders werd op één trompet geblazen. Een onderbroken klank (alarmgeschal) gaf aan welk kamp moest opbreken.

Zowel in tijden van blijdschap — zoals op feestdagen en bij het begin van de maanden — als bij de strijd, wanneer het volk ten strijde trok, moesten de priesters een onderbroken klank laten horen.

"Dan zal aan u gedacht worden voor het aangezicht van de HEERE, uw God, en u zult van uw vijanden verlost worden."

God leidt nu het volk en geeft de richting aan, maar Mozes vraagt ook zijn zwager om met hen mee te gaan. Deze heeft veel praktische kennis over het woestijnleven. Naast goddelijke leiding mag je ook gebruik maken van praktische kennis.

In hoeverre laat jij je leiden en zoek je naar  Gods plan?




dinsdag 3 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...62 Wat mag het kosten

Lees Numeri 7 en 8

We lezen over de offers van de stamvorsten. De leiders geven eerst zes overdekte wagens, elk getrokken door twee runderen. Deze waren bestemd voor de Levieten om hun dienst mee te verrichten en om de heilige voorwerpen mee te vervoeren.

De nakomelingen van Gerson kregen twee wagens en die van Merari kregen er vier. De nakomelingen van Kehat kregen echter geen wagens, want zij moesten de heilige voorwerpen op hun schouders dragen.

De Levieten moesten onder leiding van de priesters dienstdoen in de tabernakel. Zij waren hiertoe verplicht vanaf hun 25e tot hun 50e levensjaar. Ze zijn aangesteld om voor de Israëlieten verzoening te doen, zodat er geen plaag onder hen zal zijn wanneer zij het heiligdom naderen.

Voor de inwijding van het altaar werden twaalf dagen lang door telkens een andere stam dezelfde offers gebracht: een graanoffer, reukwerk, brandoffers, een zondoffer en een dankoffer. Zij gaven overvloedig in schalen van zilver en goud.

"En wanneer Mozes de tent van ontmoeting binnenging om met Hem te spreken, hoorde hij een stem tot hem spreken van boven het verzoendeksel, dat op de ark van de getuigenis ligt, van tussen de twee cherubs. Zo sprak Hij tot hem."




zondag 1 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...61 Een draagbaar Vaderland

 Lees Numeri 4, 5 en 6

Alles krijgt structuur en vorm. Een volk wordt geboren. Samen hebben ze gebouwd aan de tabernakel. Van een groep mensen zijn ze een gemeenschap geworden met een draagbaar Vaderland. Geen hiërarchische gemeenschap, waar je moet strijden om je plekje, maar een verbondsvolk van vrije mensen die leven onder de zegen van God.

Aäron en zijn zonen zijn verantwoordelijk voor tabernakel en alle heilige voorwerpen. De Levieten mogen helpen met de op- en afbouw maar mogen pas iets doen nadat ze van een priester een bepaalde taak toegewezen krijgen. De Levieten worden onderverdeeld in drie familiegroepen die ieder een aparte taak moet uitvoeren

De nakomelingen van Kahath tussen de 30 en de 50 jaar oud, zij dragen de Heilige voorwerpen. Zij mogen het heilige niet zien of aanraken. Eleazar de zoon van de priester Aäron, heeft hierbij het opzicht.

De nakomelingen van Gersom tussen de 30 en de 50 jaar oud, zij dragen de gordijnen, de kleden en de touwen van de tabernakel en de tent van ontmoeting dragen. Dit alles onder leiding van Ithamar, de zoon van de priester Aäron. 

De nakomelingen van Merari tussen de 30 en de 50 jaar oud, zij dragen de planken van de tabernakel, de dwarsbalken, de pilaren en de voetstukken, de pinnen en de touwen, ook onder leiding van Ithamar, de zoon van de priester Aäron.

De Levieten mogen taken uitvoeren maar de priesters hebben de verantwoordelijkheid.

De Naam van God wordt op de Israëlieten gelegd. God kan eindelijk temidden van Zijn volk wonen.

"En de HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen en zeg: Zo moet u de Israëlieten zegenen, door tegen hen te zeggen: De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen."




Lees de Bijbel met mij...60 Grote God wij loven U

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

en waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

We hebben Leviticus afgesloten bij de berg Sinaï, de plaats waar God Zijn wetten gaf voor een geheiligd leven. Nu beginnen we in Numeri. Het volk trekt verder: weg van de Sinaï, de woestijn in, op weg naar het beloofde land.

In de derde maand na de uittocht kwamen zij bij de berg Sinaï aan, en nu — in de tweede maand van het tweede jaar — gaan zij weer op pad. In totaal verbleven zij elf maanden bij de berg van God.




Lees de Bijbel met mij...78 Hoor Israël

 Lees Deuteronomium 5, 6 en 7 " Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat...