Lees Numeri 31, 32, 33 en 34
Numeri is het boek van de opsommingen. In deze hoofdstukken volgt de lijst van de buit na de overwinning op de Midjanieten en de verdeling daarvan; iedereen kreeg zijn deel. Niet alleen de soldaten ontvingen een gedeelte, maar ook het volk en de Levieten.
Tussendoor lezen we over een bijzonder verzoek van de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse. Zij hebben veel vee en willen zich vestigen in de vruchtbare weidegronden ten oosten van de Jordaan. Mozes is eerst bang dat dit de rest van het volk zal ontmoedigen, net als de verspieders dat jaren eerder deden. De stammen beloven echter plechtig dat hun mannen voorop zullen gaan in de strijd om Kanaän te veroveren en pas terugkeren als elke stam zijn land heeft gekregen. Mozes stemt hiermee in, maar waarschuwt streng: 'Als jullie je woord niet houden, zal jullie zonde jullie vinden.'
Daarna volgt een overzicht van de 42 rustplaatsen vanaf Egypte tot de vlakten van Moab, veertig jaar later, vlak voordat het volk het beloofde land binnentrekt. Het is een veertigjarige geschiedenis vol ups-and-downs. Wat mij opvalt, is dat er in die veertig jaar niet heel vaak van plaats naar plaats is gezworven. De eerste twaalf kampen beslaan de snelle reis naar de berg Sinaï, waar het volk één jaar verbleef. Na de weigering om het land Kanaän binnen te gaan bij Kades, volgt een periode van 38 jaar 'dwalen', waarin het volk 21 plaatsen aandoet. Op sommige plekken verbleven ze kort, op andere waarschijnlijk jaren. Een tijd van 'dwalen' in onze ogen blijkt in Gods plan vaak een tijd van voorbereiding en vorming te zijn.
In het veertigste jaar doet het volk de laatste negen plaatsen aan, van Kades naar de vlakten van Moab. Dit zijn de jaren waarin het volk te maken krijgt met strijd en zich voorbereidt op de inname van Kanaän. Kades is de plaats die ze twee keer aandoen. Het was de plek van waaruit ze oorspronkelijk het beloofde land zouden binnentrekken, maar waar de tien verspieders het volk ontmoedigden. Het is ook de plek waar Mozes in woede op de rots sloeg en waar Mirjam stierf. Kades betekent 'heilig' of 'apart gezet'. De plek die 'heilig' heette, werd zo de plek waar het volk werd beproefd op hun ontzag voor de 'Heilige'.
Tot slot worden de grenzen bepaald van het land dat Israël in .bezit mag nemen. Het volk mag zich niet onbeperkt uitbreiden, maar krijgt duidelijke kaders waarbinnen het moet blijven.
We mogen in ons leven op Gods leiding vertrouwen. Hij geeft het beste op Zijn manier en op Zijn tijd. Zijn plan komt tot stand en Hij vormt ons naar Zijn beeld.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten