Lees Numeri 7 en 8
We lezen over de offers van de stamvorsten. De leiders geven eerst zes overdekte wagens, elk getrokken door twee runderen. Deze waren bestemd voor de Levieten om hun dienst mee te verrichten en om de heilige voorwerpen mee te vervoeren.
De nakomelingen van Gerson kregen twee wagens en die van Merari kregen er vier. De nakomelingen van Kehat kregen echter geen wagens, want zij moesten de heilige voorwerpen op hun schouders dragen.
De Levieten moesten onder leiding van de priesters dienstdoen in de tabernakel. Zij waren hiertoe verplicht vanaf hun 25e tot hun 50e levensjaar. Ze zijn aangesteld om voor de Israëlieten verzoening te doen, zodat er geen plaag onder hen zal zijn wanneer zij het heiligdom naderen.
Voor de inwijding van het altaar werden twaalf dagen lang door telkens een andere stam dezelfde offers gebracht: een graanoffer, reukwerk, brandoffers, een zondoffer en een dankoffer. Zij gaven overvloedig in schalen van zilver en goud.
"En wanneer Mozes de tent van ontmoeting binnenging om met Hem te spreken, hoorde hij een stem tot hem spreken van boven het verzoendeksel, dat op de ark van de getuigenis ligt, van tussen de twee cherubs. Zo sprak Hij tot hem."


Geen opmerkingen:
Een reactie posten