Lees Deuteronomium 1 en 2
In slechts elf dagen had het volk het beloofde land kunnen bereiken. In plaats daarvan duurt het veertig jaar voordat ze weer in Kades aankomen en hun kamp opslaan tegenover Jericho.
Het volk dat uit Egypte was getrokken, was niet geschikt om het land binnen te gaan; zij wantrouwden God en de leiding voortdurend. Ze verlangden te veel naar zekerheid en comfort en wilden zelf de regie in handen houden.
De nieuwe generatie was echter opgegroeid met het woestijnleven en Gods leiding. In al die zware jaren hadden zij altijd te eten en te drinken gehad en was hun kleding niet versleten. Zij hadden geleerd dat God te vertrouwen is en zij mogen de strijd aangaan.
Mozes heeft de leiding over het volk gedelegeerd aan mannen die rechtspreken namens God. Het volk koos deze mannen zelf uit: leiders over groepen van duizend, honderd, vijftig en tien mensen. Zij moesten meningsverschillen oplossen en het volk op allerlei manieren bijstaan. De groep die uit Egypte vertrok, is zo een volk geworden; een gemeenschap rondom het Woord van God als 'draagbaar vaderland'. Het is nu een volk met een gezamenlijke geschiedenis.
Zowel de generatie uit Egypte als Mozes zelf mogen het land niet in. Alleen Jozua en Kaleb, die onvoorwaardelijk op God vertrouwden, krijgen toestemming. Jozua volgt Mozes op als leider. Als een trouwe discipel verbleef hij altijd in de nabijheid van Mozes en de tent van ontmoeting. Hij was bij Mozes op de berg en heeft zelfs God mogen zien.
God maakt ook duidelijk dat ze de nakomelingen van Ezau en Lot niet mogen aanvallen. Ook deze volken hebben van God een eigen gebied toegewezen gekregen. Hij is de Heerser over alle volken is. Hij deelt de wereld in zoals Hij wil. Israël is een instrument in Zijn plan, maar niet de enige speler op het wereldtoneel waar God zorg voor draagt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten