zondag 1 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...61 Een draagbaar Vaderland

 Lees Numeri 4, 5 en 6

Alles krijgt structuur en vorm. Een volk wordt geboren. Samen hebben ze gebouwd aan de tabernakel. Van een groep mensen zijn ze een gemeenschap geworden met een draagbaar Vaderland. Geen hiërarchische gemeenschap, waar je moet strijden om je plekje, maar een verbondsvolk van vrije mensen die leven onder de zegen van God.

Aäron en zijn zonen zijn verantwoordelijk voor tabernakel en alle heilige voorwerpen. De Levieten mogen helpen met de op- en afbouw maar mogen pas iets doen nadat ze van een priester een bepaalde taak toegewezen krijgen. De Levieten worden onderverdeeld in drie familiegroepen die ieder een aparte taak moet uitvoeren

De nakomelingen van Kahath tussen de 30 en de 50 jaar oud, zij dragen de Heilige voorwerpen. Zij mogen het heilige niet zien of aanraken. Eleazar de zoon van de priester Aäron, heeft hierbij het opzicht.

De nakomelingen van Gersom tussen de 30 en de 50 jaar oud, zij dragen de gordijnen, de kleden en de touwen van de tabernakel en de tent van ontmoeting dragen. Dit alles onder leiding van Ithamar, de zoon van de priester Aäron. 

De nakomelingen van Merari tussen de 30 en de 50 jaar oud, zij dragen de planken van de tabernakel, de dwarsbalken, de pilaren en de voetstukken, de pinnen en de touwen, ook onder leiding van Ithamar, de zoon van de priester Aäron.

De Levieten mogen taken uitvoeren maar de priesters hebben de verantwoordelijkheid.

De Naam van God wordt op de Israëlieten gelegd. God kan eindelijk temidden van Zijn volk wonen.

"En de HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen en zeg: Zo moet u de Israëlieten zegenen, door tegen hen te zeggen: De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede! Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen."




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Lees de Bijbel met mij...78 Hoor Israël

 Lees Deuteronomium 5, 6 en 7 " Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat...