Lees Numeri 26 en 27
In de vlakten van Moab voert Mozes een tweede volkstelling uit. Waar de eerste telling bij de Sinaï (603.550 mannen) gericht was op de militaire organisatie, dient deze nieuwe telling (601.730 mannen) als basis voor de landverdeling.
Grote stammen (zoals de in aantal verdubbelde stam Manasse) krijgen een groter gebied dan kleinere stammen (zoals de meer dan de helft gekrompen stam Simeon). De toewijzing van de gebieden gebeurt door het lot.
Wanneer God aan Mozes bevestigt dat hij het beloofde land zelf niet zal betreden vraagt Mozes God om een opvolger, zodat het volk niet zal achterblijven als "schapen zonder herder".
Op Gods aanwijzing wordt Jozua aangesteld. De nieuwe herder die het volk naar het beloofde land zal leiden.
God deelt een ieder toe wat hij nodig heeft.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten