Lees Numer 35 en 36
Vandaag lezen we Numeri uit.
We lezen over de verdeling van het land. Het land dat een stam en familie toegewezen kreeg, werd hun eeuwig bezit. Elk Jubeljaar kregen ze hun land en bezit weer terug als ze dit hadden verkocht aan een andere familie of stam. Daarom mochten dochters van Selofchad, die van hun vader erfden, alleen trouwen binnen de eigen stam.
Dit systeem voorkwam dat een paar rijke families al het land opkochten, terwijl andere families voor eeuwig landloos en arm bleven. Je verkocht iemand dus nooit de grond zelf, maar alleen het aantal oogsten tot aan het volgende Jubeljaar.
Er is de opdracht om ook de Levieten 42 steden te geven met de weidegrond daaromheen. Daarnaast krijgen zij nog zes vrijsteden, verspreid over het land. Dit zijn steden waar iemand heen kan vluchten die te maken krijgt met bloedwraak. Door de Levieten over het land te verspreiden, bleef de kennis van de wet dicht bij het volk en kon men vertrouwen op een eerlijke rechtspraak.
Als iemand met opzet een ander doodde, moest hij sterven op grond van de verklaring van minstens twee getuigen. Maar als iemand zonder opzet een ander had gedood, moest zo iemand in bescherming worden genomen tegen de wraak van de tegenpartij. Binnen die vrijstad mocht de persoon die daarheen vluchtte niet door wraak gedood worden; buiten de stad was hij vogelvrij. De persoon moest net zolang in de stad blijven wonen tot de hogepriester stierf. Pas dan kon hij veilig terugkeren naar huis. Als hij daarna alsnog gedood zou worden, werd dit gerekend als moord. Bij moord moest de moordenaar altijd geëxecuteerd worden, want moord bevuilt het land. God wil het leven beschermen; Hij is de God van het Leven.
"'U mag het land waar u zult gaan wonen niet verontreinigen, want Ik, de Here, woon daar in uw midden."

Geen opmerkingen:
Een reactie posten