vrijdag 28 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...239

 Lees Micha 5, 6 en 7

Micha verkondigt dat Bethlehem de plaats zal zijn waar de eeuwige Heerser vandaan zal komen. Er staat dat Zijn oorsprongen van oudsher zijn, van eeuwige dagen af. Dit wijst allemaal naar Jezus, die God al vóór de grondlegging van de wereld liefhad en kende.

Jezus zei dit ook over Zichzelf: «Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Van vóór Abraham er was, ben Ik.» (Johannes 8:58, HSV).

De mens heeft zijn eigen manieren bedacht om God te behagen en te doen wat goed was in zijn eigen ogen. God roept de mens echter ter verantwoording: waarmee had Hij hen vermoeid? Hij was toch degene die hen had verlost? De HEERE vroeg niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig met hun God te wandelen. Hij vroeg om liefde; liefde voor de medemens en voor Hemzelf. Hoe moeilijk kon dat zijn?

Micha zal met Israël de strafgerichten moeten ondergaan. Maar ondanks alle ellende blijft hij uitzien naar de God die barmhartig en genadig is. Hij weet dat God zal opkomen voor zijn recht en blijft hoopvol uitzien:

"Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen. (...) want als ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; als ik in duisternis zit, is de HEERE mij een licht. Ik zal de toorn van de HEERE dragen – want ik heb tegen Hem gezondigd – totdat Hij mijn rechtszaak voert en mij recht verschaft. Hij zal mij uitleiden naar het licht, ik zal Zijn gerechtigheid zien." (Micha 7:7-9, HSV).

Het boek eindigt met een lofprijzing: Wie is als God? Hij is het die genadig is en Zich zal ontfermen als een Goede Herder. God zal al hun zonden werpen in de diepten van de zee.

Jezus is gekomen om zondaren te redden!

donderdag 27 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...238 Micha

 Lees Micha 1, 2, 3 en 4

Micha kondigt het oordeel aan over de hoofdsteden van Israël en Juda. De Assyriërs trekken op om Israël in ballingschap mee te voeren. Maar ook Juda wordt hierdoor bedreigd, omdat het volk nog steeds offert op de offerhoogten. Twaalf zuidelijk gelegen Judese plaatsen worden met een woordspeling genoemd en gewaarschuwd. Ook in Juda is de zonde van Israël gevonden; de vijand staat al tot aan de poorten van Jeruzalem.

De onrechtvaardigen zullen hun verdiende loon krijgen: oog om oog en tand om tand. Het zal verschrikkelijk zijn. Omdat het land verontreinigd is, is het niet langer een land van rust. Toch kondigt God in ditzelfde gedeelte ook het heil aan. God zal het overblijfsel verzamelen als een kudde schapen. De Doorbreker, de Koning, de HEERE, zal voor hen uitgaan.

De leugenprofeten profeteren voor geld, wijn en sterke drank. Ze vertellen wat de mensen willen horen. Zij hoeven geen antwoord van God te verwachten. Micha daarentegen is vol van de Geest van de HEERE, vol van recht en heldenmoed om de overtredingen van Israël te verkondigen. Jeruzalem zal een puinhoop worden, maar ook nu weer wordt met het onheil tegelijk het heil aangekondigd.

"Het zal echter in het laatste der dagen geschieden dat de berg van het huis van de HEERE vast zal staan als de hoogste van de bergen, en dat hij verheven zal worden boven de heuvels, en dat de volken ernaartoe zullen stromen. Vele heidenvolken zullen op weg gaan en zeggen: Kom, laten wij opgaan naar de berg van de HEERE, naar het huis van de God van Jakob; dan zal Hij ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en zullen wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de HEERE uit Jeruzalem." (Micha 4:1-2, HSV)

Er zal echte vrede komen en er zal geen oorlog meer zijn. Maar eerst zal Jeruzalem naar Babel worden gevoerd; daar zal de HEERE hen verzamelen en verlossen. Alles wordt voorzegd voordat het gebeurt.

"Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:7, HSV)

woensdag 26 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...237

 Lees 2 Kronieken 27 en Jesaja 9, 10 en 11

"Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde." (Jesaja 11:12, HSV)

Jesaja sprak de overbekende verzen uit die wij vaak met Kerst gebruiken: "Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien..." en "Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven..." God belooft hierin bevrijding en herstel voor het overblijfsel van Israël en Juda, en daarmee ook voor de omringende volken. Er zal een mondiale Regeerder komen die eeuwig rechtvaardig zal heersen, waardoor er werkelijke vrede zal zijn.

Maar vóór die tijd zullen eerst Israël door de Assyriërs en later Juda door de Babylonische koning in ballingschap worden weggevoerd. Ondanks alle tegenslagen bekeert Israël zich nog steeds niet. Zij krijgen als eerste de aankondiging dat de Filistijnen en de Assyriërs hen zullen aanvallen en wegvoeren.

Maar ook de koning van Assyrië krijgt een waarschuwing. God gebruikt hem weliswaar als instrument om te straffen, maar de koning is trots en hoogmoedig geworden en heeft God niet de eer gegeven. Hij wil ook Jeruzalem veroveren, maar daar zal God ingrijpen. Juda zal daarom nog een tijdlang door God worden beschermd.

"Het hart van een koning is in de hand van de HEERE als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt." (Spreuken 21:1, HSV)

Hoewel zowel Israël als Juda in ballingschap worden weggevoerd, belooft God de Messias: het Twijgje uit de stronk van Isaï en het Vrederijk dat zal komen. God zal de verdrevenen van Israël en de verstrooiden van Juda weer verzamelen. Er zal zelfs een gebaande weg zijn, recht door de Eufraat.

Zelfs in de zwaarste aankondiging van straf, laat God Zijn volk nooit los; Hij biedt altijd weer een hoopvol uitzicht op herstel.

maandag 24 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...236

 Lees Amos 7, 8 en 9

"Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar om de woorden van de HEERE te horen." (Amos 8:11, HSV)

In deze hoofdstukken lezen we meer over de afgodendienst van Israël. Koning Jerobeam liet gouden kalveren plaatsen om te voorkomen dat het volk naar het Jeruzalem zou trekken. Eén in Bethel ten zuiden en één in Dan, het uiterste noorden om de noordelijke stammen te bedienen. Zij hoefden zo niet helemaal naar Bethel te reizen.

Het andere gouden kalf  in Bethel was het religieuze middelpunt van het tienstammenrijk, waar ook de koningen hun offers brachten. Hoewel Bethel slechts 15 kilometer van Jeruzalem lag, wilden de koningen van Israël, koste wat het kost, voorkomen dat de Israëlieten zouden overlopen naar het koninkrijk van Juda. 

God had immers Jeruzalem aangewezen als de centrale plaats voor aanbidding, maar de Israëlieten aanbaden het gouden kalf liever op de historische plek waar aartsvader Jakob de hemel geopend had gezien. Vanwege deze afgoderij werd Bethel (het Huis van God) door de profeten later ook wel spottend Beth-Aven genoemd: het Huis van goddeloosheid (of Huis van ijdelheid).

Daarnaast lezen we over de plaats Berseba. Deze stad lag in het uiterste zuiden. De uitdrukking "van Dan tot Berseba" werd in de Bijbel gebruikt om heel Israël aan te duiden. Het uiterste noorden en het uiterste zuiden van Israël.

In Berseba hadden de aartsvaders Abraham, Izak en Jakob in het verleden altaren gebouwd en de Naam van de Heere aangeroepen. In de tijd van de koningen was deze historische plek helaas uitgegroeid tot een afgodisch pelgrimsoord, waar zelfs de noordelijke Israëlieten naartoe trokken.

God zegt het oordeel aan maar ook de belofte van herstel. Israël zal zijn schuld onder ogen moeten komen. Toch zal God dit volk niet loslaten.

"Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af;.......Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God." (Amos 9:11, 15, HSV)



Lees de Bijbel met mij...235

 Lees Amos 4, 5 en 6

Israël wordt aangesproken op haar afgoderij, decadentie, hoogmoed en onrecht. De altaren voor de gouden kalveren worden speciaal genoemd, evenals hun zelfbedachte godsdienst in Bethel en Gilgal.

Door onrecht zijn hun mooie stenen huizen gebouwd en liggen ze op ivoren bedden, terwijl de arme aan de kant wordt gedrukt. In hoeverre is dit te vergelijken met onze huidige maatschappij? Wat vroeger alleen voor de rijken was weggelegd, is nu bereikbaar voor de gewone man. Maar tegen welke prijs? Vraag je eens af: wie heeft hiervoor de prijs betaald?

Hoelang kan dit nog goed gaan? Amos profeteert dat er honger, ziekte en oorlog komen. Toch bekeert het volk zich hier niet om. De HEERE roept het uit: "Zoek Mij en leef!" (Amos 5:4).

Zoek het toch niet in Bethel of Gilgal, bij zelfbedachte goden die niets kunnen doen. Zoek het goede en niet het kwade, en leef! God wil dolgraag genadig zijn, maar de mensen gaan niet op Zijn uitnodiging in. Ze hebben het te druk met zichzelf en met dat wat Prediker 'lucht' (ijdelheid) zou noemen.

"Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek." (Amos 5:24)

Het draait om het liefhebben van God en de naaste, maar Israël houdt alleen nog maar van zichzelf.

zondag 23 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...234

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

een waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)




zaterdag 22 augustus 2026

Lees de Bijbel met mij...233 Het oordeel

 Lees Amos 1, 2 en 3

De profeet Amos (zijn naam betekent. 'drager van lasten') kondigt het oordeel aan. Hij is een gewone veehouder en vijgenkweker die door God is geroepen om te profeteren. Via hem klaagt God het volk aan. De zucht naar geld en roem gaat ten koste van de armen, en daarmee kwetsen ze God Zelf. Hun gewelddadige praktijken, afgoderij en onrechtvaardige winstbejag gaan alle perken te buiten: de rijken vertrappen de armen en de zachtmoedigen worden weggejaagd. Er komt een afrekening, een oordeel.

Eerst komen de buurvolken van Israël aan bod. Amos begint met Syrië (Damaskus). Vanwege hun wrede gewelddadigheid in Gilead zal God vuur werpen in het huis van Hazaël (de koning die destijds in opdracht van de HEERE door Elia/Elisa was aangewezen) en de paleizen van Benhadad verteren. Het volk zal in ballingschap gaan naar Kir.

Dan volgen de Filistijnen uit Gaza. Omdat zij Gods volk als ballingen volledig hebben uitgeleverd aan Edom, zal God vuur werpen op de muren van Gaza en de Filistijnen die overgebleven zijn laten omkomen.

Ten derde wordt Tyrus genoemd. Ook zij hebben een heel volk als ballingen uitgeleverd aan Edom en hebben niet gedacht aan het broederverbond. Daarom zal ook Tyrus met vuur verbrand worden.

Ten vierde komen de Ammonieten aan de beurt. Om hun eigen gebied in Gilead te verruimen, hebben zij zwangere vrouwen opengereten. Als straf zullen hun paleizen in vlammen opgaan onder oorlogsgedruis, en hun koning en vorsten zullen in ballingschap gaan.

Als vijfde volgen de Moabieten, omdat zij de beenderen van de koning van Edom tot kalk hebben verbrand. Moab zal sterven onder oorlogsgedruis en krijgsgeschreeuw.

Daarna komt Juda aan bod. Omdat zij de wet van de HEERE hebben verworpen en Zijn voorschriften niet hebben gehouden, maar achter leugenachtige afgoden zijn aangelopen, zal God vuur op Juda werpen dat de paleizen van Jeruzalem zal verteren.

Als laatste volgt het zware oordeel over Israël zelf. Zij zijn moreel diep gezonken, terwijl God júíst de Amorieten (die groot en sterk waren) vóór hen had vernietigd en Israël uit Egypte had bevrijd. Vanwege hun sociale onrecht en afgoderij zal al hun kracht en rijkdom verloren gaan; zelfs de snelste en sterkste soldaat zal niet kunnen ontkomen.

"...Komt er kwaad in een stad voor zonder dat de HEERE dat doet? Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij Zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten." (Amos 3:6b-7, HSV)

Lees de Bijbel met mij...246

 Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30 Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan...