Lees Micha 5, 6 en 7
Micha verkondigt dat Bethlehem de plaats zal zijn waar de eeuwige Heerser vandaan zal komen. Er staat dat Zijn oorsprongen van oudsher zijn, van eeuwige dagen af. Dit wijst allemaal naar Jezus, die God al vóór de grondlegging van de wereld liefhad en kende.
Jezus zei dit ook over Zichzelf: «Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Van vóór Abraham er was, ben Ik.» (Johannes 8:58, HSV).
De mens heeft zijn eigen manieren bedacht om God te behagen en te doen wat goed was in zijn eigen ogen. God roept de mens echter ter verantwoording: waarmee had Hij hen vermoeid? Hij was toch degene die hen had verlost? De HEERE vroeg niets anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig met hun God te wandelen. Hij vroeg om liefde; liefde voor de medemens en voor Hemzelf. Hoe moeilijk kon dat zijn?
Micha zal met Israël de strafgerichten moeten ondergaan. Maar ondanks alle ellende blijft hij uitzien naar de God die barmhartig en genadig is. Hij weet dat God zal opkomen voor zijn recht en blijft hoopvol uitzien:
"Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen. (...) want als ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; als ik in duisternis zit, is de HEERE mij een licht. Ik zal de toorn van de HEERE dragen – want ik heb tegen Hem gezondigd – totdat Hij mijn rechtszaak voert en mij recht verschaft. Hij zal mij uitleiden naar het licht, ik zal Zijn gerechtigheid zien." (Micha 7:7-9, HSV).
Het boek eindigt met een lofprijzing: Wie is als God? Hij is het die genadig is en Zich zal ontfermen als een Goede Herder. God zal al hun zonden werpen in de diepten van de zee.
Jezus is gekomen om zondaren te redden!





