Lees Numeri 1, 2 en 3
Numeri: de naam zegt het al, dit boek gaat over cijfers. Mozes moet van elke stam alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder tellen, behalve die van de stam Levi. Zij worden niet tot de weerbare mannen gerekend, omdat zij de Heer toebehoren. Per stam wordt er een leider aangewezen. Gemiddeld bestaat elke stam uit ongeveer 55.000 mannen, wat het totaal op meer dan 600.000 strijdkrachten brengt.
Vervolgens krijgt elke stam een vaste plaats rondom de tabernakel: aan de oost-, zuid-, west- en noordkant staan telkens drie stammen opgesteld. Iedere stam heeft een eigen vlag en een vaste volgorde voor het opbreken van het kamp, waarbij Juda vooropgaat.
"Bij dit totaal zijn de Levieten niet inbegrepen, want de Here had tegen Mozes gezegd: ‘Houd de stam Levi apart en tel hun aantal niet, want zij zijn aangewezen voor het werk in de tabernakel en zorgen ook voor de verplaatsing ervan. Zij moeten dicht bij de tabernakel wonen en als hij moet worden verplaatst, moeten de Levieten hem afbreken en weer opbouwen. Iemand anders die de tabernakel aanraakt, moet ter dood worden gebracht."
De Levieten legeren zich in drie groepen rondom de tabernakel, waarbij elke groep een specifieke taak heeft bij het op- en afbouwen van de tabernakel. Ze vormden als het ware een muur tussen het volk Israël en Gods toorn over hun zonden.
Ook de Levieten worden geteld, maar met een ander doel. Zij behoren de Heer toe en dienen als losprijs voor alle eerstgeborenen van Israël. Hiervoor worden alle mannen van één maand en ouder geteld. Omdat er minder Levieten blijken te zijn dan eerstgeborenen, moet het overschot van de eerstgeborenen met geld worden losgekocht.
God wil ons beschermen tegen Zijn toorn. Wij mogen weten dat Jezus alles heeft volbracht om ons te redden, opdat wij niet verloren gaan.
"Want God heeft ons niet bestemd om door Hem bestraft te worden, maar om gered te worden door onze Here Jezus Christus. Jezus is voor ons gestorven om ons voor altijd met Hem te laten leven, of we bij zijn terugkeer nu al gestorven of nog in leven zijn. Blijf elkaar dus bemoedigen en versterken, maar dat doet u al. Broeders en zusters, wij vragen u respect te hebben voor uw leiders die door de Here zijn aangewezen. Zij verrichten veel werk onder u en wijzen u terecht waar dat nodig is. Geef hun veel waardering en houd van hen, omdat zij zoveel voor u doen. Leef met elkaar in vrede."
(1Tes. 5:10-13, HTB)


































