Lees Leviticus 22, 23 en 24
De feestdagen worden in hoofdstuk 23 opnieuw in herinnering gebracht.
Op de eerste plaats de wekelijkse feestdag sabbat: Een dag van rust en een heilige samenkomst.
Voorjaarsfeesten (de feesten die vervuld zijn)
In de eerste maand, op de veertiende dag, is het Pascha en wordt de uittocht herdacht. Op de vijftiende dag begint het zevendaagse Feest van de Ongezuurde Broden, waarbij op de eerste en de zevende dag een heilige samenkomst plaatsvindt. De dag na deze sabbat moet de eerste korenschoof als beweegoffer naar de priester worden gebracht.Wij als christenen kennen dit feest als het paasfeest: de dag dat Jezus opstond uit de dood. Hij is het zondenloos Lam dat werd geslacht voor onze zonden; Zijn bloed is als het ware aan de deurposten van ons hart aangebracht. Waardoor de dood ons niets meer kan doen en wij zijn verlost uit de slavernij van de zonde.
Het Wekenfeest (Sjavoeot), de oogst van de eerstelingen, vindt zeven weken na dit beweegoffer plaats. Dat is vijftig dagen na Pascha: het oogstfeest. Op deze dag wordt ook herdacht dat de Israëlieten de wet ontvingen. Wij als christenen kennen deze dag als het pinksterfeest: de uitstorting van de Heilige Geest, die als het ware de wet in ons hart schrijft.
"Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt" (Eze.36:26-27, HSV)
Najaarsfeesten (de feesten die nog in vervulling moeten gaan)
In de zevende maand, op de eerste dag, is het de Dag van de Bazuinen (Rosj Hasjana). Voor ons als christenen verwijst dit naar de verwachting van de wederkomst, waarbij de bazuin zal klinken.
"Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan." (1Tes. 4:16, HSV)
Op de tiende dag volgt Grote Verzoendag (Jom Kippoer). Waar de hogepriester vroeger jaarlijks het offerbloed binnendroeg, weten wij dat Jezus als onze Hogepriester eens en voor altijd met Zijn eigen bloed volledige verzoening heeft bewerkt.
"Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid." (Heb. 6:19-20, HSV)
Vanaf de vijftiende van deze maand is het Loofhuttenfeest (Soekot). Zeven dagen lang moeten de Israëlieten in loofhutten wonen, ter herinnering aan hun zwerftocht door de woestijn. In christelijk perspectief wijst dit feest naar de toekomst: de tijd dat God definitief bij de mensen zal wonen en alles nieuw zal maken.
"En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn." (Opb. 21:3, HSV)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten