Lees Leviticus 3 t/m 6
"Daarom vind ik dat wij de niet-Joden die God gehoorzamen, niet moeten lastigvallen met de wet van Mozes. Het enige wat wij hun zullen schrijven, is dat zij niets mogen eten van wat aan afgoden geofferd is, dat zij geen hoererij mogen plegen, dat zij geen vlees mogen eten waar nog bloed in zit en dat zij geen bloed mogen eten of drinken." (Hand. 15:20, HTB)
We lezen in deze hoofdstukken over het dankoffer en het zondoffer. Deze twee offers leken wel een beetje op elkaar omdat bij beide offers alleen het vet en de nieren werden verbrand als een liefelijke geur. En het bloed werd rondom het brandofferaltaar gesprenkeld.
De priesters mochten geen zondoffer eten waarvan een deel van het bloed in de tent van ontmoeting gebracht was om in het heiligdom verzoening te doen; dit offer moest volledig worden verbrand. De andere zondoffers mochten alleen door de priesters worden gegeten in de voorhof van de tent van ontmoeting.
Een schuldoffer is een offer dat wordt gebracht voor zonden die voorkomen hadden kunnen worden of die min of meer opzettelijk waren. In dat geval moet de persoon een schadevergoeding betalen en een zondoffer brengen. Er was een regeling voor armen: wie geen schaap kon betalen, mocht twee duiven offeren; wie ook dat niet kon, mocht een graanoffer brengen (zonder olie of wierook).
Wat een vrijheid hebben wij dat wij al deze offers niet hoeven te brengen. Dat wij door gebed onze zonden mogen belijden en verlossing mogen ontvangen door het offer van Jezus Christus. Wij mogen komen bij de Hogepriester die voor onze zonden heeft betaald met Zijn eigen bloed. Wij zijn duur gekocht. "Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn." (1 Kor 6:20, HSV)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten