vrijdag 27 februari 2026

Lees de Bijbel met mij...58 Er is hoop

Lees Leviticus 25, 26 en 27

God wil dat het land bewerkt wordt in periodes van zeven jaar, waarvan het zevende jaar een rustjaar is. In dit jaar moet het land braak blijven liggen. Dit betekent dat het volk niet mag zaaien, snoeien of verzamelen. Wat vanzelf opkomt, is  bestemd voor de dieren.

Het volk mag in die tijd alleen eten van de overgebleven, gezegende oogst van het zesde jaar. De opbrengst van dat zesde jaar zal namelijk voldoende zijn voor drie jaar.

God wil dat het land rust krijgt en dat de mensen leren volledig op Hem te vertrouwen.

Na het zevende sabbatsjaar - dus om de vijftig jaar- volgt het Jubeljaar. Dit wordt gevierd op de Grote Verzoendag, op de tiende dag van de zevende maand. In dit jaar keert iedereen terug naar zijn eigen bezittingen en familie. Bij de verkoop van land moet men met het Jubeljaar rekening houden voor de prijsbepaling. Een 'losser' (familielid) heeft bovendien altijd recht om verkocht land terug te kopen.

Dit systeem waarborgt sociale gelijkheid. Dit blijkt ook uit het verbod uitbuiting: men mag aan een arme geen rente vragen. Volksgenoten mogen bovendien nooit tot slaaf worden gemaakt. Als zij zich verhuren, moeten zij als gelijkwaardig werknemers worden behandeld.

Een persoon kon aan de Heer geofferd of geheiligd worden. Dit betekende niet dat die persoon gedood werd – God wil immers geen mensenoffers – maar dat de persoon werd vrijgekocht voor een bepaald bedrag en zo symbolisch de Heer toebehoorde. Dit gold niet voor eerstgeborenen; zij behoorden sowieso al aan de Heer toe.

"Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand belooft een persoon aan Mij te geven, moet hij die persoon vrijkopen. Die persoon mag dus niet geofferd worden. Hij moet Mij een bedrag geven ter waarde van die persoon."

Zegen en vloek

Het doel is om in liefde met God , de schepping en de naaste om te gaan, zodat God in het midden van zijn volk kan blijven wonen.

"... zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn." (2Kor. 6:16, HSV)

God zal het land en de bevolking zegenen als zij naar Zijn verordeningen handelen, maar Hij waarschuwt ook voor de gevolgen van ongehoorzaamheid:

"Ik zal u dan onder de heidenvolken verstrooien en Ik zal achter u een zwaard trekken. Uw land zal een woestenij worden en uw steden een puinhoop. Dan zal het land behagen scheppen in zijn sabbatsjaren, alle dagen dat het verwoest ligt en u in het land van uw vijanden bent. Dan zal het land rusten en zal het behagen scheppen in zijn sabbatsjaren. Alle dagen dat het verwoest ligt, zal het rusten, omdat het niet rustte gedurende uw sabbatten, toen u het bewoonde."

God weet van tevoren dat het volk zich niet aan Zijn geboden zullen houden. Toch zal Hij hen niet volledig vernietigen. Hij blijft Zijn verbond met hun voorvaders (Jakob, Izak en Abraham) gedenken:

"Maar bovendien: wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, dan zal Ik hen niet verwerpen en niet van hen walgen door hen te vernietigen en Mijn verbond met hen te verbreken, want Ik ben de HEERE, hun God."

Bij God blijft altijd een hoopvolle toekomst.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Lees de Bijbel met mij...82 God Liefde weerspiegelen

Lees Deuteronomium 14, 15 en 16 Het volk Israël wordt 'kinderen van de HEERE' genoemd, een heilig volk dat zich moet onthouden van a...