Lees 2 Koningen 18:9-46 en 19
Israël is door Assyrië in ballingschap weggevoerd en daarna worden ook de versterkte steden van Juda aangevallen. Zelfs Jeruzalem wordt belegerd. Koning Hizkia bidt tot God en zoekt de weg die God met Zijn volk wil gaan.
Hij vraagt de profeet Jesaja om raad, omdat hij de wil van de Heere wil kennen. Jesaja bemoedigt hem namens God: de Heere zal Jeruzalem beschermen en redden, omwille van Zichzelf en omwille van Zijn dienaar David.
Menselijkerwijs lijkt er geen enkele oplossing te zijn om de aanval van de machtige Assyriërs af te wenden, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Eerst zorgt God ervoor dat de Assyrische koning Sanherib een gerucht hoort over een oprukkende vijand, waardoor hij zijn beleg tijdelijk moet opschorten. Vanwege de enorme hoogmoed van de koning en zijn lastering van de levende God, grijpt de Engel van de Heere in: in één nacht sterven er 185.000 Assyrische soldaten in het legerkamp.
Sanherib keert beschaamd terug naar Nineve. De bevelhebber die Hizkia en God zo hoogmoedig uitdaagde, wordt later door zijn eigen zonen vermoord terwijl hij knielt in de tempel van zijn afgod Nisroch. God heeft Jeruzalem op wonderbaarlijke wijze trouw beschermd.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten