Lees Spreuken 30 en 31
"Wie is er naar de hemel opgestegen en vandaar neergedaald? Wie heeft de wind in Zijn handen verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft alle einden der aarde vastgesteld? Hoe is Zijn Naam en hoe is de Naam van Zijn Zoon, u weet het immers?" (Spreuken 30:4, HSV)
De twee laatste hoofdstukken van het boek Spreuken: zijn ze wel van Salomo? De meningen hierover zijn verdeeld. Agur betekent immers 'verzamelaar'.
Hij noemt zichzelf onverstandig en zonder menselijk inzicht. Hij heeft geen wijsheid geleerd en bezit geen kennis van de heiligen.
Zou de 'wijze' Salomo dit over zichzelf hebben gezegd? Het is wel zo dat alle wijsheid alleen van God komt. Ook in dit gedeelte ligt de nadruk erop om niet te wijs of te dwaas te zijn, en niet te rijk of te arm.
De schrijver blijft hiermee in de lijn van Salomo. Hij prijst God, wil in alle openheid en eerlijkheid zijn toevlucht tot Hem nemen, en blijft afhankelijk van Zijn zegen om Hem te kunnen volgen. Kortom: afhankelijk blijven van de Almachtige.
In Spreuken 30:4 staat dat niemand zich met God kan meten. Alleen God kan afdalen en opstijgen naar de hemel. Alleen Hij kan de wind en het water vasthouden, en alle einden van de aarde vaststellen. Hij heeft gezag over de hemel, de wind, het water en de aarde. De schrijver zoekt Zijn Naam... en de Naam van Zijn Zoon... Geeft hij hier wellicht een profetie over de Messias die eeuwig heersen zal, de Zoon van God, Jezus?
Agur ergert zich aan mensen die zich egoïstisch, arrogant en goddeloos gedragen.Hij deelt een verzameling spreuken waarin hij telkens vier voorbeelden geeft uit Gods schepping en de menselijke natuur: vier dingen die onverzadigbaar zijn, vier dingen die te wonderlijk zijn, vier dingen die onverdraaglijk zijn, vier dingen die klein maar wijs zijn, en vier dingen die een statige gang hebben.
Het laatste hoofdstuk bevat de wijsheid die de moeder van koning Lemuel hem heeft onderwezen. Haar eerste raad is om zijn kracht niet aan vrouwen en oorlogen te geven. Ook waarschuwt ze hem niet te veel te drinken, zodat hij eerlijk recht kan spreken en kan opkomen voor de stemlozen, de ellendigen en de armen.
De moeder sluit af met een lofzang op de deugdzame vrouw. Dit is een alfabetisch ABC-gedicht, zoals we dat ook in de Psalmen tegenkomen. Door al haar goede werken kan deze vrouw de komende dag met een glimlach tegemoet zien.
"Bevalligheid is bedrieglijk en schoonheid vergankelijk, een vrouw die de HEERE vreest, die zal geprezen worden." (Spreuken 31:30, HSV)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten