Lees Spreuken 27, 28 en 29
Dit zijn de laatste drie spreuken die Salomo heeft geschreven en die door de mannen van koning Hizkia zijn gevonden en opgeschreven. Al deze spreuken zijn uiteindelijk terug te voeren op de waarschuwing die God aan Kaïn gaf: "...als u het goede doet, kunt u het hoofd opheffen. Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar u moet over hem heersen."
Salomo benoemt het goede en het kwade en zet ze lijnrecht tegenover elkaar. Denk hierbij aan het kwade zoals overmoed, trots, woede, schijnheiligheid, nalatigheid, luiheid, egoïsme en geldzucht. Zo komen alle denkbare thema's aan bod.
Het hart van de mens zet hem aan tot zonde; het leidt tot een leven zonder oog voor God en de naaste. Er staat niet voor niets: "Wie op zijn eigen hart vertrouwt, is een dwaas." Telkens weer laat Salomo zien dat we op de Heere moeten vertrouwen en ontzag voor Hem moeten hebben: "Welzalig is de mens die voortdurend diep ontzag heeft voor de Heere."
Of zoals Micha het goede verwoordt:
"Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God?" (Micha 6:8, HSV)
Het is aan ons om te heersen over de zonde. We moeten onze oude menselijke natuur afleggen en de nieuwe natuur, die van God komt, aantrekken.
"Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! U hebt toch over Hem gehoord, u hebt toch onderricht over Hem gekregen? De waarheid is immers in Jezus te vinden: dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens moet afleggen, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, dat u zich door de Geest moet laten vernieuwen in uw denken, en de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware rechtvaardigheid en heiligheid." (Efeze 4:20-24, NBV21)
Laat je vormen naar het beeld van God.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten