Lees 2 Samuël 19, 20 en 21
Verraad is aan de orde van de dag aan het hof van David. Ziba had verraad gepleegd door zijn meester Mefiboseth zwart te maken om er zelf financieel beter van te worden. Tegelijkertijd kiest Simi eieren voor zijn geld. Nu duidelijk is dat David de burgeroorlog van Absalom heeft gewonnen, komt hij snel om vergeving smeken voor zijn eerdere scheldpartij. Hij claimt vroom dat hij het allemaal niet zo bedoeld had.
Amasa, de legerleider die Absalom had geholpen, wordt, vreemd genoeg, door David benoemd als de nieuwe legerleider. Hij vervangt Joab, die tegen het uitdrukkelijke bevel van David in, Absalom heeft gedood. Toch was het juist Joab die voorkwam dat het volk bij de koning wegliep; Joab wees David er op dat hij het volk te schande maakte door zo openlijk te treuren om Absalom. Het volk dat zelfs hun leven wilde geven om David te beschermen.
"Ik merk nu dat het in uw ogen beter was geweest als Absalom nog in leven was en wij allemaal dood waren!"
Er ontstaat toch een grote verdeeldheid onder de Israëlieten. Seba krijgt de opstandige tegenpartij achter zich en slaat op de vlucht. David stuurt Amasa achter hem aan om Seba te stoppen, maar Amasa is niet snel genoeg. Joab gaat er daarom zelf achteraan. Wanneer hij Amasa onderweg ontmoet, vermoordt hij hem op verraderlijke wijze. Vervolgens zorgt Joab ervoor dat de opstandeling Seba wordt gedood, waarna het volk weer wordt verenigd.
Verraad--het breken van je woord, het schenden van vertrouwen--heeft altijd gevolgen. Jaren later wordt het land plotseling getroffen door een hongersnood. Als David God raadpleegt, blijkt het een straf te zijn voor het verraad van koning Saul tegen de Gibeonieten, hij had geprobeerd de Gibeonieten uit te roeien. Hiermee schond hij een heilig vredesverbond dat Israël eeuwen daarvoor met hen had gesloten.
Dit verraad van Saul eist nu zijn tol. De Gibeonieten weigeren een financiële afkoop en eisen bloedwraak: zeven nakomelingen van Saul moeten volgens hen worden opgehangen. David stemt toe om het land te redden. Hij spaart Mefiboseth (vanwege zijn trouw aan Jonathan), maar levert zeven andere zonen en kleinzonen van Saul uit voor executie.
Pas nadat David de botten van de geëxecuteerde mannen, samen met de resten van Saul en Jonathan, met respect begraaft, is de schuld ingelost. God verhoort de gebeden en de hongersnood stopt. Verraad, zo laat de geschiedenis zien, achtervolgt een volk tot in de volgende generaties.
Hoe belangrijk is je woord, die je geeft aan God en mensen?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten