Lees Psalm 61, 62 en 64
"Leid mij op een rots die voor mij te hoog zou zijn."David vertrouwt God volkomen. God is een toevlucht, een sterke toren, een schuilplaats, zijn rots en een veilige vesting. Heere is in staat hem te brengen op een plaats waar David zelf niet kan komen: een veilige plaats. David wijst zijn ziel op deze zekerheid.
Bijna de helft van de verzen in Psalm 62 begint met het woordje ‘zeker’. David kijkt niet meer naar de omstandigheden, maar naar Gods kracht en redding. Zeker, hij stelt zijn ziel gerust: wees stil, vertrouw.
David heeft God zelfs tweemaal horen zeggen dat de kracht van God is. Hij hoeft niet in eigen kracht te gaan en houdt zich stevig vast aan de woorden van God. Roof en onderdrukking zullen hem niet rijk maken, en rijkdom is voor hem geen bron van zekerheid meer.
God is voor hem de Bron van het leven; hij kan niet meer zonder Gods aanwezigheid. David heeft in Gods heiligdom Zijn macht en heerlijkheid gezien. Dit heeft hem doen inzien dat Gods goedertierenheid beter is dan het leven zelf. Hij zoekt God in de morgen en denkt aan God in de avond. Zijn hele wezen klampt zich vast aan zijn Helper, zijn Zekerheid.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten