Lees Palm 5, 38, 41 en 42
David maakt een moeilijke periode door. Hij ervaart verdrukking door zijn vijanden en baalt ook van zichzelf. Hij voelt zich er ziek van, want ook hijzelf is niet vrij van zonde.
"Ik echter zal door Uw grote goedertierenheid Uw huis binnengaan, mij buigen naar Uw heilig paleis in vreze voor U. HEERE, leid mij in Uw gerechtigheid, omwille van mijn belagers; maak Uw weg vóór mij recht." (5: 8-9, HSV)
Het is puur Gods goedheid die hem leidt. Alleen door Gods genade kan hij in Gods nabijheid komen. Hij heeft immers Gods Naam lief en zoekt zijn toevlucht bij Hem. God zal het vertrouwen dat David in Hem stelt niet beschamen.
Toch voelt David zich onrustig. Hij weet dat ook hij niet zonder zonde is en spreekt zichzelf toe: Vertrouw op God, hoop op Hem.
God is toch nabij de ellendige en de zieke. Hij zal niet toestaan dat Davids vijanden over hem zullen juichen. God zal hen altijd bijstaan.
"De HEERE zal hem ondersteunen op zijn rustbank; als hij ziek is, maakt U heel zijn ziekbed anders." (41: 4, HSV)
Gods nabijheid maakt alles anders. 's Morgens kijkt David al met verlangen en verwachting uit naar God, en 's avonds is zijn lied een gebed tot Hem. Maar er staat nog iets anders:
"Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; 's nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven."
Het zijn Gods goedertierenheid en Gods lied die bij hem zijn. God verandert alles, ook als de situatie zelf nog niet is verandert. Hoop op God. Hij zal je weer doen opstaan. Vertrouw vol verlangen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten