Lees 2 Samuël 22, 23 en Psalm 57
God Zelf zal komen. In dit danklied van David zien we een God die in woede ontsteekt zodra iemand Zijn geliefde aanraakt. De aarde beeft en de hemel siddert. God staat op en buigt Zich neer om de vijanden van David te vernietigen.
Hij is het die David uit het strijdgewoel trekt en hem in de ruimte zet. Met God kan hij de strijd aan. God is voor David een veilige haven van waaruit hij mag handelen. God leert David om te strijden en sterk te worden, maar de kracht is en blijft van God. Zijn kracht maakt David groot..
"Want met U ren ik door een legerbende, met mijn God spring ik over een muur.
"Hij oefent mijn handen voor de strijd en leert mijn armen een bronzen boog spannen. Ook hebt U mij het schild van Uw heil gegeven, Uw vernederen heeft mij groot gemaakt."
(2 Sam. 22:30, HSV)
In dit danklied geeft David God acht namen die allemaal te maken hebben met Gods beschermende nabijheid:
God is een Rots, Burcht, Bevrijder, Schild, Hoorn van heil, Veilige Vesting, Toevlucht en Verlosser. En voor al deze namen staat het bezittelijk voornaamwoord: 'mijn'.
Davids laatste woorden houden in dat God hem door Zijn Geest heeft laten weten dat er een Messias zal komen die rechtvaardig zal heersen over de mensen; een Heerser uit het huis van David. Dit zegt hij, hoewel hij inziet dat zijn huis en nageslacht er op dit moment nog niet zo best voorstaan.
"De God van Israël heeft gezegd, de Rots van Israël heeft tot mij gesproken: Er komt een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods."
(2 Samuel 23:3, HSV)
Gods goedertierenheid is groot tot aan de hemel, Zijn trouw reikt tot aan de wolken. Gods eer zal de hele aarde bedekken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten