Lees Prediker 10, 11 en 12
De laatste hoofdstukken van Prediker komen tot de slotsom dat werkelijk alles aan vergankelijkheid en daarmee aan zinloosheid onderworpen is. De wereld heeft de mens niets te bieden. Vaak lopen de dingen ook nog eens verkeerd, niet zoals ze bedoeld zijn: de dwaas wordt op grote hoogte geplaatst, maar de rijken zitten in de laagte. Onrechtvaardigheid is troef in deze wereld. Een dienaar gaat te paard en een koning te voet.
(Aan dit laatste beeld kan het spreekwoord "Voorspoed en rijkdom komen te voet en gaan te paard" worden gekoppeld. Dit illustreert dat succes zich vaak langzaam opbouwt, maar in een mum van tijd weer kan verdwijnen.)
De arme en de rijke, de wijze en de domme, de jonge en de oude: allemaal ondergaan ze hetzelfde lot. Geniet, geniet, geniet... zolang het nog kan, van alle goede gaven die God geeft. Wees hierin niet te wijs en ook niet te dwaas.
De belangrijkste slotsom van dit hele boek is echter om God te vrezen. Aan Hem heeft de mens verantwoording af te leggen. Hij is de enige constante in ons leven: de Eeuwige die regeert in alles wat tijdelijk is. Hij wil Zijn Koninkrijk bouwen in de harten van de mensen en hen laten delen in Zijn eeuwigheid.
"Daarom verslappen wij niet, want ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd. Want hoewel de verdrukking van deze tijd licht is en kort van duur, brengt zij ons toch een eindeloos grote heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Want wij verheugen ons niet over de zichtbare dingen, maar over de onzichtbare dingen, want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig." (2 Korintiërs 4:16-18, EBV24)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten