Lees Spreuken 10, 11 en 12
Vanaf hoofdstuk 10 wordt wijsheid tegenover dwaasheid gezet. De mens die met God leeft (de rechtvaardige) staat tegenover de mens die zonder God leeft; degene die niet voor God leeft, maar alleen voor zichzelf en eigen gewin.
Wijsheid brengt beloften met zich mee. Wijsheid geeft leven, waardoor de ziel geen honger meer lijdt. Zij ontvangt kracht en blijdschap in het besef dat God leidt en zegent, en is niet langer gevangen door haar eigen begeerten. Juist wie zijn leven breekt en uitdeelt, zal ontvangen en nooit meer hongeren of dorsten.
"En Jezus zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben." (Johannes 6:35, HSV)
Omdat je je laat terechtwijzen en leiden, ga je wandelen op een veilige weg.
Gods wijsheid zet je in beweging. Je zet je in voor wat goed is voor jezelf en de ander. Het zorgt ervoor dat je blik niet meer alleen op jezelf is gericht, waardoor je ook een zegen voor een ander kunt zijn. Je spreken zal een bron van zegen zijn, omdat je put uit Gods bron van leven. Hij geeft jou de liefde, de kennis en het geduld. Iemand met inzicht weet bovendien wanneer hij moet zwijgen, en doet zich niet wijzer en groter voor dan hij is.
Als je goed leest, zie je hierin ook de vruchten van de Geest uit Galaten 5:22: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Wijsheid is Gods vrucht in jou.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten