Lees Psalm 71, 93 en 119
"Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid...Maar nu, van de zonde vrijgemaakt en aan God dienstbaar gemaakt, hebt u uw vrucht, die tot heiliging leidt, met als einde eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jezus Christus, onze Heere." (Romeinen 6:17-18, 22-23, HSV)
David is oud geworden en roemt zijn God, die hem nooit heeft verlaten. Hij is de rots waarin hij veilig is. Hij wil deze en de volgende generatie onderwijzen met zijn psalmen. Ondanks de vele ellende die hem is overkomen, wil hij verkondigen dat God steeds dezelfde blijft. Niet hij, maar de Heer is Koning.
"'O God, U hebt mij onderwezen vanaf mijn jeugd en tot nu toe verkondig ik Uw wonderen. Ja, ook nu de ouderdom en grijsheid gekomen is – verlaat mij niet, o God, totdat ik deze generatie Uw sterke arm verkondigd heb, alle nakomelingen Uw macht.'"(Psalm 71:18, HSV)
Psalm 119 is zo'n onderwijspsalm. Het is ook een alfabetpsalm. Bij alle letters van het alfabet wordt het Woord van God belicht. De psalm is een loflied op de richtlijnen die God aan de mens geeft om de juiste weg in het leven te bewandelen. Elke strofe heeft 8 verzen. Het Hebreeuwse alfabet heeft 22 letters; de psalm telt dus 176 verzen en is daarmee de langste psalm van de Bijbel.
Kijk bijvoorbeeld naar de letter Jod, die staat voor hand. Daar begint het lied over de handen van God: "Uw handen hebben mij gemaakt en toebereid..."
Het is ook prachtig hoe Psalm 119 eindigt. David de herder voelt zich als een verloren schaap en roept naar de Herder van zijn leven: "Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar." (Psalm 119:176)
2. Bet (ב) – Huis. "Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig."
3. Gimel (ג) – Reizen. "Ik ben een vreemdeling op aarde, verberg Uw geboden niet voor mij."
4. Dalet (ד) – Deur. "Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend overeenkomstig Uw woord." Gods Woord tilt ons op en opent de deur naar herstel en levensruimte.
5. He (ה) – Venster. "Heer, geef mij inzicht zodat ik Uw wet met mijn hele hart kan bewaren."
6. Waw (ו) – Haak. "Laat Uw blijken van goedertierenheid over mij komen, Heere, Uw heil overeenkomstig Uw belofte."
7. Zajin (ז) – Zwaard. "Denk aan het woord gesproken tot Uw dienaar, waarop U mij deed hopen."

Geen opmerkingen:
Een reactie posten