woensdag 31 januari 2024

31. Jeremia, gerechtigheid

Jeremia was voor de mensen uit Jeruzalem een irritante onheilsprofeet. Hij moest het volk waarschuwen dat ze zich moesten bekeren anders zou de stad verwoest worden en iedereen die het zou overleven zou in ballingschap gaan. Maar de mensen geloofden liever de andere 'profeten' die vertelden dat er niks zou gebeuren. Jeremia maakt de invallen van het Babylonische leger mee, het bloedbad en de deportatie. Jeruzalem en de tempel worden verwoest. Toch laat God het volk niet in de steek. Zeventig jaar zullen ze onderworpen worden en daarna zal de slavernij voorbij zijn en zullen ze terugkeren naar hun vaderland. Ze moeten werken voor de vrede en de welvaart van de stad waarheen ze verbannen worden. Ondanks hun ballingschap heeft de Here het goede met hen voor. God straft, opdat ze zich weer tot Hem zouden keren. Hij houdt van hen als een zoon, zijn liefste kind. God verlangt ernaar om Israël genadig te zijn. God houdt van hen met een eeuwigdurende liefde. God belooft een nieuwe tijd en Jeremia spreekt ook over de Verlosser, die komt:


"Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik voor ​David​ een rechtvaardige SPRUIT zal doen opstaan. Hij zal als ​Koning​ regeren en verstandig handelen, Hij zal recht en ​gerechtigheid​ doen op de aarde. In Zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël onbezorgd wonen. Dit zal Zijn Naam zijn waarmee men Hem noemen zal: DE HEERE ONZE ​GERECHTIGHEID." (Jeremia 23: 5, 6)
En nog eens

"In die dagen en in die tijd zal Ik voor ​David​ een SPRUIT van ​gerechtigheid​ doen opkomen. Hij zal recht en ​gerechtigheid​ doen op aarde. In die dagen zal Juda verlost worden en zal ​Jeruzalem​ onbezorgd wonen. Dit is hoe men de stad noemen zal: DE HEERE ONZE ​GERECHTIGHEID." , (Jeremia 33: 15, 16)

"Want op die dag zal het geschieden, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik zijn ​juk​ van uw nek zal breken en uw banden zal verscheuren. Vreemden zullen zich niet meer door hem laten dienen, maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen, en hun ​Koning​ ​David, Die Ik hun zal doen opstaan....Ik zal hen tot aanzien brengen, ze zullen niet veracht worden. Zijn zonen zullen zijn als vanouds, en zijn ​gemeente​ zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden. Ik zal al zijn onderdrukkers straffen. Zijn Machtige zal één van hem zijn, zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen. Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen. Want wie is hij die met zijn ​hart​ borg wordt om tot Mij te naderen? – spreekt de HEERE. En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn." (Jeremia 30)


Er komt een rechtvaardige Koning en God zal niet meer de wet van buitenaf op zijn volk leggen. Hij zal het hart van de mensen veranderen. God zal Zijn wetten, Zijn Liefde, in het hart van de mensen leggen. De mensen zullen dan werkelijk God kennen en liefhebben. God die het verlangen, het willen als het werken, in ons zal werken. Hijzelf zal de zonde en ongerechtigheden wegnemen.

"Voorzeker, dit is het ​verbond​ dat Ik na die dagen met het ​huis​ van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun ​hart​ schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid ​vergeven​ en aan hun ​zonde​ niet meer denken." (Jeremia 31)

God verlangt ernaar dat de mensen Hem werkelijk leren kennen. Hij is de levende alomtegenwoordige God, de eeuwige Koning, de Schepper van alles wat leeft. Barmhartig en goedertieren, die de aarde rechtvaardig regeren wil. Hij trekt ons met banden van liefde. God roept zijn volk. Keer toch weer terug naar mij.

dinsdag 30 januari 2024

30. Jona, Gods barmhartigheid

 De Assyriërs waren een zeer gewelddadig en genadeloos volk. Israël was zeer welvarend onder het bewind van de goddeloze koning Jerobeam de tweede. Ze veroverden steeds meer gebied maar er was steeds de dreiging dat Assyriërs aanvallen zouden uitvoeren vanuit het noorden. Tegen dit heidens volk, deze onbesnedenen, moest Jona profeteren dat God hun stad Ninevé zou gaan verwoesten. Omdat Jona bang was, dat de Assyriërs zich daadwerkelijk zouden bekeren en onder hun straf uit zouden komen, vertrekt hij in tegengestelde richting. Als Jona met een boot naar Tarsis probeert te vluchten steekt er een storm op. De scheepslieden komen tot de ontdekking dat Jona verantwoordelijk is voor dit onheil en gooien hem, met tegenzin, overboord. God laat hem opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zit Jona in de vis. Jezus gebruikt deze geschiedenis van Jona als beeld van Zijn dood en opstanding.


"Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Een verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken gegeven worden dan het teken van ​Jona, de ​profeet. Want zoals ​Jona​ drie dagen en drie nachten in de buik van de grote ​vis​ was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het ​hart​ van de aarde zijn. De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en zullen het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van ​Jona; en zie, meer dan ​Jona​ is hier!" (Matth 12: 39)

Levend begraven en uit de diepten van de dood bidt Jona tot God en hij wordt gered. Dankbaar maar met grote tegenzin gaat hij naar Ninevé. Hij verkondigt de ondergang van Ninevé. Hij wordt serieus genomen en er wordt een groot vasten afgeroepen. De mensen bekeren zich. Ninevé wordt gered maar Jona is woedend.

 "Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad." (Jona 4:2)

Net als in de vorige blog is ook Jona bekend met "Gods genade-uitroep." God houdt van de wereld. Niet alleen van Israël Zijn uitverkoren volk maar ook van de grootste zondaren, wanneer zij zich bekeren vergeeft Hij hen hun zonden. God voelt medelijden met die grote stad met meer dan honderdtwintigduizend mensen, die zich nergens bewust van zijn (kinderen), en al die onschuldige dieren.

maandag 29 januari 2024

29. Joël, Gods genade-uitroep

 Ik zal  wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed​ en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in ​bloed, voor die dag van de Here komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de Here zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg ​Sion​ en in ​Jeruzalem​ zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de Here roepen zal." (Joël 2)

De profeet Joël profeteert over grote rampen die het land bedreigen en roept op om oprecht berouw te tonen. Joël zegt dat God genadig en barmhartig is, geduldig en rijk aan goedertierenheid. Deze beschrijving van God komt van God zelf. God roept dit uit als Hij zichzelf toont aan Mozes op de berg Horeb (Exodus 34:6) Joël profeteert over de nabije toekomst maar ook over de verre toekomst. God is niet uit op vernietiging maar op berouw en bekering. Hij geeft de mensen alle kansen om tot Hem te komen. Hij wil niet dat mensen verloren gaan. Ook Paulus haalt Joël aan dat ieder die Hem aanroept behouden zal worden. Dat is genade. 

Dicht bij u is het Woord, in uw mond en in uw ​hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken:
Als u met uw mond de Heere ​Jezus​ belijdt en met uw ​hart​ gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het ​hart​ gelooft men tot ​gerechtigheid​ en met de mond belijdt men tot zaligheid. Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen ​Jood​ en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. "Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal behouden worden." (Romeinen 10)

Ook staat nog een stukje over de verre toekomst. "Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja,  zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Dit gedeelte wordt door Petrus aangehaald na de uitstorting van de Heilige Geest. (Handelingen 2:16) God zelf wil niet alleen redden. Hij wil in ons een heel nieuw leven geven en ons van binnenuit veranderen, zodat wij Hem werkelijk kennen en volgen. Hij schept ons naar Zijn beeld. Hij roept tot ons, Kom, en wij mogen Hem aanroepen en komen.

zondag 28 januari 2024

28. Jesaja, de Messias

 Jesaja is echt een troostboek. De profetieën geven zicht op een hoopvolle toekomst. God zelf zal redding brengen en er zal een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. God waarschuwt voor de ellende die Israël en de volken door hun zonden over zichzelf afroepen, maar Hij verkondigt daarbij ook de Redding. Er is hoop als zij zich bekeren. God laat zich kennen als een liefdevolle ouder die zijn kind niet vergeet. Al waren onze zonden als scharlaken ze zullen wit worden als sneeuw, al waren ze rood als karmozijn ze zullen worden als witte wol. De Heer zal het vuil afwassen en wegspoelen. Alleen door naar God terug te keren kunnen we worden gered; in rust en vertrouwen ligt onze kracht.

God belooft dat Hijzelf Zijn volk zal redden van hun zondige leven. God openbaart Zijn reddingsplan en dit reddingsplan wordt bijna tot in details beschreven. (Een maagd zal een kind krijgen en zij zal het kind Immanuël noemen, deze Zoon zal alle volken van de wereld echte rechtvaardigheid en vrede brengen, zal blinden de ogen openen, Hij zal onschuldig veroordeeld worden, Hij zal verhoogd worden, Hij zal in het graf van de rijke liggen, Hij zal opstaan uit de dood)

Niet alleen het volk Israël zal weer verzameld worden maar ook de andere volken zullen delen in Gods liefde en genade. Jesaja is ook het boek waar Jezus vaak uit citeerde.

Gods reddingsplan komt het duidelijkst naar voren in hoofdstuk 53 (het boek dat ook de kamerling uit Morenland las) Het lied van de Dienaar:

"Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard? Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ​ziekte​ vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd. Om onze ​zonden​ werd hij doorboordom onze ​wandaden​ gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de ​wandaden​ van ons allen liet de HEER op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet 
en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, 
als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. 



Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de ​zonden​ van mijn volk werd hij geslagen. Hij kreeg een ​graf​ bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig ​onrecht​ begaannooit bedrieglijke taal gesproken. Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ​ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuldom zijn nageslacht te zien en lang te leven.En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde. Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd. Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun ​wandaden​ op zich. Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op."

"En de kamerling antwoordde ​Filippus​ en zei: Ik vraag u, over wie zegt de ​profeet​ dit? Over zichzelf of over iemand anders? En ​Filippus​ deed zijn mond open en, uitgaande van dat Schriftwoord, verkondigde hij hem ​Jezus." (Handelingen 8)

Terwijl ik dit stukje zat te schrijven kwam ik erachter dat dit hoofdstuk  uit Jesaja bijna nooit door Joden wordt gelezen. Wekelijks bij de afsluiting van de Shabbat wordt er gelezen uit de profeten, de haftara. De haftara is wereldwijde leeskalender en blijft van jaar tot jaar hetzelfde. Elk jaar lezen ze dezelfde hoofdstukken maar heel bijzonder... Jesaja 53 wordt overgeslagen. Juist het hoofdstuk dat zo duidelijk naar Jezus wijst. Heel veel Joden hebben dit hoofdstuk dus nog nooit gelezen. De video hieronder laat de reacties zien als uit dit 'verboden' hoofdstuk wordt gelezen. Dit hoofdstuk uit Jesaja is te confronterend. Het is voor Joden een te grote stap om over Jezus na te denken.




zaterdag 27 januari 2024

27 Amos, Gods oordeel

 "Want, zie, Hij Die de bergen vormt, Die de wind schept en Die aan de mens bekendmaakt wat zijn gedachten zijn, Die de dageraad tot duisternis maakt, en Die op de hoogten van de aarde treedt; HEERE, God van de legermachten, is Zijn Naam." (Amos 4)


In 40dagen probeer ik het hele oude testament te lezen. Maar des te meer ik hierin lees des te meer ik onder de indruk kom van Gods grootheid, Gods heiligheid. Hoe is het eigenlijk mogelijk dat wij in de buurt van zo'n ontzagwekkend God kunnen komen. Denken wij niet veel te makkelijk over God en leven we niet te gemakkelijk met de gedachte dat alles wel goed komt. Ja, natuurlijk komt het goed, want God heeft het goedgemaakt, maar we moeten er niet te makkelijk over denken.

Mij is geleerd dat de vreze des Heren inhoudt dat je ontzag moet hebben voor God. Maar als ik het oude testament lees dan heeft de vreze des Heren ook werkelijk met angst te maken. In God nabijheid kunnen wij niet eens komen, dat overleven wij niet en toch wil God bij ons zijn. God wil een relatie. Hij wil in ons leven en daarom kon alleen Hij ons redden. Het heeft God alles gekost om ons te redden. Zijn liefde en barmhartigheid zijn groter dan de dood.

 "Laat het recht als water golven, en ​gerechtigheid​ als een immer vloeiende beek."
(Amos 5:24)

Toch is het niet de bedoeling dat we nu achterover gaan zitten en onze tijd uitzitten. God wil dat we met Hem gaan leven, dat Hij in ons zichtbaar wordt. Wij zijn beelddragers van Hem en dat betekent dat we ons oude leven kruisigen. Dat we geheel anders mogen zijn dan deze wereld. We hoeven het niet in eigen kracht te doen. Elke dag geeft Hij genoeg.

De profeet Amos (drager van lasten) kondigt het oordeel aan. Hij is een gewone veeboer en is door God geroepen om te profeteren. Door hem klaagt God de mensen aan. De zucht naar geld en roem gaat ten koste van arme mensen en dus van God zelf. Hun gewelddadige praktijken, afgoderij en onrechtvaardig winstbejag gaan alle perken te buiten. Rijken vertrappen de armen en de zachtmoedigen worden weggejaagd. Er komt een afrekening.

"Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de Here! Wat zal voor u die dag van de Here zijn? Duisternis zal hij zijn en geen licht!" God zal straffen en het volk zal gaan hongeren en dorsten naar Gods woorden. Toch eindigt dit oordeel met een heilsbelofte. "Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van ​David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af."
Ook in het Nieuwe Testament wordt profeet Amos aangehaald in de lange toespraak van Stefanus. Vlak voordat hij gestenigd werd. Stefanus beschuldigde de godsdienstige leiders dat er nog niks was veranderd. Schijnheilig is hun godsdienst. En wij? Laten wij ons leven leiden door God Geest of door onze eigen verlangens.

 "Hierin is de ​liefde​ bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld. Er is in de ​liefde​ geen vrees, maar de volmaakte ​liefde​ drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de ​liefde." (1 Joh 4:17, 18)

vrijdag 26 januari 2024

26. Hosea, Gods hartsverlangen

 "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen." (Marcus 10:45)


"wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw ​vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam." (1 Petr 1:17)


In geen ander boek uit de Bijbel laat God Zijn hart zo spreken. Het boek van profeet Hosea (Redding) openbaart God zich als een trouwe liefdevolle echtgenoot, die te maken heeft met een ontrouwe overspelige vrouw. Als beeld hiervan moet profeet Hosea trouwen met Gomer. Haar kinderen krijgen namen met een goddelijke boodschap. Jizreel (God zaait), Lo-Ruchama (Geen medelijden) en Lo-Amni (geen volk). Namen die laten zien wat er gaat gebeuren met het volk van God....maar er komt een keer in het lot van Juda en Israël. God zal Zijn volk weer uitzaaien in een vruchtbaar land als kinderen van de Levende God.

"Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: ​Kinderen​ van de levende God. Dan zullen de Judeeërs bijeengebracht worden samen met de Israëlieten. Zij zullen voor zich één Hoofd aanstellen en uit het land oprukken; want groot zal de dag van Jizreël zijn. Zeg tegen uw broeders: Ammi, en tegen uw zusters: Ruchama."(Hosea 1:10)

Het boek Hosea laat Gods voortdurende en volhardende liefde zien. Hij achtervolgt ons met zijn liefde zoals Hosea achter de overspelige en weggelopen Gomer aan moest gaan en haar moest terugkopen uit de slavernij voor 15 zilverstukken.

"Ga opnieuw, bemin een vrouw die bemind wordt door een ander en ​overspel​ pleegt, zoals de Here de Israëlieten bemint, hoewel zij zich wenden tot ​andere ​goden​."

Ook in het nieuwe testament staat iets soortgelijks in 1 Korintiers 7:22
 "Gij zijt gekocht en betaald. Weest geen ​slaven​ van mensen."
Het overspelige volk zal door God zelf teruggekocht worden. De Israëlieten zullen zich bekeren, en de Here, hun God, zoeken en ​David, hun ​koning (Messias). Zij zullen zich in diep ​ontzag​ tot de Here wenden en Zijn zegeningen ervaren. Dit alles zal pas plaatsvinden in de eindtijd. 

"Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken, naar de woestijn in leiden, en naar haar ​hart​ spreken. Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven,en het Dal van Achor tot een deur van hoop. Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij wegtrok uit het land ​Egypte. Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn meester ​Baäl!" (Hosea 2)

God verlangt niet naar een machtsrelatie zoals mensen dat hebben met hun afgoden, die vanalles van je eisen. Om te ontvangen wat hun ik-gerichte hart ingeeft. Een relatie waar alles draait om verdienen. Een relatie om er alleen zelf beter van te worden. God verlangt naar een relatie uit oprechte liefde. God wil ​liefde, geen ​offers. Dat we met Hem vertrouwd zijn is meer waard dan enig ​offer. God is het die alles heeft geschapen en ons alles wil geven. Hij verlangt ernaar dat we ons leven laten leiden door Zijn liefde en rechtvaardigheid.

"Keer voorgoed terug naar die God. Laat je leiden door ​liefde​ en recht. 
Blijf voortdurend hopen op je God." (Hosea 11:7)

Losgeld
Zijn leven
De dienende Mensenzoon
Hij gaf Zijn leven
Vrijgekocht


donderdag 25 januari 2024

25. Micha, Bethlehem

 Tijdens de regering van de verschillende koningen over Juda en Israël staan verschillende profeten op. Zij waarschuwen dat het volk de verkeerde kant op gaat. Gods liefde wil de mens behoeden tegen het kwaad maar de mens mag zelf kiezen. Zegen of vloek. Echte liefde kan niet afgedwongen worden. Zijn hart breekt als hij de mens ten onder ziet gaan.


God is liefde, maar God haat de allesvernietigende zonde. De mens, die alleen maar om zijn eigen ik draait en verslaafd is aan de vervulling van zijn lusten en verlangens ten koste van anderen. God wil ons hiervan bevrijden en dat kan alleen als ons middelpunt gevuld wordt met God zelf. Met Zijn liefde en vrede.

Micha leefde in de tijd van koning Jotham, Achaz en Hizkia. Hij was tijdgenoot van Jesaja en Hosea. Hij waarschuwt Juda om de afgoderij van Israël niet na te volgen. Hij wil dat ze stoppen met afgoderij, waarbij zelfs tempelprostitutie plaatsvindt en kinderen worden geofferd om het goede af te dwingen, van een god die niet eens bestaat. God waarschuwt dat ze moeten stoppen met het onderdrukken en afpersen van de weduwe en de wezen. De leiders en priesters nemen steekpenningen aan en maken krom wat recht is. Niemand was meer te vertrouwen. Het land is door en door rot en het oordeel staat voor de deur. Babel zal het volk in ballingschap wegvoeren.

"Sta op! Wegwezen! Dit is niet langer uw land, want u hebt het met uw zonden gevuld en daarom zal het u uitbraken, u op een vreselijke wijze omkomen." (Micha 2:10) Maar twee verzen verder geeft God ook hoop. "Voorzeker zal Ik u, o ​Jakob, in uw geheel bijeenbrengen, voorzeker vergaderen het overblijfsel van Israël. Ik zal hen bijeenbrengen als schapen in een kooi, als een kudde in het midden der weide. Het zal er gonzen van mensen. "
Het volk zal weer worden bevrijd en de Here zal het volk van alle vijanden verlossen. Micha spreekt over de komende Messias, die de wereld in recht en gerechtigheid regeren zal en er zal werkelijke vrede zijn. In Micha wordt zijn komst voorspeld.

"Bethlehem in Efrata, u bent een van de kleinste steden in Juda, maar toch zult u de geboorteplaats zijn van onze koning van wie de oorsprong in lang vervlogen tijden ligt. God zal zijn volk prijsgeven aan hun vijanden, maar alleen totdat zij die zwanger is een kind ter wereld heeft gebracht. Dan zullen de overgebleven ballingen van Juda met hun broeders uit Israël terugkeren naar hun eigen land.  Hij zal zijn kudde weiden in de kracht van de Here, in de majesteit van de Here, zijn God. Zijn volk zal daar rustig wonen, want Hij zal heersen over de hele wereld."

"Mijn vijandin zal dat zien. Schaamte zal haar bedekken die tegen mij zei: "Waar is de Here, uw God?" (Micha 7:10)
 Dit werd ook tegen Jezus gezegd toen hij aan het kruis hing. "Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen in Hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon". Jezus heeft de spot verdragen en gebeden voor Zijn vijanden. Hij heeft onze zonden gedragen. We konden nooit in eigen kracht rechtvaardig zijn. Maar doordat we in Christus Zijn rechtvaardigheid ontvangen worden we van binnenuit veranderd naar Zijn beeld en worden we werkelijk vrij. Jezus heeft de straf gedragen.


"Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid ​vergeeft, Die voorbijgaat aan de ​overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,  ja, U zult al hun ​zonden​ werpen in de diepten van de zee. U zult ​Jakob​ de trouw bewijzen
en ​Abraham​ de goedertierenheid, die U aan onze vaderen gezworen hebt vanaf de dagen van weleer."

Lees de Bijbel met mij...246

 Lees 2 Koningen 18:1-8 en 2 Kronieken 29 en 30 Koning Hizkia was de zoon van koning Achaz, die de weg van de koningen van Israël was gegaan...