Lees Psalm 143, 144, 145 en 1 Kronieken 26
"Want de Here Zelf zal als een muur van vuur rondom hen en de stad zijn. En Hij zal met zijn macht en majesteit in haar wonen.’" (Zacharia 2:5, HTB)
Wat is een mens dat U hem kent en aan hem denkt? Een zuchtje wind, bijna niets in vergelijking met zijn Schepper. En juist daar ligt de sleutel: wij zijn kostbaar omdat we Zijn maaksel zijn. We behoren Hem toe.
Wij kunnen God in feite niets geven; wij en alles wat wij bezitten, is al van Hem. Er is slechts één ding dat nog niet automatisch van Hem is, en dat is onze liefde, onze bewuste keuze voor Hem. De sleutel van ons hart is het enige wat wij God werkelijk kunnen geven. Zullen wij als poortwachters van ons leven God die sleutels geven, en dat wat niet van God is buitenhouden?
David beseft dat hij God verder niets te bieden heeft. Hij begrijpt heel goed dat hij in alles volledig afhankelijk is van God. Als God hem helpt, komt dat niet door wie David is of wat hij doet. Het is pure genade dat God zich met hem wil bemoeien. Alles wat God doet, doet Hij omwille van Zijn trouw, Zijn gerechtigheid en Zijn Naam.
Daarom gebruikt David nu de Naam die God aan Mozes bekend heeft gemaakt: de God die genadig, barmhartig, rijk aan goedertierenheid en trouw is. We zijn in alles afhankelijk van deze God. De God die is, die was en die blijft, en die nooit zal loslaten het werk dat Zijn handen zijn begonnen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten