Lees 1 Kronieken 23, 24 en 25
"Hoe is het dan, broeders? Telkens wanneer u samenkomt, heeft iedereen een psalm, of hij heeft een onderwijzing, of hij heeft een andere taal, of hij heeft een openbaring, of hij heeft een uitleg. Laat alles gebeuren tot opbouw...Want God is geen God van wanorde, maar van vrede, zoals in alle gemeenten van de heiligen...Laat alle dingen op een gepaste wijze en in goede orde gebeuren." (1 Korinthe 14:26, 33, 40, HSV)
David treft de laatste voorbereidingen voor de tempel. Het materiaal heeft hij al verzameld, nu de mensen nog. De Levieten, Gods uitverkoren stam, worden geteld. Alle mannen van 30 tot en met 50 jaar die meehelpen in de tempel, worden gerangschikt naar de drie zonen Gerson, Kehat en Merari van Levi. (In Leviticus zie je dat mannen vanaf 20 jaar meetellen in het ambt; David verschuift deze leeftijd later ook naar 20 jaar).
De Levieten hadden in de tempel taken als toezichthouders, beambten, rechters, poortwachters en zangers.
Het nageslacht van Aäron, krijgt het priesterschap toebedeeld, verdeeld in 24 afdelingen. Elke priester deed in een jaar twee keer een week dienst, met daarbovenop nog de drie pelgrimsfeesten. In totaal dienden zij dus vijf keer per jaar in de tempel.
Als je goed leest, zie je dat het lot voor de achtste week op Abia valt. In het Nieuwe Testament wordt de indeling van David nog steeds gebruikt. Zo lees je in Lucas 1 over Zacharias, de vader van Johannes de Doper. Hij was priester in de afdeling van Abia.
Er is speciale aandacht voor de zangers. Voor elk van de 24 weken werden twaalf zangers uitgeloot, bestaande uit zowel professionals als leerlingen. Zij begeleidden de dienst met zang en muziek op cimbalen, luiten en harpen. Tijdens het loven en prijzen van de Heere profeteerden deze zangers en spraken zij de woorden van God. Ook de koning zelf nam de leiding in dit profeteren.
Zo is alles ordelijk geregeld en heeft iedereen een taak gekregen in de dienst. Ook wij als christenen hebben op een ordelijke wijze een plek gekregen in het lichaam van Christus. Ieder heeft zijn eigen gaven en talenten gekregen, tot eer van God en tot opbouw van de gemeente.
"Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht". (1 Petrus 2:9, HSV)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten