Lees Psalm 101, 105 en 132
Deze psalmen herinneren ons aan de ontstaansgeschiedenis van Israël en zijn koninklijke aanspraken. God heeft van Israël een volk gemaakt, vanaf Abraham tot en met Mozes. Hij gaf hen het land Kanaän en de stad Sion, van waaruit Hij wil regeren en wonen. Het is een geschiedenis van David en de belofte die God hem gaf. David duldde geen goddelozen en zondaars in zijn stad, maar omringde zich met trouwe en eerlijke mensen. Hij is een voorvader van Jezus en een voorafbeelding van Christus.
Davids Zoon zal eeuwig op de troon zitten. Hij is het die werkelijk rechtvaardig en trouw is, die werkelijk zonder zonde is en eens en voor altijd heeft afgerekend met de zonde.
God is trouw. Hij is de God van het verbond dat Hij sloot met Abraham, Izak en Jakob over hun nageslacht en het land. Ook is Hij de God van het verbond dat Hij sloot met David over het eeuwige koningschap van de Gezalfde Koning, de Messias die zal regeren.
God is trouw aan Zijn verbond, zelfs als wij daar in ons eigen leven nog niets van zien.
"Van al deze mensen wordt een goed getuigenis gegeven vanwege hun geloof, maar ze hebben geen van allen de vervulling van de belofte gezien. Want God had voor ons iets beters op het oog, opdat zij niet zonder ons het einddoel zouden bereiken." (HEBREEËN 11:39-40, VB)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten