Lees 2 Samuël 5:1-10 en 1 Kronieken 11 en 12
Na een burgeroorlog en een periode van verdeeldheid onder koning Saul, is er nu eenheid onder alle stammen voor de kroning van David tot koning over heel Israël. Alle krijgslieden van alle stammen – zo'n 340.000 man – kwamen naar Hebron om David koning te maken.
Onder deze groep bevonden zich ook Davids helden: een groep van drie en een groep van dertig strijders die in de strijd dappere daden hadden verricht en hun leven op het spel hadden gezet. Zij leefden voor de overwinning en wilden hun koning in alles tegemoetkomen.
Denk hierbij aan de drie mannen die met gevaar voor eigen leven water haalden uit de put bij Bethlehem. Zij braken dwars door de vijandelijke linies heen, puur omdat David had verzucht dat hij dat water zo graag wilde drinken.
Ook de discipelen dachten zulke sterke helden te zijn. Allemaal hadden ze plechtig beloofd dat ze Jezus zouden volgen tot in de dood. Maar toen het eenmaal zover was, sloegen alle discipelen op de vlucht. Petrus viel daarbij nog het hardst door de mand.
Na Pinksteren zie je echter een grote verandering: diezelfde bange discipelen staan ineens op als dappere helden. Onverschrokken zetten zij hun leven op het spel en ondanks grote tegenstand en martelingen verkondigen zij het Goede Nieuws: Jezus is opgestaan! Hij heeft ons bevrijd uit de slavernij van zonde en dood.
Alleen Gods Geest kan deze omwenteling teweeggebracht hebben. Waar Davids mannen werden gedreven door menselijke loyaliteit en militaire discipline, werden de discipelen samengebonden door iets veel groters. Zij ontdekten wat Paulus later omschreef in Efeziërs 4:3: de kracht om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede. Het is deze goddelijke band die van gewone, angstige mensen onoverwinnelijke getuigen maakt.
Door Hem zijn wij meer dan overwinnaars!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten