Lees 2 Samuël 1, 2, 3 en 4
Het tweede boek van Samuël begint bij de dood van Saul. David schrijft een lofzang op deze, in zijn ogen, helden: het 'Lied van de Boog'. Hij beschrijft hen als sneller dan arenden en sterker dan leeuwen.
Na Sauls dood volgt Isboset zijn vader op als koning van Israël, terwijl David koning van Juda wordt. Hierdoor raken de volksgenoten met elkaar in oorlog. Abner, de legerleider van Isboset, trekt steeds meer macht naar zich toe. Wanneer hij gemeenschap heeft met een bijvrouw van Saul en Isboset hem daarop aanspreekt, wordt Abner woedend. Hij besluit de kant van David te kiezen en probeert het volk te overtuigen om David als koning te erkennen. Hij sluit een verbond met David en spoort ook het volk aan voor David te kiezen. Hij giet er nog even een religieus sausje overheen; God had dit immers zo voorbestemd.
"Nu is het tijd om te handelen, want de Heer heeft tegen David gezegd: 'Door mijn dienaar David zal Ik mijn volk Israël bevrijden uit de macht van de Filistijnen en van al zijn vijanden.' "
Nog voordat Abner het volk volledig achter David kan krijgen, wordt hij vermoord door Joab uit bloedwraak, omdat Abner eerder Joabs broer had gedood. David wist niets van deze actie en rouwt openlijk om Abner, wat op veel goedkeuring van het volk kan rekenen.
Het koningshuis van Isboset wordt ondertussen steeds zwakker. Nu Abner dood is, staat Isboset er alleen voor en vreest hij voor zijn leven. Die vrees blijkt terecht: hij wordt vermoord door zijn eigen legerleiders. Toch is dit niet de manier waarop David koning wil worden. Hij laat de mannen die Isboset hebben gedood — en die dachten hiermee goed nieuws te brengen — ter dood brengen.
Abner probeert het koningschap te forceren maar David blijft vertrouwen dat God op Zijn tijd Zijn beloften tot vervulling zal brengen.
Probeer niet in menselijke kracht Gods plannen in vervulling te brengen. Soms gaat het heel anders dan jij had gedacht. Blijf verwachten en vertrouwen. Houd vol.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten