Lees 1 Samuël 28, 29 , 30 en 31
"David werd zeer benauwd, want het volk sprak erover hem te stenigen. De zielen van het hele volk waren namelijk verbitterd, ieder over zijn zonen en over zijn dochters. David echter sterkte zich in de HEERE, zijn God."
De Filistijnen besluiten Israël aan te vallen. Saul, die doodsbang is voor deze overmacht, zoekt raad bij God, maar het blijft stil. In zijn radeloosheid grijpt hij alles aan om zekerheid te krijgen, zelfs datgene wat in Gods ogen een gruwelijke zonde is: hij bezoekt een waarzegster om de overleden Samuël op te roepen. De verschijning voorspelt een somber lot: Saul en zijn zonen zullen de volgende dag bij hem in het dodenrijk zijn.
Ondertussen trekt David op met de Filistijnen, omdat hij de gunst van hun bevelhebber heeft gewonnen. De overige stadsvorsten vertrouwen hem echter niet en sturen hem terug. Wanneer David na drie dagen terugkeert in Ziklag, treft hij een ravage aan; de Amalekieten hebben de stad verbrand en alle vrouwen, kinderen en het vee meegenomen. De mannen keren zich in hun woede tegen David, maar hij herpakt zich en zoekt steun bij de Heere. "Hij sterkt zich in de Heere".
Na Gods raad te hebben geraadpleegd, zet David de achtervolging in. Hij verslaat de Amalekieten, bevrijdt de gevangenen en herovert een enorme buit. David deelt de buit met iedereen, ook met de mannen die te vermoeid waren om mee te vechten; het is immers Gods genade en iedereen mag daarin delen. Terwijl David zegeviert, vindt de fatale strijd tussen de Filistijnen en Israël plaats, waarbij Saul en zijn drie zonen omkomen.
Saul en David waren beiden koning en beiden gelovig, toch was er een groot verschil tussen hen in de manier waarop zij hun geloof beleefden.
Saul, die de verbinding met God is kwijtgeraakt, zoekt zijn heil in de duisternis. In plaats te aanvaarden dat God een nieuwe koning heeft aangesteld wil hij zelf koning blijven. Hij trekt in eigen kracht ten strijde en vindt de dood.
David daarentegen heeft alles verloren en wordt zelfs door zijn eigen mannen met de dood bedreigd. Hij zoekt zijn kracht echter niet in zichzelf, maar bij de Heere. In Gods kracht trekt hij ten strijde en behaalt de overwinning.
Twee koningen worden geconfronteerd met een diepe crisis. Het verschil tussen hen ligt niet in de afwezigheid van tegenspoed, maar in de bron van hun kracht. Zoek je die kracht in jezelf en voor jezelf, of zoek je die kracht bij God en leef je voor Hem?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten