Lees Deuteronomium 33 en 34
In de laatste twee hoofdstukken van Deuteronomium zegent Mozes Israël, oftewel Jesjurun (het rechtschapen Israël). Het valt op dat hij de stammen zegent, maar dat Simeon in dit rijtje ontbreekt.
Bijbelverklaarders geven verschillende redenen waarom Simeon niet apart wordt genoemd:
Versmelting met Juda: Het erfdeel van Simeon lag binnen het gebied van de stam Juda (Jozua 19:1), waardoor de zegen voor Juda mogelijk ook Simeon omvatte.
Straf: Sommige uitleggers wijzen op het eerdere wangedrag van de Simeonieten (zoals bij de afgoderij in Sittim, Numeri 25), waardoor de stam sterk in aantal was afgenomen.
Jacob's Profetie: In Genesis 49 voorspelde Jakob al dat Simeon en Levi "verstrooid" zouden worden in Israël; terwijl Levi een geestelijke taak kreeg, verloor Simeon zijn zelfstandigheid als stam.
Simeon leed zware verliezen bij de bestraffing van de afgoderij. De stam was door de plaag meer dan gehalveerd. Tussen de twee volkstellingen in de woestijn kromp de stam van 59.300 naar slechts 22.200 weerbare mannen. De leider van deze stam verbond zich met een buitenlandse vrouw. Als een van de twaalf stamvaders die God verraadden, doet hij mij denken aan Judas, die Jezus inruilde voor 30 zilverstukken.
Gods doelstellingen zijn groter dan het leven. Mozes beklimt de berg Nebo en de top van Pisga. Hij mag voordat hij sterft het Beloofde Land van een afstand bekijken. Mozes is 120 jaar geworden en sterft. God zelf begraaft hem in het dal van Moab bij bet-peor. Niemand weet precies waar hij begraven ligt. Mozes ogen waren nog helder en hij was nog zo sterk als een jonge man. Er is nooit meer een profeet als Mozes geweest die God kende van aangezicht tot aangezicht, en met Hem sprak zoals een man met zijn vriend spreekt. Toch mag Mozes uit genade het beloofde alleen van een afstand zien. In Hebreeën 11 wordt uitgelegd dat God een beter plan had dat onze korte levens overstijgt.
"Al deze mensen zijn in het vertrouwen op God gestorven, zonder te krijgen wat hun beloofd was. Zij hebben het alleen uit de verte gezien en waren blij. Zij kwamen er openlijk voor uit dat zij hier op aarde alleen maar gasten en vreemdelingen waren...Al deze mensen zijn bekend geworden omdat zij op God vertrouwden. Zij hebben echter niet gekregen wat God hun had beloofd. God had een beter plan, Hij wilde niet dat zij zonder ons de volmaaktheid zouden bereiken." (Heb. 11:39-40, HTB)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten