zondag 1 februari 2026

Lees de Bijbel met mij...32 Verborgen zegeningen

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

en waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)


We hebben Genesis uitgelezen. Het volk Israël is naar Egypte getrokken. We hebben de belevenissen van de zonen van Jacob gevolgd. En vooral het verhaal van Jozef, die door God onvrijwillig vooruit werd gestuurd naar Egypte. God kan werken in omstandigheden die wij misschien zelf als tegenslagen zullen bestempelen. Verborgen zegeningen. 


zaterdag 31 januari 2026

Lees de Bijbel met mij...31 De zegen

 Lees Genesis 48, 49 en 50

Het einde nadert voor Jakob hij wordt ziek. Jozef gaat met zijn zonen Manasse en Efraïm naar zijn vader toe. Jakob neemt de zonen van Jozef aan als zijn eigen zoons. Hij geeft de jongste Efraïm de zegen van de eerstgeborene en plaatst hem boven Manasse. Een herinnering  aan wat er tussen hem en Ezau is gebeurd. De jongste zal meer aanzien krijgen.

Jakob verteld over de God van zijn vaderen Abraham en Izak, de Almachtige die hem altijd heeft geleid en verlost van het kwaad. Hier wordt, door de familie van herders, God voor het eerst voorgesteld als een Goede Herder. 

Daarna zegent Jakob zijn zonen en spreekt voor ieder persoonlijk een profetie uit. Hier komt de aankondiging van de Messias uit Juda. 

Juda, jij bent het, jou zullen je broers loven! Je hand zal rusten op de nek van je vijanden; voor jou zullen de zonen van je vader zich neerbuigen. Juda is een leeuwenwelp; van je prooi ben je opgestaan, mijn zoon. Hij heeft zich gekromd, zich als een leeuw neergelegd, als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan? De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen. (Gen.49.8-10, HSV)

Totdat Silo komt...Hij die gezonden wordt of Hij die het is. De Gezalfde, door God uitgekozene in het Hebreeuws is dat de Messias. Jezus Christus wordt hier aangekondigd als de Koning der koningen. De Vredevorst. Het Nageslacht waarin alle volken der aarde gezegend zullen worden.

Jakob sterft en wordt gebalsemd en begraven in het graf dat Abraham had gekocht in Kanaän.

De broers zijn nog steeds bang voor Jozef en bieden zich aan als slaven, maar Jozef herhaalt zijn woorden. God heeft hem hier gebracht.

"Jullie weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden." (Genesis 50:20, HSV)

Ook als onze plannen sterven. Gods plan gaat door...

vrijdag 30 januari 2026

Lees de Bijbel met mij 30...God vervult Zijn beloften

  Lees Genesis 46 en 47

"Toen zei God tegen Abram: Weet wel dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken. Maar ook zal Ik over het volk dat zij zullen dienen, rechtspreken en daarna zullen zij met veel bezittingen wegtrekken....De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol." (Gen.15.13-16, HSV)

De profetie die hier aan Abraham is gegeven gaat nu beginnen met zijn vervulling. Israël vertrekt op 130-jarige leeftijd met zijn hele hebben en houden naar zijn zoon Jozef in Egypte. 

In Berseba (de plek waar zijn vader Izak een altaar bouwde) spreekt God in een nachtelijk visioen tot Israël. God zal hem in Egypte tot een groot volk maken. God zal meetrekken naar Egypte en zal zijn volk ook zeker doen terugkeren.

Het volk gaat naar de landstreek Gosen. Juda gaat voorop om de weg te wijzen en als ze aankomen, komt Jozef hen tegemoet. Eindelijk ontmoet hij zijn vader. Ze vallen elkaar huilend om de hals. De verloren zoon weer thuis in de armen van zijn vader.

"Het totale aantal zielen die met Jakob naar Egypte kwamen en die van hem afstamden, afgezien van de vrouwen van de zonen van Jakob, was bij elkaar zesenzestig zielen. De zonen van Jozef, die bij hem in Egypte geboren waren: twee zielen. Het totale aantal zielen die tot het huis van Jakob behoorden en die naar Egypte kwamen, was zeventig." (Gen. 46.26-27, HSV)

Jozef gaat met zijn vader en vijf broer naar de farao toe. Hij had de broers nog zo gezegd dat ze moesten zeggen dat ze veehouders waren in plaats van herders, maar de broers vertellen de farao de waarheid. Ze zijn gewoon herders (een gruwel in de ogen van Egyptenaren). Toch mogen ze in het beste deel van het land wonen. Ze gaan in de landstreek Gosen in Rameses wonen. 

Jakob zegent de farao. Dit kleine zinnetje laat zien dat Jakob zichzelf boven de farao plaatst. Want in Hebreeën 7:7 staat: "Het valt niet te ontkennen dat wie minder is, gezegend wordt door wie de meerdere van hem is."

Jozef onderhoudt zijn familie met voedsel. Hij voedt de volken en neemt zo hun geld, vee en grond af in ruil voor voedsel. De volken worden slaaf op hun verkochte gronden en een 5de deel van de opbrengt komt de farao toe.

De familie van Israël bleef in de streek Gosen in Egypte wonen. Ze hadden daar eigen grond gekregen. Ze kregen veel kinderen en vermeerderden sterk, zodat hun familie heel groot werd. Jakob leefde nog 17 jaar in Egypte.

Wij kunnen Gods pan niet overzien maar Gods plan gaat door. De Messiaanse lijn, het Nageslacht van Abraham, Izak en Jakob...

De Naam van God zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want van Hem is de wijsheid en de kracht. Hij verandert de tijden en tijdstippen, Hij zet koningen af en stelt koningen aan, Hij geeft de wijsheid aan wijzen, de kennis aan wie verstand hebben. Hij openbaart diepe en verborgen dingen, Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem. U, God van mijn vaderen, dank en prijs ik...(Daniël 2:20-23, HSV)


donderdag 29 januari 2026

Lees de Bijbel met mij...29 Eerst zien dan geloven

 Lees Genesis 43, 44 en 45

God, de Almachtige, geve jullie barmhartigheid in de ogen van die man, zodat hij jullie andere broer en Benjamin met jullie terug laat gaan. En wat mij betreft, als ik van kinderen beroofd word, dan word ik maar van kinderen beroofd. (Gen.43.14, HSV)

Met de moed der wanhoop gaan de broers weer op weg naar Egypte. Uiteindelijk heeft de vader Israël er in toegestemd om Benjamin mee te laten gaan. Hij kan niet anders. Ze zouden allemaal omkomen van de honger. Ze nemen dubbel zoveel geld en geschenken mee (balsem, honing, specerijen,  mirre, pistachenoten en amandelen). Zouden ze daarmee een onderkoning die alles al bezit gunstig kunnen stemmen? Ook het geld dat ze de vorige keer terugvonden in hun zakken nemen ze weer mee. 

Als ze meegenomen worden naar het huis van Jozef worden ze bang. Zullen ze slaaf gemaakt worden of overvallen worden? Gestraft omdat ze vorige keer niet betaald hadden? Het geld lag de vorige keer immers in hun zakken. De dienaar van Jozef stelt hen gerust.

"Hij zei: Vrede zij u, wees niet bevreesd. Uw God en de God van uw vader heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld heeft mij bereikt. Toen liet hij Simeon naar buiten brengen, naar hen toe". (Gen.43.23, HSV)

Jozef ontvangt zijn broers in zijn huis en richt een grote maaltijd aan. Hij laat de broers zitten op volgorde van leeftijd en Benjamin krijgt vijf keer meer dan zijn broers. De volgende dag willen ze terugkeren. Ze zijn overvloedig gezegend.

Maar Jozef haalt ze met een list terug. In Benjamins zak wordt de zilveren beker van Jozef gevonden, die de dienaar van Jozef daarin had gestopt. Benjamin is een 'dief' en moet als slaaf achterblijven bij Jozef.

Juda, degene die op het idee kwam om  Jozef als slaaf te verkopen, springt nu in de bres. Hij heeft beloofd borg te staan voor zijn broer. Zijn vader zou het verlies van Benjamin niet overleven. Hij wil de plaats van Benjamin wel innemen. 

Dan, in alle ontreddering en wanhoop maakt Jozef zichzelf bekend. Niet de broers maar God zelf heeft Jozef naar Egypte gebracht. 

"Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven.(Gen.45.5, HSV)

De familie moet maar dicht bij Jozef in het land Gosen komen wonen. Er zal nog 5 jaar hongersnood zijn. Jozef stuurt wagens mee om zijn vader en hun families op te halen. Ze krijgen proviand en kleren mee. Benjamin vijf keer zoveel en 300 zilverstukken. Jozef drukt de broers op het hart: "Maak onderweg geen ruzie".

De broers moeten hun vader overtuigen dat zijn Jozef nog leeft. Jakob (Israël wordt nu ineens weer Jakob genoemd) kan het niet geloven. Pas als hij de wagens ziet beseft hij dat Jozef werkelijk leeft en dat Jozef onderkoning is van Egypte.

Zijn wij vaak ook ongelovig tot wij zien? En durven wij ons dan aan deze waarheid toe te vertrouwen?

Willen we het eerst zien zoals de Joden, willen we het eerst begrijpen zoals de Grieken of...willen we geloven omdat God het ons openbaart...

woensdag 28 januari 2026

Lees de Bijbel met mij...28 Profetie

 Lees Genesis 40, 41 en 42

De schenker en de bakker. Allebei gevangen krijgen een droom. Voor het eerst horen we iets over het geloof van Jozef. Hij vertelt namelijk in God te geloven, want alleen God kan hun dromen uitleggen. 

De schenker ziet drie ranken aan een wijnstok en hij mag de druiven uitpersen in de beker van de Farao. De bakker ziet drie broodmanden op z'n hoofd waarvan de vogels pikken. Jozef legt uit dat ze allebei verhoogd zullen worden. De één letterlijk en de ander figuurlijk De schenker een hoge plaats aan het hof en de bakker wordt verhoogd aan een paal. 

De schenker en de bakker. Brood en wijn. De wijn wordt opnieuw gedronken in het koninkrijk en het brood dat wordt gebroken... aan een paal gehangen...op de derde dag. Het lijkt wel een verborgen profetie die naar Jezus wijst. 

"En nadat Hij een drinkbeker genomen had en gedankt had, zei Hij: Neem deze en deel hem onder elkaar. Want Ik zeg u dat Ik niet drinken zal van de vrucht van de wijnstok, totdat het Koninkrijk van God gekomen is. En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis." (Lukas 22:17-19, HSV)

Jozef vraagt de schenker een goed woordje voor hem te doen maar de schenker vergeet hem. Twee jaar later krijgt de Farao een droom die niemand uit kan leggen. Eindelijk herinnert de schenker de Hebreeër Jozef. Hij mag de dromen van de koeien en aren uitleggen. Er komt na een periode van overvloed een periode van hongersnood

"Nu dan, laat de farao naar een verstandige en wijze man uitzien en die over het land Egypte aanstellen. Laat de farao het volgende doen: Laat hij opzichters over het land aanstellen en tijdens de zeven jaren van overvloed het vijfde deel van de opbrengst van het land Egypte opeisen. Laten zij alle voedsel van deze komende goede jaren bijeenbrengen en op last van de farao het koren opslaan, als voedsel in de steden, en dat bewaren." (Gen.41.33-35, HSV)"

Daarom zei de farao tegen zijn dienaren: Zouden wij ooit iemand kunnen vinden als deze man, in wie de Geest van God is?" (Gen.41.38, HSV)

Jozef wordt de op zijn 30ste de op één na machtigste man van Egypte. Heerser van het 'Broodhuis' mag hij de volken voeden. Ook zijn broers komen langs. Hij herkent zijn broers maar zijn broers herkennen hem niet. Jozef houdt zijn identiteit verborgen. Zijn broers zijn bang voor hem en toch ontvangen ze in overvloed. Jozef wil zijn broers terugzien en neemt Simeon gevangen met de opdracht de jongste broer de volgende keer mee te nemen om te bewijzen dat ze geen spionnen zijn.

dinsdag 27 januari 2026

Lees de Bijbel met mij...27 Blijf vertrouwen

  Lees Genesis 37, 38 en 39

Jozef is het lievelingetje van zijn vader. De oudste zoon van zijn lievelingsvrouw. Jozef vindt het een goed plan om alles wat zijn broers verkeerd doen of zeggen aan zijn vader te rapporteren. En dan ook nog die dromen dat iedereen voor hem moet buigen. Dat gaat zelf zijn vader te ver.

Jakob vraagt of Jozef wil gaan kijken bij zijn broers. Hoe gaat het met ze? Ze weiden de schapen bij Sichem 80 kilometer ten noorden van Hebron. Een reis die een paar dagen in beslag moet hebben genomen. Jozef besluit zijn mooie veelkleurige gewaad te dragen en dat werkt als een rode lap op een stier. De broers zien hem al van verre aankomen en besluiten hem te doden en in een put te gooien. Maar Ruben de oudste wil niet dat ze hem doden maar alleen in de put gooien. Dat zal hem leren... De andere broers zien een karavaan met Ismaëlieten voorbij komen en Juda stelt voor om Jozef te verkopen. Voor 20 zilverstukken wordt Jozef verkocht naar Egypte.

Ruben is waarschijnlijk niet bij de verkoop, want hij is radeloos als hij bij de put komt en ziet dat Jozef er niet meer is...De broers besmeuren de mantel met het bloed van een geitenbok en sturen de mantel naar hun vader die daardoor denkt dat Jozef door een wild dier gegrepen is.

En dan is daar ineens het verhaal van Juda en zijn verhouding met zijn schoondochter Tamar, zo middenin het verhaal over Jozef. Juda die Jozef verkocht heeft. Hij is weggetrokken van zijn broers en neemt zijn intrek bij een Kanaänitische man. Kon hij het verdriet van zijn vader niet meer aanzien? (Toch gaat in Tamar gaat de Messiaanse lijn door Matth. 6:3)

De 17-jarige Jozef komt te werken voor Potifar, een Egyptische lijfwacht die werkt aan het hof van de Farao. God zegent Jozef zo dat het begint op te vallen. Jozef krijgt de leiding over heel zijn huis. De vrouw van Potifar laat een oogje op hem vallen en probeert hem te verleiden. Maar Jozef wijst haar af. Weer wordt de 'mantel' van hem afgenomen. Jozef wordt vals beschuldigd en komt in de gevangenis terecht. Zo kom je door de zonden van een ander in de ellende. Was de zegen van God niet genoeg om Jozef te beschermen? Maar God heeft een plan ook als wij een stap in ons leven helemaal niet begrijpen. Ook in de gevangenis wordt de bijzondere zegen van God ervaren en krijgt Jozef de leiding over al de gevangenen.  

'En het hoofd van de gevangenis gaf al de gevangenen die in de gevangenis waren, in de hand van Jozef; al het werk dat men daar deed, deed hij. Het hoofd van de gevangenis zag naar geen enkel ding meer om van wat in zijn hand was, omdat de HEERE met hem was. Alles wat hij deed, liet de HEERE voorspoedig verlopen."


maandag 26 januari 2026

Lees de Bijbel met mij...26 Vermenging of heiliging

  Lees Genesis 34, 35 en 36


"En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is."(Romeinen 12:2)

"Dina,... trok  eropuit om bij de meisjes van dat land te gaan kijken."

Nieuwsgierig naar de gebruiken en de cultuur van het nieuwe land. Maar deze nieuwsgierigheid komt haar duur te staan. Ze wordt onteerd door de prins van de Hevieten. Het volk waaruit Ezau zijn vrouw Oholibama vandaan haalde...Het volk wil zich wel vermengen met de familie van Israël en laat zich besnijden. Sichem, de prins wil alles wel doen om Dina tot zijn vrouw maken.
Alle mannen worden besneden maar op de 3de dag komt de wraak. De broers van Dina doden alle mannen en nemen alles mee wat van de mannen was. Ook hun vrouwen en kinderen.

God zegt tegen Jakob om op te staan, om naar Bethel te gaan. Daar waar 'de Jakobsladder' stond toen hij vluchtte voor Ezau en waar God met hem had gesproken. Daar moet hij een altaar bouwen. 

"Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen," (Efeze 5:14)

Jakob geeft een opdracht aan al het volk om alle vreemde goden weg te doen en zich te heiligen. Nog steeds hielden sommigen (waaronder Rachel, die de huisgodjes van Laban mee had genomen) er vreemde goden op na. Nog steeds was er een vermenging met andere culturen. 
In Bethel maakt Jakob een altaar en maakt God zich aan Jakob bekend als God, de Almachtige en bevestigd Jakobs nieuwe naam Israël.

Van Bethel vertrekt Jakob naar Bethlehem. Rachel is zwanger en sterft onderweg bij de geboorte van Benjamin in de velden van Efrath. Jakob trekt uiteindelijk verder naar Hebron waar Izak zijn vader woont. Meer dan 20 jaar nadat Izak dacht te sterven, sterft hij en wordt door Jakob en Ezau begraven.

Dan een opsomming van het nageslacht van Ezau en zijn drie vrouwen. Hij verwekt vijf zonen en elf kleinkinderen waarvan veertien stamhoofd worden. Waaronder Amelek, die de grootste vijand van Israël zal worden. Ezau vermengt zich helemaal met de volken van het Seïrgebergte. Ook de familielijn van zijn buitenlandse vrouw Oholibama wordt uitvoerig beschreven. Nu horen we over de eerste koningen. Dit laat zien hoe ze in hun hoogmoed ver bij van God vandaan lopen. 

God, die Koning der koningen is.

Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiedde...



Lees de Bijbel met mij...32 Verborgen zegeningen

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken.  Heb je: een  belofte...