donderdag 19 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...78 Hoor Israël

 Lees Deuteronomium 5, 6 en 7

"Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan!" (5:29, HSV)

Nog één keer herhaalt Mozes de Tien Geboden. Hier wordt de sabbat niet gekoppeld aan de zevende dag van de schepping, maar aan het feit dat God hen verloste uit Egypte, uit de slavernij. 

De wet wordt samengevat in het 'Shema', de geloofsbelijdenis die begint met het woord 'Hoor': "Luister Israël, de HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht." (6:4-5). In het Nieuwe Testament wordt hieraan Leviticus 19:18 toegevoegd: "en uw naaste als uzelf" (Lucas 10:27).

(De Israëlieten moeten hun kinderen deze geboden inprenten. Dit had tot gevolg dat in Israël, in tegenstelling tot bij andere volken, zowel jongens als meisjes al vroeg onderwijs kregen en geletterd waren.)

Hoewel de wet vraagt om liefde, is de mens van nature op zichzelf gericht. In de tijd van Mozes werd de wet nog van buitenaf opgelegd, maar eens zullen de geboden door de Heilige Geest in het hart geplant worden.

God zal zeven grote volken voor Israël verdrijven. Niet omdat het volk zelf zo groot of goed is, maar uit liefde en vanwege het verbond met hun vader Abraham. Zij mogen uit genade Zijn overvloed ontvangen. 

"Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte."(7:7-8, HSV)

God waarschuwt om niet de goden en gebruiken van de volken over te nemen. God zal zelf de volken geleidelijk voor hen verdrijven, zodat het land geen woestenij wordt. Niets en niemand zal voor hen kunnen standhouden. 

Wij kunnen God niet naderen omdat wij zo goed zijn maar omdat God zo goed en genadig is.

In hoeverre is het geloof jouw verdienste?


dinsdag 17 maart 2026

Lees de Bijbel met mij.. 77 Hineni...Hier ben Ik

 Lees Deuteronomium 3 en 4

"Onze Heer God is heel dicht bij ons. Geen ander volk, hoe groot het ook is, heeft een god die zó dichtbij is. Hij is bij ons, telkens als we Hem om hulp roepen." (Deuteronomium 4:7, BB)

Voordat het volk het Beloofde Land intrekt, vindt er al een strijd plaats met twee koningen: Sihon, de koning van de Amorieten, en Og, de koning van Basan. Beide gevechten worden met Gods hulp gewonnen, waardoor Israël ook aan de oostkant van de Jordaan al een groot gebied in handen krijgt. De stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse gaan daar wonen. Zij moeten daarvoor wel vooropgaan in de strijd bij het veroveren van het Beloofde Land.

"U mag aan het woord dat ik u gebied, niets toevoegen en er ook niets van afdoen, opdat u de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied, in acht neemt." (4:2, HSV)

Mozes drukt de mensen op het hart om God altijd te gehoorzamen, want God is een verterend vuur. Maar in datzelfde hoofdstuk staat ook de andere kant van de medaille: God is een barmhartig God.

God is zo ontzagwekkend groot en heilig. Hij laat onrecht niet ongestraft. Door middel van Zijn geboden creëert God als het ware een omheinde tuin waarin de mens in overvloed, vrede en vreugde kan leven met Hem en met elkaar; een geestelijk paradijs. Tegelijkertijd weet Hij dat wij niet aan Zijn heilige standaard kunnen voldoen. Hij weet dat we Zijn aanwezigheid en de omheining van Zijn geboden zullen verlaten.

Maar... Hij laat ons niet los. Wanneer wij God verlaten en in onze benauwdheid naar Hem roepen — als wij op die zondige plek God met hart en ziel zoeken — dan zal Hij Zich laten vinden! Hij wil ons niet ten gronde richten, want Hij is barmhartig. Hij zal Zich altijd laten vinden..

Lees de Bijbel met mij ...76 Voorbereiding

 Lees Deuteronomium 1 en 2

In slechts elf dagen had het volk het beloofde land kunnen bereiken. In plaats daarvan duurt het veertig jaar voordat ze weer in Kades aankomen en hun kamp opslaan tegenover Jericho.

Het volk dat uit Egypte was getrokken, was niet geschikt om het land binnen te gaan; zij wantrouwden God en de leiding voortdurend. Ze verlangden te veel naar zekerheid en comfort en wilden zelf de regie in handen houden.

De nieuwe generatie was echter opgegroeid met het woestijnleven en Gods leiding. In al die zware jaren hadden zij altijd te eten en te drinken gehad en was hun kleding niet versleten. Zij hadden geleerd dat God te vertrouwen is en zij mogen de strijd aangaan.

Mozes heeft de leiding over het volk gedelegeerd aan mannen die rechtspreken namens God. Het volk koos deze mannen zelf uit: leiders over groepen van duizend, honderd, vijftig en tien mensen. Zij moesten meningsverschillen oplossen en het volk op allerlei manieren bijstaan. De groep die uit Egypte vertrok, is zo een volk geworden; een gemeenschap rondom het Woord van God als 'draagbaar vaderland'. Het is nu een volk met een gezamenlijke geschiedenis.

Zowel de generatie uit Egypte als Mozes zelf mogen het land niet in. Alleen Jozua en Kaleb, die onvoorwaardelijk op God vertrouwden, krijgen toestemming. Jozua volgt Mozes op als leider. Als een trouwe discipel verbleef hij altijd in de nabijheid van Mozes en de tent van ontmoeting. Hij was bij Mozes op de berg en heeft zelfs God mogen zien.

God maakt ook duidelijk dat ze de nakomelingen van Ezau en Lot niet mogen aanvallen. Ook deze volken hebben van God een eigen gebied toegewezen gekregen. Hij is de Heerser over alle volken is. Hij deelt de wereld in zoals Hij wil. Israël is een instrument in Zijn plan, maar niet de enige speler op het wereldtoneel waar God zorg voor draagt.




maandag 16 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...75 Beschermd wonen

Lees Numer 35 en 36

Vandaag lezen we Numeri uit.

We lezen over de verdeling van het land. Het land dat een stam en familie toegewezen kreeg, werd hun eeuwig bezit. Elk Jubeljaar kregen ze hun land en bezit weer terug als ze dit hadden verkocht aan een andere familie of stam. Daarom mochten dochters van Selofchad, die van hun vader erfden, alleen trouwen binnen de eigen stam.

Dit systeem voorkwam dat een paar rijke families al het land opkochten, terwijl andere families voor eeuwig landloos en arm bleven. Je verkocht iemand dus nooit de grond zelf, maar alleen het aantal oogsten tot aan het volgende Jubeljaar.

Er is de opdracht om ook de Levieten 42 steden te geven met de weidegrond daaromheen. Daarnaast krijgen zij nog zes vrijsteden, verspreid over het land. Dit zijn steden waar iemand heen kan vluchten die te maken krijgt met bloedwraak. Door de Levieten over het land te verspreiden, bleef de kennis van de wet dicht bij het volk en kon men vertrouwen op een eerlijke rechtspraak.

Als iemand met opzet een ander doodde, moest hij sterven op grond van de verklaring van minstens twee getuigen. Maar als iemand zonder opzet een ander had gedood, moest zo iemand in bescherming worden genomen tegen de wraak van de tegenpartij. Binnen die vrijstad mocht de persoon die daarheen vluchtte niet door wraak gedood worden; buiten de stad was hij vogelvrij. De persoon moest net zolang in de stad blijven wonen tot de hogepriester stierf. Pas dan kon hij veilig terugkeren naar huis. Als hij daarna alsnog gedood zou worden, werd dit gerekend als moord. Bij moord moest de moordenaar altijd geëxecuteerd worden, want moord bevuilt het land. God wil het leven beschermen; Hij is de God van het Leven.

"'U mag het land waar u zult gaan wonen niet verontreinigen, want Ik, de Here, woon daar in uw midden."

zondag 15 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...74 Strijd voor de overwinning

De zondag is een goed moment om na te denken over de teksten die je gelezen hebt. Welk teksten hebben je aangesproken. 

Heb je:

een belofte om op te vertrouwen,

en waarschuwing om in acht te nemen,

een waarheid aan te nemen

een opdracht om mee aan de slag te gaan

een bemoediging om in te rusten.

(vragen overgenomen van Life.Church)

Na veertig jaar in de woestijn komt Israël aan bij het beloofde land. Opnieuw worden de mannen geteld, maar ditmaal niet voor de strijd, maar om de grootte van het land te bepalen dat elke stam toebedeeld krijgt. Toch gaat ook deze generatie vlak voor de grote overwinning de fout in; ze trappen in de list van de Midjanieten. Die verleiden hen tot datgene wat God het meest haat en waarvoor Hij hen juist wilde beschermen Het volk van God moet zich niet vermengen met de volken door andere goden te aanbidden. 

Ervaar jij ook vaak strijd voor dat er een doorbraak komt?

Lied
Hier zijn wij, heilige God.
Maak ons hart heilige grond
Onze God is een alverterend vuur
Onze God, Hij haalt alle muren neer
Onze God, Hij maakt alle dingen nieuw
Zo hartstochtelijk en diep
Brandt voor ons Zijn liefde
Hij jaagt ons na.
Andere goden duldt Hij niet.
Hij wil ons volledig.
Heel ons bestaan.


zaterdag 14 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...73 Opsommingen

Lees Numeri 31, 32, 33 en 34

Numeri is het boek van de opsommingen. In deze hoofdstukken volgt de lijst van de buit na de overwinning op de Midjanieten en de verdeling daarvan; iedereen kreeg zijn deel. Niet alleen de soldaten ontvingen een gedeelte, maar ook het volk en de Levieten.

Tussendoor lezen we over een bijzonder verzoek van de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse. Zij hebben veel vee en willen zich vestigen in de vruchtbare weidegronden ten oosten van de Jordaan. Mozes is eerst bang dat dit de rest van het volk zal ontmoedigen, net als de verspieders dat jaren eerder deden. De stammen beloven echter plechtig dat hun mannen voorop zullen gaan in de strijd om Kanaän te veroveren en pas terugkeren als elke stam zijn land heeft gekregen. Mozes stemt hiermee in, maar waarschuwt streng: 'Als jullie je woord niet houden, zal jullie zonde jullie vinden.'

Daarna volgt een overzicht van de 42 rustplaatsen vanaf Egypte tot de vlakten van Moab, veertig jaar later, vlak voordat het volk het beloofde land binnentrekt. Het is een veertigjarige geschiedenis vol ups-and-downs. Wat mij opvalt, is dat er in die veertig jaar niet heel vaak van plaats naar plaats is gezworven. De eerste twaalf kampen beslaan de snelle reis naar de berg Sinaï, waar het volk één jaar verbleef. Na de weigering om het land Kanaän binnen te gaan bij Kades, volgt een periode van 38 jaar 'dwalen', waarin het volk 21 plaatsen aandoet. Op sommige plekken verbleven ze kort, op andere waarschijnlijk jaren. Een tijd van 'dwalen' in onze ogen blijkt in Gods plan vaak een tijd van voorbereiding en vorming te zijn.

In het veertigste jaar doet het volk de laatste negen plaatsen aan, van Kades naar de vlakten van Moab. Dit zijn de jaren waarin het volk te maken krijgt met strijd en zich voorbereidt op de inname van Kanaän. Kades is de plaats die ze twee keer aandoen. Het was de plek van waaruit ze oorspronkelijk het beloofde land zouden binnentrekken, maar waar de tien verspieders het volk ontmoedigden. Het is ook de plek waar Mozes in woede op de rots sloeg en waar Mirjam stierf. Kades betekent 'heilig' of 'apart gezet'. De plek die 'heilig' heette, werd zo de plek waar het volk werd beproefd op hun ontzag voor de 'Heilige'.

Tot slot worden de grenzen bepaald van het land dat Israël in .bezit mag nemen. Het volk mag zich niet onbeperkt uitbreiden, maar krijgt duidelijke kaders waarbinnen het moet blijven.

We mogen in ons leven op Gods leiding vertrouwen. Hij geeft het beste op Zijn manier en op Zijn tijd. Zijn plan komt tot stand en Hij vormt ons naar Zijn beeld.

vrijdag 13 maart 2026

Lees de Bijbel met mij...72 U komt toe alle eer

Lees Numeri 28, 29 en 30

"Want alles komt van God, alles bestaat door God en alles heeft zijn doel in God. Voor Hem is alle eer, voor altijd en eeuwig. Amen." (Rom. 11:36, HTB)

Nog één keer worden de voorgeschreven offers op een rijtje gezet: dagelijks, wekelijks, maandelijks en jaarlijks tijdens de grote feesten. De voorjaarsfeesten Pasen (Pesach) en Pinksteren (Sjavoeot) en de drie najaarsfeesten in de zevende maand de sabbat maand. De  drukste en heiligste maand van het jaar. Dag van de Bazuin (Rosh Hasjana)Grote verzoendag (Jom Kippoer) en Loofhuttenfeest (Soekot). In één week werden er maar liefst 70 stieren geofferd. Volkomen verzoening voor allen.

Het begin en einde van elke dag, van weken, maanden en jaren: jaar in jaar uit komt God altijd het beste toe. Elke keer opnieuw.

God wil een constante relatie; het vuur moest blijven branden op het altaar. Er was voortdurende verzoening nodig omdat God heilig is en de mens door de zonde niet in Zijn nabijheid kon leven. De offers 'bedekten' de zonden wel, maar haalden de oorzaak niet weg. Het is best confronterend om steeds aan je eigen zondigheid herinnerd te worden, maar aan de andere kant zorgt het voor een diep besef van Gods heiligheid.



Lees de Bijbel met mij...78 Hoor Israël

 Lees Deuteronomium 5, 6 en 7 " Och, hadden zij maar zo'n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat...