Lees Psalm 111, 112, 113 en 114
Psalm 111 is een alfabetpsalm. Elke regel begint met de opeenvolgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Omdat dit alfabet tweeëntwintig letters heeft, bestaat de psalm ook uit exact tweeëntwintig regels: van Alef (א) tot Taw (ת). De psalm opent met de uitroep ‘Alleluja’ en staat geheel in het teken van het loven van God. Dit loven gebeurt met heel het hart én in gemeenschap met elkaar. Persoonlijk en samen.
In de psalm worden alle eigenschappen van God en Zijn werken bezongen. De psalmdichter laat zien dat de lofprijzing van A tot Z compleet is; hij gebruikt letterlijk alles, van de eerste tot de laatste letter, om God te eren. De psalm begint met lofprijs en eindigt met een eeuwige lofprijs.
Gods machtige daden nodigen gelovigen uit om Gods werken te onderzoeken. Om zo te ontdekken wie God is en wat Hij heeft gedaan. Zo komt de mens erachter dat Hij alle lof en eer waard is. De herinnering aan Zijn grote daden uit het verleden dienen als bewijs dat Hij een God is die vol liefde en genade naar de mens omkijkt. Zijn goede zorg in het verleden vormt een zekere belofte voor de toekomst: Zijn verbond is eeuwig.
Psalm 112 is het tweelingbroertje van Psalm 111. Dit is ook een alfabetpsalm, maar deze legt de nadruk niet op wie God is, maar op wie de mens is die met ontzag voor God wil leven. Bovendien spiegelt Psalm 112 de inhoud van Psalm 111: de eigenschappen die eerst aan God werden toegeschreven, worden nu toegeschreven aan de gelovige mens. De mens waarin de gestalte van God zichtbaar wordt. 'Hij is genadig en barmhartig en rechtvaardig.'.
- In Psalm 111:3 is Gods rechtvaardigheid eeuwig (de Waw-regel). In Psalm 112:3 en 112:9 is de rechtvaardigheid van de mens eeuwig.
- In Psalm 111:4 is God genadig en barmhartig (de Chet-regel). In Psalm 112:4 wordt de goede mens omschreven als genadig, barmhartig en rechtvaardig.
Psalm 113 is eveneens een lofpsalm die begint en eindigt met ‘Halleluja’. Hier ligt de nadruk op God die op immense hoogte troont, maar tegelijkertijd diep buigt om naar de wereld om te zien. Hij ontfermt Zich over mensen die in de ogen van de wereld klein en onbeduidend zijn: de geringe, de arme en de onvruchtbare vrouw. God tilt hen omhoog en herstelt hun waardigheid.
Psalm 114 bezingt ten slotte de historische wonderen die God voor Zijn volk Israël heeft verricht tijdens de uittocht uit Egypte. De psalm laat op krachtige en poëtische wijze zien dat de gehele schepping — zeeën, rivieren en bergen — moet wijken en buigen voor de overweldigende aanwezigheid van God.
Halleluja!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten